Dansen op de Zeedijk

Literaire plekken Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

Hij is 28 en heet Paul Schiltkamp, de dokter uit de titel van de in 1951 verschenen roman De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk. Hij woont in zijn praktijk, maar waar die zich bevindt, is nog niet zo eenvoudig vast te stellen. In Schiltkamps zesde studiejaar, laat Vestdijk weten in het hoofdstuk ‘Huiden te koop’, had hij ‘eens moeite gehad met het vinden van een bomvrije kamer’ en was toen een paar weken gaan wonen in hotel de Vret, een ‘familiepension’ in een stille verbindingsstraat tussen twee verkeerswegen, vlakbij het centrum.'

De praktijk die Schiltkamp overneemt, zit in een van de huizen aan de overkant, ‘achter hoge olmen verscholen’, maar met die informatie schieten we niet veel op. Gelukkig komt Vestdijk in het hoofdstuk ‘Korrelen zands’ terug op de kwestie en blijkt de verbindingsstraat ‘een cloaak’ en de tweede verkeersweg niet alleen korter dan de eerste, maar bovendien ‘op een groot park’ uit te komen.

Als u net als ik de kaart erbij pakt, zult u zien dat de straat hoogstwaarschijnlijk de De Lairessestraat en Willemsparkweg met elkaar verbindt. De Cornelis Schuyt? Geen olmen, maar het zou kunnen. Het huis waar de dokter en zijn lichte meisje zullen samenwonen is niet het hart van het boek, dat is Ebenova, ‘de schiettent voor dansers’, ‘het befaamde tingeltangelparadijs der schepelingen’, waarin we na al die jaren nog moeiteloos de op de Zeedijk gelegen Casablanca herkennen. In de Ebenova wordt gedanst op jazz van een door ‘een hogere waanzin bezeten’ trio: ‘een oude dikke negerkoning op zijn troon; de hoogst begaafde trompettist, dansend op één been, de wangen gevaarlijk gespannen; en aan de piano, als ontroerende hommage à la Hollande, een blonde jongen in een trui, half lichtmatroos half dichter.’

In de Ebenova komt het boek op gang, want daar ontmoet de dokter zijn lichte meisje, Cor, met ‘haar donkerrode gezicht en een gedrongen gestalte’. Tot dat moment hebben we het moeten doen met gezeur over Lao Tse’s ‘leer van het midden’ en gehannes met doktersvrouwen en verpleegsters, wat op hetzelfde neerkomt, zegt Schiltkamp, want ‘geef ze lysol te ruiken en ze wanen zich doktersvrouw’.

Maar met Cor is alles anders. Omdat ze zwanger is, regelt hij een abortus voor haar, met geld toe en als hij de eerste keer het bed met haar deelt weet hij het en denkt, ‘dit is nieuw, dit is nog nooit geschied op aarde, het kan me niet schelen dat het nieuw is, maar het is volstrekt nieuw, ik kan nu doodgaan, ik heb niets meer te wensen.’

Dat klinkt verontrustend, maar, spoiler alert, het loopt goed af. Als ze met een taxi op weg naar de Cornelis Schuyt nog een keer langs de Ebenova rijden, zijn er twee kleine Schiltkampjes en is er een huwelijk in zicht.

Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.