De klas van de ‘Rotterdamse Anne Frank’

Oorlogsgeschiedenis Na tachtig jaar duikt een klassenfoto op van de klas van het Joods Lyceum in Rotterdam waarover Carry Ulreich en Esther van Vriesland schreven in hun dagboek. „Van slechts vijf klasgenoten weet ik dat zij de oorlog overleefden.”

Derde klas lyceum van het Joods Lyceum Rotterdam, schooljaar 1941-1942. Carry Ulreich is omcirkeld. Esther van Vriesland is het meisje schuin voor Carry, van wie alleen het voorhoofd te zien is. Op de voorste rij zit Simon Hornman, met schooltas op tafel (derde van links).
Derde klas lyceum van het Joods Lyceum Rotterdam, schooljaar 1941-1942. Carry Ulreich is omcirkeld. Esther van Vriesland is het meisje schuin voor Carry, van wie alleen het voorhoofd te zien is. Op de voorste rij zit Simon Hornman, met schooltas op tafel (derde van links). Foto Yolanda Hornman

Het is een vondst die historisch onderzoeker Anne Schram veel nieuwe inzichten en aanknopingspunten biedt: de klassenfoto van de ‘derde klas lyceum’ van het Joods Lyceum Rotterdam uit het schooljaar 1941-1942. Het is de klas van de twee Joodse dagboekschrijfsters Carry Ulreich en Esther van Vriesland. Esther werd vermoord in Auschwitz, Carry overleefde de oorlog en noemde zich later ‘de Rotterdamse Anne Frank’.

Komende maandag is het precies tachtig jaar geleden dat het Joods Lyceum werd opgericht. De gemeente nam dat initiatief nadat de Duitse bezetter Joodse leerlingen de toegang had ontzegd tot hun eigen scholen, een maatregel die meteen na de zomervakantie van 1941 inging.

Volgens Schram was er in de geschiedschrijving tot nu toe nauwelijks aandacht voor de school. „Veel Joodse lycea hebben iets van een herdenkingspublicatie, een boek, site of plakkaat. Het Joods Lyceum in Rotterdam heeft niets.”

Lees ook dit artikel: Leerlingen brengen ‘lege’ namen Erasmiaans Gymnasium tot leven

Schram probeert de namen van alle leerlingen van het Joods Lyceum te achterhalen – inmiddels weet ze er 75 van de 150. Dit onderzoek ligt in het verlengde van haar project ‘Erasmiaanse Namen’, waarbij leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium onderzoek doen naar de oorlogsslachtoffers van hun school. „Veel Joodse leerlingen van het Erasmiaans moesten naar het Joods Lyceum. De geschiedenis van het Joods Lyceum is dus óók de geschiedenis van het Erasmiaans.”

Het Joods Lyceum, gevestigd aan de Speelmandwarsstraat 7 in Kralingen, heeft zo’n anderhalf jaar bestaan. In juli 1942 begon de Duitse bezetter met het deporteren van de Rotterdamse joden. Velen van hen probeerden onder te duiken of te emigreren. In maart 1943 zaten er door de deportaties en onderduik nog maar twaalf leerlingen op de school. In mei dat jaar werd het Joods Lyceum opgeheven.

Schram richt zich voornamelijk op de klas van Esther en Carry. Zij hielden, net als veel andere meisjes in die tijd, een dagboek bij. Ze begonnen er kort na hun vijftiende verjaardag mee. Schram ontdekte via de dagboeken dat zij bij elkaar in de klas hadden gezeten.

Dreiging

Het schoolleven ging in oorlogstijd gewoon door, zegt Schram. „Er worden grapjes gemaakt, ze maken spiekbriefjes, in de pauze lopen ze soms naar de Goudsesingel om wat lekkers te kopen.”

Tegelijkertijd komt de dreiging van de oorlog steeds dichterbij. Dat zijn de twee werelden die samenkomen, zegt Schram. „Aan de ene kant de Duitse machinerie die heel effectief is opgetuigd met als doel de Joden te vermoorden, aan de andere kant een klas met onschuldige vijftienjarige kinderen, die zich nog niet bewust zijn van wat er speelt.”

Het donkere schoolgebouw links, aan de Speelmandwarsstraat 7 in Kralingen, werd in november 1941 in gebruik genomen als Joods Lyceum. Foto Stadsarchief Rotterdam

Beetje bij beetje krijgt ze een beeld van de klas. Cruciaal daarbij is de klassenfoto waar ze op stuitte. Esther schrijft in haar dagboek over klasgenoot ‘Simon H.’ met wie ze een potje schaakte. Het blijkt om Simon Hornman te gaan. Die ontsnapte in 1943 uit Westerbork. „Fluitend was hij het kamp uitgelopen”, zegt Schram. Hij overleed vorig jaar november, een paar weken nadat Schram haar onderzoek was begonnen. Ze kwam in contact met zijn dochter, die de foto in bezit had. Simon zit bij de klassenfoto op de voorste rij, met schooltas op tafel.

Lees ook dit artikel over Carry Ulreich: Geen Anne Frank, maar dit dagboek is ook heel bijzonder

Schram kwam er, door foto’s uit Carry’s dagboek, snel achter wie Carry is: ze zit centraal in de klas, met donkere blouse en lichte broche. Ze weet nu ook zeker wie Esther is: het meisje schuin voor Carry, van wie alleen het voorhoofd zichtbaar is.

Schram kon dit vaststellen aangezien ze het lachende meisje naast Esther kon identificeren: ‘Sera’, de vriendin van Esther. Tot nu toe was niet bekend wie deze Sera geweest moet zijn. In Esthers dagboek vond Schram een aanknopingspunt: Sera’s verjaardag was 20 mei. Dit kon alleen Saartje Sloves zijn, ontdekte ze. Zij werd vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Haar zus overleefde de oorlog wel en kreeg twee dochters.

Met een van hen had Schram vorige week contact. „Ze had thuis een foto van Saartje waarop zij sprekend lijkt op het lieve glimlachende meisje in de klas.” Daarmee kon Schram ook Esther identificeren, die in haar dagboek schrijft dat zij naast Sera zat.

Binnen twee jaar na het maken van deze foto zijn veel kinderen vermoord, zegt Schram. „Van slechts vijf klasgenoten van Carry en Esther weet ik dat zij de oorlog overleefden. Onder hen zijn Simon Hornman en Carry zelf.”

Kindertransporten

Inmiddels kan Schram tien leerlingen op de foto identificeren. Een van hen is de jongen met bril op de voorste rij. Het is Victor Emanuel van Vriesland, de achterneef van dichter en criticus Victor Emanuel van Vriesland. De jongen werd mei 1943 gearresteerd in Rotterdam, ging naar Kamp Vught en moest kort erop mee met een van de Kindertransporten naar Sobibor. Daar werd hij vermoord, 15 jaar oud. „Voor zover bekend is dit de enige foto van hem die bewaard is gebleven.”

Uiteindelijk wil Schram haar onderzoek verwerken in een toneelstuk voor middelbare scholieren in Rotterdam. „Wat het betekent dat je van school moet, dat je je fiets moet inleveren, dat je niet meer met de tram mag. Niets brengt de oorlog zo dichtbij als je leeftijdsgenoten in je eigen stad.”