Aan de pomp betalen voor een groene waterstofindustrie

Waterstof Met een nieuwe subsidie hoopt het kabinet een groene waterstofindustrie in Nederland te laten ontspruiten. Maar er zijn flinke twijfels of die regeling het beoogde doel bereikt.

Raffinaderij in de Botlek. Het kabinet wil bedrijven stimuleren om Nederlandse raffinaderijen meer duurzaam geproduceerde waterstof te laten verwerken.
Raffinaderij in de Botlek. Het kabinet wil bedrijven stimuleren om Nederlandse raffinaderijen meer duurzaam geproduceerde waterstof te laten verwerken. Foto Marco de Swart/ANP

Nederlandse automobilisten helpen straks bij de opkomst van een binnenlandse industrie voor groene waterstof. Dat is het gevolg van een voorstel van het demissionaire kabinet om Nederlandse raffinaderijen meer duurzaam geproduceerde waterstof te laten verwerken.

De duurdere technologie die deze brandstofmakers daarvoor nodig hebben, kost de automobilist ongeveer een cent per liter extra. Het kabinet belooft 210 miljoen euro subsidie, maar of dat voldoende compensatie biedt is onduidelijk.

De productie van waterstof via groene stroom is nog een stuk duurder dan die van ‘grijze waterstof’ – gemaakt met aardgas – die nu al in de raffinage wordt gebruikt. Door het gebruik van de groene variant te stimuleren, wil staatssecretaris Dilan Yesilgöz-Zegerius (Klimaat, VVD) de kip-eisituatie rondom waterstof doorbreken. Deze energiedrager wordt een sleutelrol toegedicht in de energietransitie, maar zolang er geen markt is, investeert niemand in productie. En andersom: zonder aanbod van waterstof, ontstaat er geen markt.

Veel grote namen in de Nederlandse industrie- en energiesector hebben de afgelopen jaren aangekondigd dat ze fabrieken willen neerzetten om waterstof te maken op basis van elektriciteit. Maar geen van de industriële bedrijven, van Nouryon tot Yara en RWE, heeft al besloten zo’n ‘elektrolyser’ ook echt te bouwen.

In welke mate de automobilist straks voor de duurdere waterstof gaat betalen, is nog niet duidelijk

Nederland heeft ambitieuze groene waterstofplannen voor het komende decennium, die miljarden euro’s aan overheidssteun vergen. Om de fabrieken op groene stroom te laten draaien, moeten op de Noordzee grote windparken worden gebouwd. Maar een effectieve subsidieregeling was volgens de staatssecretaris niet op korte termijn te realiseren. Om toch snel een markt voor groene waterstof te creëren, heeft Yesilgöz naar eigen zeggen „een suboptimale route” bedacht: waterstof wordt voortaan gestimuleerd via benzine en diesel.

Autobrandstoffen moeten volgens Europese richtlijnen voor een bepaald percentage hernieuwbaar zijn. Daarom is aan de pomp bijvoorbeeld E10 te koop, een mengsel van benzine en plantaardige alcohol. Bij die ‘bijmengverplichting’ kan volgens Europese wetgeving ook de inzet van groene waterstof in raffinaderijen meetellen. Waterstof is bij de raffinage alleen een hulpstof; er belandt geen waterstofgas in de tank, aan de auto verandert niets.

Innovatiespecialist Mathijs Groenewegen van de BP-raffinaderij in Rotterdam is juist daarom verheugd met de aangekondigde regeling. „Ik vind dit zelf níét suboptimaal. Ik denk dat het een heel goede manier is om groene waterstof op te schalen. Omdat je de bestaande industrie gebruikt om deze markt te creëren.”

Extra kosten

Volgens Groenewegen stimuleren ook andere landen, waaronder Duitsland en Spanje, waterstof via deze Europese regels. Immers: „Je hoeft niet te wachten tot er genoeg vrachtwagens zijn die op waterstof kunnen rijden.”

In welke mate de automobilist straks voor de duurdere waterstof gaat betalen, is nog niet duidelijk. Onderzoeksbureau Trinomics, dat voor het kabinet verkennende berekeningen maakte, rekende op verzoek van NRC uit dat het voorstel van Yesilgöz 0,5 tot 1,5 cent extra zou kosten op elke liter brandstof – als geen rekening gehouden wordt met subsidie. Maar Yesilgöz komt wél met subsidie: ze verruimt de subsidiepot voor duurzame brandstoffen (zoals autogas uit gft-afval) met 210 miljoen euro. Die ingreep moet de hogere brandstofprijs compenseren.

Of dat voldoende is, heeft Trinomics niet berekend. Ook volgens de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), de toezichthouder die eveneens onderzoek deed naar de regeling, „is nu niet zeker” dat de toegezegde subsidie „de prijsstijging aan de pomp zal compenseren”.

Nieuwe stimulans

Diverse Nederlandse raffinaderijen en bijbehorende waterstoffabrieken – Shell, BP, Zeeland Refinery, Air Liquide – hadden al plannen aangekondigd voor de productie van groene waterstof. Maar het staat niet vast of ze die nu met deze nieuwe stimulans doorzetten, zegt lobbyist Marnix Koopmans van branchevereniging VNPI van de olie-industrie. „Deze regeling geeft de bedrijven slechts zekerheid voor 2023 en 2024. Ze zullen nu druk aan het rekenen zijn of dat voldoende is voor de investeringen.”

Het kabinet veronderstelt dat er vanaf 2025 voldoende Europese regelingen zijn die zorgen voor een serieuze waterstofmarkt, waardoor de investeringen hun waarde houden. Yesilgöz zegt te gaan regelen „dat de opschaling (…) in Nederland na 2024 niet stokt”.

Shell, dat met zijn waterstofplannen het verst is gevorderd, laat echter weten dat „een prikkel van twee jaar waarschijnlijk niet voldoende is” om tot een serieuze waterstofmarkt te komen. Het concern beslist eind van de winter of het de elektrolyser in Pernis gaat bouwen.

BP kondigde al in 2019 aan dat het samen met zoutproducent Nouryon en het Havenbedrijf Rotterdam een elektrolyser van 250 MW wil bouwen, het grootste concrete groene waterstofproject dat in Nederland is voorzien. Maar ook BP heeft nog geen nader besluit genomen.

Die BP-fabriek zou in 2025 waterstof moeten leveren. Innovatiespecialist Groenewegen vindt het juist daarom belangrijk wat er na 2024 gaat gebeuren. „Je zult de elektrolyser op lange termijn moeten terugverdienen.” Maar, zegt hij ook: „Met deze maatregel laat Nederland wel zien dat raffinaderijen een schakel zijn om groene waterstof op te schalen.”

Lees ook: Kabinet mikt op groene waterstof, hoe realistisch is dat?

Hersenbreker voor de industrie

Naast de relatief korte looptijd van de regeling heeft de industrie nog een andere hersenbreker: hoe kom je aan voldoende groene elektriciteit? Die stroom is nodig voor de elektrolyse van water en moet afkomstig zijn van nieuwe Nederlandse wind- of zonneparken. „Je mag niet zomaar groene stroom van de huidige markt halen”, zegt Koopmans van de raffinagebranche. „De stroom moet echt via een directe lijn van een nieuw windpark komen, om er zeker van te zijn dat de groene waterstof uit nieuw aangeboden groene elektriciteit wordt gemaakt.”

Toezichthouder NEa was aanvankelijk „negatief” over stimulering van groene waterstof via de wetgeving voor duurzame brandstoffen. De aanpak van het kabinet draagt alleen bij aan vergroening van één of twee raffinaderijen, maar de rekening wordt bij alle automobilisten neergelegd, schreef de autoriteit. Nadat Yesilgöz omvang en looptijd van de regeling sterk had ingekrompen, schoof de NEa haar bezwaren deels opzij.

„De risico’s zijn nu sterk ingeperkt”, zegt Harry Geritz, hoofd energie voor vervoer bij de NEa. Wel blijft hij bij een bezwaar dat de NEa eerder uitte: deze regeling is een stimulans voor productie en gebruik van fossiele brandstoffen. Geritz: „Benzine en diesel blijven fossiele brandstoffen, dat is helder. Al worden ze wel iets groener.” Hij merkt daarbij op dat het kabinet ook de subsidiepot uitbreidt voor ‘geavanceerde’ duurzame brandstoffen, gemaakt uit afval, hout of mest. „Dat is mooi.”

In de Tweede Kamer lijkt de VVD-staatssecretaris op brede steun te kunnen rekenen. Haar voorstel is het gevolg van een motie die CDA-Kamerlid Henri Bontenbal met Pieter Grinwis (ChristenUnie) heeft ingediend. Ook Joris Thijssen (PvdA) omarmt het initiatief. „Als er eenmaal meer groene waterstof op de markt komt, gaan de kosten van de productie snel dalen. Dus ik ben hier erg blij mee.”

Maar, vindt Thijssen, dit is niet voldoende. „Het wordt nu gepresenteerd als dé invulling van onze ambities voor groene waterstof. Maar we hebben nog veel waterstof nodig, zodat we een vergelijkbare kostendaling krijgen als die bij energie uit wind op zee.”

Lees ook over de subsidie voor groene waterstof: Geld uit pot voor CO2-reductie mag naar waterstoffabrieken (die juist meer CO2 uitstoten)