Recensie

Recensie Beeldende kunst

Geborduurde familieleden, een plant in je hart en de geschilderde wereld van Gummbah

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC tweewekelijks een selectie.

Schilderij van Gummbah.
Schilderij van Gummbah. Foto Joyce van Belkom

Cartoonist Gummbah blijkt poëtisch schilder

Zoals veel cartoonisten maakt Volkskrant-cartoonist Gummbah (Gertjan van Leeuwen, 1967) zich graag vrolijk over moderne kunst. Zo is er een cartoon van twee mannen die een abstract schilderij bekijken. Zegt de ene man tegen de andere: „Hang dan gelijk een foto van een opengesperde kut op!” Een typische Gummbah-grap, die in zijn grimmige cartoons grossiert in geslachtsdelen, ziektes, manwijven en sukkelige kereltjes. Hij viert als tekenaar de lelijkheid.

Gummbah gaat nu zelf met de billen bloot. Hij debuteert als moderne kunstschilder in galerie Stigter Van Doesburg in Amsterdam. Zijn schilderijen hebben wel dezelfde thematiek en het zwarte levensgevoel als zijn cartoons, maar geschilderde cartoons zijn het niet, ook al bevatten ze vaak tekst. Ze zijn poëtischer.

Een goed voorbeeld is het grote doek, helemaal blauw, waarop met zwarte lijnen een mannetje op een racefiets in een glooiend landschap is geschilderd. Type ‘mamil’: een middle aged man in lycra, zoals racende fietsfanaten wel genoemd worden. Vóór de fietser staat op de weg met grote letters geschilderd: DICK. Bedoeld als aanmoediging voor een renner met die naam misschien, maar ook: lul, sukkel. Toch is die sukkel met liefde geschilderd, met soms een aarzelende, gevoelige lijn. Het hele beeld, ook omdat het mannetje een alpinopetje opheeft, roept associaties op met tedere tekeningen van de Franse cartoonist Sempé, die het menselijk gedoe met veel mildheid bekijkt.

In de geschilderde wereld van Gummbah is, anders dan in zijn cartoons, ruimte voor mildheid, twijfel en mysterie. Dat komt onder meer door de geschilderde lagen: je ziet in doorschemerende onderlagen soms dat hij oudere afbeeldingen heeft overgeschilderd.

Door die gelaagdheid, dat geschilderde zoeken, worden sommige schilderijen mysterieus krachtig. Zoals ‘Not now Jesus’, waarin een Lijkwade-van-Turijn-gezicht lijkt te verschijnen in de dikke verf. Of ‘Trampoline from Hell’: wie springt verdwijnt in een onpeilbaar diep zwart gat.

Een optocht vol geborduurde familieleden

Klaas Rommelaer: Dark Uncles Foto Coen de Jong

Een feestelijke stoet poppen staat klaar voor vertrek. Het lijkt alsof ze ieder moment hun mars in kunnen zetten, de vaandels die ze vasthouden hoger zullen hijsen. Als toeschouwer krijg je zin om met ze mee te marcheren.

In de tentoonstelling Dark Uncles voeren de persoonlijke herinneringen van de Vlaamse kunstenaar Klaas Rommelaere de boventoon. Naast de ambachtelijk geborduurde doeken aan de wand borduurde hij ook zijn familieleden vol. Of anders gezegd: de poppen die hij van zijn grootouders, ouders en zus maakte. Levensgroot staan ze achter elkaar in de ruimte van 38cc opgesteld. Tussen hen in staan en liggen nog enkele vrienden van Rommelaere.

Dat kunst niet altijd in dialoog hoeft te gaan met pregnante, grote onderwerpen bewijst Rommelaere andermaal. Zijn eigen leven biedt genoeg om te boeien. Wat zijn werk zo goed maakt, is onder andere de overdaad aan beeld. Verschillende beeldverhalen lopen in elkaar over en maken dat je soms niet meer weet waar een afbeelding eindigt of begint.

De lijven van de poppen zitten vol fantastische details. Zo is er zijn opa met een fiets, afgebeeld op een been, een paard op een linkerschouder. Er is een rug met ingelijste foto’s op een behangetje, een man die op een auto afvliegt of daar juist uitkomt. Dat alles bevindt zich tussen kleurrijke patronen, huizen, dieren en woorden.

Rommelaere viert met zijn werk zijn omgeving en probeert tegelijkertijd te conserveren wat misschien al wel verdwenen is. De keuze voor de ambachtelijke techniek van het borduren is daarbij opvallend, juist omdat het zoveel tijd vergt. Alsof Rommelaere iedere herinnering, ieder verhaal nauwkeurig, steek voor steek door zijn handen heeft laten gaan om zo zijn eigen geschiedenis opnieuw af te tasten. Rommelaere doet dat op een informele, soms bijna cartoonachtige wijze en weet op die manier een geheel eigen, overtuigend universum uit de grond te stampen.

Wek de plant in je hart tot leven

Mariëlle Vider: 365 Plants. Foto Maarten Nauw

De discipline van kunstenaar Mariëlle Videler (1970) is een zegen maar ook een last. Iedere ochtend staat ze om half 6 op. Ze begint met schrijven, dan sporten, dan ontbijt, kat Noortje eten geven. Daarna begint ze aan een tekening: iedere dag één. Bij Videlers vorige project draaide alles om vogels – 365 vogels, iedere dag één, met een fijn potloodje op steeds exact hetzelfde formaat Italiaans papier getekend. Het waren fantasiedieren, schitterend in hun vreemde verentooien.

Met 365 BIRDS probeerde Videler de vogel in haar hart tot leven te wekken: de vogel, die in ons allen huist. Want dat is waar het werk van Videler van doordrenkt is: het idee dat alles is begiftigd met een transformerende kracht en dat het erom gaat die kracht tot leven te wekken.

Aan Videlers werk gaat altijd diepgravend onderzoek vooraf. Zo is het ook bij het prachtige 365 PLANTS, dat het afgelopen jaar is gemaakt en het tweede deel is van een drieluik (na de vogels en de planten, komen de insecten aan bod). Wie het project – mooi geëxposeerd op een gigantische diagonale muur – in Casco in Leidsche Rijn ziet, kan alleen maar denken: hoe dan? Want Videler heeft deze keer niet alleen de voorstelling getekend, maar eerst geknipt uit papier. Dat moet, gezien de fijnzinnige blaadjes, vertakkingen, stervormige uiteinden, ragfijne spiraalvormige steeltjes en open gewerkte planten een monnikenwerk zijn geweest. Daarna zijn de knipsels met gewassen inkt tot leven gewekt. Alles is secuur op dag gedocumenteerd. En dus moeten ook dommerikjes meedoen, de maandagmodellen die meer lijken op een zoutwaterspons of een boomtak. Ze horen allemaal bij het jaar dat verstreek. Ze horen allemaal bij de planten die in Videlers hart huizen.

Videler timmert als kunstenaar al jaren aan de weg. Gestaag, als een dieselmotortje, gaat zij door. Met toenemend succes. Van performances, voordat performances hip waren, ging het naar geluidsinstallaties, animatiefilms, kleurrijke borduurwerken en tekeningen. Eigenlijk is alles wat zij aanraakt, goed. Het wachten is op een museum dat haar een solo geeft.