Vechten tegen het systeem: de compromisloze kunst van Cady Noland

Wereldkunst #22 Het gevecht om de macht is de kern van het werk van Cady Noland, de Amerikaanse kunstenaar. Na lange tijd niets te hebben gemaakt, is ze nu terug met haar bijbel: ‘The Clip-On Method’. ‘Noland is daadwerkelijk een god.’

De installatie THE CLIP-ON METHOD die van 17 juni t/m 11 september 2012 te zien was in Galerie Buchholz, New York.
De installatie THE CLIP-ON METHOD die van 17 juni t/m 11 september 2012 te zien was in Galerie Buchholz, New York. Foto Carter Seddon. Courtesy Cady Noland en Galerie Buchholz.

Cady Noland doet me soms aan God denken. Ga maar na: eerst schep je als kunstenaar een eigen wereld van beelden en installaties die zo uitdagend, complex en confronterend is dat mensen er niet omheen kunnen. Dan knijp je er tussenuit. Alsof je van de aardbodem bent verdwenen: je maakt geen nieuw werk meer, verschijnt niet meer in het openbaar, toont geen foto’s, geeft geen interviews.

Vanuit die onzichtbaarheid, ondertussen, beheer je je schepping als een tijger. Noland is, sinds ze ‘stopte’, beroemd en berucht geworden om de vele directieven, eisen en oekazes waarmee ze haar oeuvre probeert te beheersen. Nooit mag een werk zonder haar toestemming worden afgebeeld, laat staan geëxposeerd. Kan ze daar niks aan doen doordat ze het ooit verkocht heeft, dan zal ze alles proberen om de huidige eigenaar naar haar te laten luisteren. Toen bijvoorbeeld haar grote installatie Log Cabin Facade (1990) werd gerestaureerd op een manier die Noland niet beviel, meldde ze in het openbaar dat ze het werk niet langer erkende – waardoor het onmiddellijk dramatisch in waarde kelderde en de nieuwe eigenaar via een rechtszaak bij de verkopende galerie een deel van zijn geld terughaalde.

Dit soort dreiging maakt ook dat er altijd een ongemakkelijke spanning rond Nolands werk heerst, die soms leidt tot vrij hilarische situaties. Toen de galerie van Jeffrey Deitch het bijvoorbeeld waagde op de laatste editie van Art Basel een kleine selectie van Nolands beelden te tonen voor de verkoop, hingen ze daar voor de zekerheid een bordje bij met de tekst: ‘Cady Noland is not involved in this presentation of her work’. Had Noland gedreigd? Was het louter voorzichtigheid? Of speelden er onzichtbare krachten op de achtergrond?

Mythisch Amerika

Het fascinerende is dat dit machtsgevecht meteen ook de kern van Nolands werk vormt. Haar hele oeuvre, dat goeddeels stamt uit de jaren negentig van de vorige eeuw, gaat over macht, intimidatie, geweld, en dan in het bijzonder de manier waarop die macht en intimidatie zijn geworteld in het hedendaagse Amerika. Dat was goed te zien op haar laatste grote solo, die eind 2018, begin 2019 plaatsvond in het MMK in Frankfurt en die vermoedelijk de beste expositie is die ik ooit heb gezien. Noland toonde zich er volkomen compromisloos: de tentoonstelling bestond louter uit beelden en installaties die de Amerikaanse samenleving kaal bikken tot elementaire symbolen: de (Amerikaanse) vlag, het hek, het pistool, het bier (altijd rood-wit-blauw Budweiser), de sport (American Football-helmen), het (metalen) boodschappenmandje, cowboys.

Lees ook deze recensie uit 2018: Harde aanklacht tegen de Amerikaanse droom

En vooral: de mythische, zelfbevestigende Amerikaanse geschiedenis, waarvan Noland elke keer weer met bijna sarcastische gretigheid de schaduwzijde benadrukt. Een manipulerende magnaat als William Randolph Hearst, zijn kleindochter Patricia, die werd ontvoerd en samen met haar ontvoerders een bankoverval pleegde, Kennedy-moordenaar Lee Harvey Oswald: hun beeltenissen drukt ze af op metalen platen, die ze vervolgens exposeert als kale zetstukken, die het midden houden tussen beeld en document. Soms zitten er in die platen, op de foto’s, grote, ronde gaten, waardoor ze lijken op van die platen waar je op een kinderfeestje een bal doorheen probeert te gooien of schieten. Maar het worden ook historische beroemdheden, doorzeefd door kogels.

Metaal tegen metaal, dubbelzinnigheid tegen dubbelzinnigheid, dreiging tegen dreiging – Noland geeft je voortdurend het gevoel dat ze vol het gevecht aangaat met de krachten die ze toont – en daarvoor precies de technieken gebruikt waarmee God zijn reputatie ook al een aardige tijd heeft weten te bestendigen. En, misschien nog wel belangrijker: Nolands werk stamt dan uit de jaren negentig van de vorige eeuw, haar beelden en installaties lijken met het jaar actueler te worden. Alsof Noland de geest van Amerika en het ‘vrije Westen’ zo goed en zo intens doorvoelt dat ze het vervolg al zag aankomen – Trump, de complottheorieën, de Capitoolbestorming op 6 januari, ze zijn allemaal een volstrekt logisch gevolg van de visie die Noland al dertig jaar geleden etaleerde. Kunst, die diep onder de huid van de tijdgeest is gekropen.

Eenzame buitenstaander

Juist omdat haar wereldbeeld zo krachtig en tijdloos is, is het een kleine sensatie dat Noland nu voor het eerst (en ongetwijfeld voor het laatst) haar ‘geloofsbrieven’ heeft gepubliceerd, haar Bijbel. Het boek heet The Clip-On Method en verscheen dit najaar bij een expositie (!) van Nolands werk bij Galerie Daniel Buchholz in New York – hoewel die expositie vooral leek te zijn georganiseerd om de verschijning van het boek te ondersteunen.

De installatie THE CLIP-ON METHOD die van 17 juni t/m 11 september 2012 te zien was in Galerie Buchholz, New York.

Foto Carter Seddon. Courtesy Cady Noland en Galerie Buchholz.

De titel The Clip-On Method verwijst naar een werk van Noland uit 1989 dat bestaat uit een metalen stang, verankerd in de vloer, waaraan schijnbaar willekeurig metalen objecten zijn opgehangen, variërend van een rek tot een schoenlepel en een koeienbel. Die titelverwijzing maakt meteen duidelijk wat Noland wil met het boek: dit is één grote collage die alles omvat waar Noland voor staat. Twee delen, 600 pagina’s, uitgegeven in eigen beheer (met twee vrienden), bijna geheel in zwart-wit – op de paar kleurenfoto’s die het boek bijna stiekem bevat heerst de kleur bloedrood.

‘De nee-zeggers hebben met elkaar gemeen dat kunst net zo’n systeem is als het systeem waar ze in hun werk tegen ageren’

Die bijna Bijbelse status wordt bevestigd door de inhoud, die uit drie soorten bestaat. Allereerst zijn er installatiefoto’s van Nolands tentoonstellingen, als een groot archief van exposities die ze wél erkent. Dan is er het leeuwendeel van de teksten, steevast oorspronkelijk geschreven en gepubliceerd in een heel andere context. Het boek begint met een reconstructie van een kleine rel in de jaren zeventig rond Stephen N. Butler, een hoogleraar sociologie aan het Sarah Lawrence College in New York, die daar de enige zwarte docent was. Daar moest verandering in komen, vond het collegebestuur, en Butler werd gevraagd te helpen. Maar met zijn advies werd niks gedaan, en hij werd zelfs dusdanig genegeerd dat hij ontslag nam – een eenzame buitenstaander die er niet in slaagt verandering in het systeem te bewerkstelligen. En dat niet alleen: Butler had vooral ook het gevoel dat hij, door te blijven, het systeem in stand houdt.

Exact Noland, natuurlijk.

In The Clip-On Method volgt nu een reeks teksten van sociologen en historici, die integraal, dus inclusief opmaak, zijn overgenomen uit hun originele publicaties. Nolands naam komt er geen enkele keer in voor. De titels zijn echter al veelzeggend: het hoofdstuk ‘Capitalism’ bijvoorbeeld uit het boek Crisis in American Institutions, ‘Weapons as agressing-electing stimuli’ uit The Dynamcis of Agression, ‘Manipulativeness in Entrepreneurs and Psychopaths’ uit de bundel Unmasking the Psychopath en niet te vergeten, het hoofdstuk ‘Women and Power’ uit Michael Korda’s boek Power! How to get it, how to use it, met daarin zinnen als: ‘Since men don’t as a rule consider women rivals for power, they have no way of mentally fitting them into the existing local power structure’. Je ziet Noland, onzichtbaar op de achtergrond, bevestigend knikken.

Nee-zeggen

Op dit punt moest ik denken aan het geweldige Tell Them I Said No van de Engelse criticus Martin Herbert, een bundeling van essays over kunstenaars die zich welbewust uit de kunstwereld terugtrokken – minder bekende als Christopher d’Arcangelo en Albert York, maar ook beroemdheden als Agnes Martin, Stanley Brouwn, David Hammons en niet te vergeten Noland zelf. De reden dat ze ‘nee-zeggen’ verschilt per kunstenaar, maar één kenmerk zie je bij allemaal terug: het idee dat de kunstwereld zelf, met zijn machtsstructuur die uiteindelijk diep is verweven met het kapitalisme, de inhoud, zeg maar gerust de essentie, van hun werk ondergraaft. Dat kunst, kortom, net zo’n systeem is als het systeem waar ze in hun werk tegen ageren.

De installatie THE CLIP-ON METHOD die van 17 juni t/m 11 september 2012 te zien was in Galerie Buchholz, New York.

Foto Carter Seddon. Courtesy Cady Noland en Galerie Buchholz.

Dat komt ook telkens terug in het laatste deel van The Clip-On Method: de paar teksten die Nolands zelf heeft gepubliceerd en die nu dus zijn gebundeld. Die zijn fascinerend om te lezen, al is het maar omdat niet veel kunstenaars in staat zijn zo’n diep inzicht te etaleren in zijn of haar eigen beweegredenen – en ook daarin volkomen compromisloos zijn. Noland schrijft, inderdaad, vooral over macht en geweld en suggestie, maar ook over haar fascinatie voor psychopaten: ‘psychopaths tend to act out the undercurrent of culture’s latent principles’ – precies zoals zij zelf. Het is bijna pijnlijk: Noland die zichzelf op een lijn zet met psychopaten, niet omdat ze daadwerkelijk geweld gebruikt, maar louter om aan te geven hoe moeilijk het is om buitenstaander te worden en als buitenstaander te functioneren – niet alleen in de kunstwereld, maar in de maatschappij als geheel.

Het is natuurlijk een perfecte paradox: Nolands werk is de verbeelding van de strijd van het individu tegen een systeem die alleen maar binnen dat systeem plaats kan vinden – en er is nauwelijks een onderwerp denkbaar dat actueler is, juist in een samenleving waarin steeds meer groepen zich op steeds meer manieren tegen elkaar, tegen de overheid en tegen het kapitaal afzetten. Noland vangt precies dat verzet, het gevoel dat steeds meer mensen zich afvragen of zij de psychopaten zijn – en ze vangt het mede omdat zulk verzet uiteindelijk faalt. Daarom is haar zelfgekozen buitenstaanderschap ook zo belangrijk: Noland is daadwerkelijk een god, alleen dan in een parallel, zelfgeschapen universum dat verder nog nauwelijks bewoners kent. Wij, toeschouwers, mogen er van een afstandje naar kijken. Vol bewondering, om Nolands kracht, om haar eigenzinnigheid – maar ook in het pijnlijke besef dat onze eigen situatie nauwelijks beter is. En wij er niks aan kunnen doen.

Het boek The Clip-On Method van Cady Noland is te bestellen via thecliponmethod.com. Of er nog exemplaren beschikbaar zijn is niet duidelijk.