‘We stevenen rechtstreeks af op een zorginfarct’

Corona Ziekenhuizen slaan alarm: de druk op de zorg is op sommige plekken bijna onhoudbaar. NRC sprak mensen die in de zorg werken.

De Covid afdeling van de intensive care in het ZGT ziekenhuis in Almelo.
De Covid afdeling van de intensive care in het ZGT ziekenhuis in Almelo. Foto Kees van de Veen

Vijf Limburgse ziekenhuizen kunnen geen coronapatiënten meer opnemen. „We stevenen rechtstreeks af op een zorginfarct en het hele systeem loopt vast”, schrijven ze in een noodkreet aan het kabinet. De ziekenhuizen waarschuwen dat „andere delen van Nederland binnenkort zullen volgen”.

Er lagen dinsdag 1.647 Covid-patiënten in 80 ziekenhuizen in Nederland. Tijdens de piek van de eerste coronagolf waren dat er 4.200, maar toch loopt de zorg weer vast. Dat komt doordat de meeste gewone zorg doorgaat, dat was tijdens de eerste twee coronagolven niet zo. Bovendien is het ziekteverzuim in de zorg hoog: gemiddeld 10 procent. Het probleem is voorlopig niet opgelost. Chirurg Jaap Bonjer (Amsterdam UMC): „Vorig jaar hadden we 14.000 vacatures in de zorg, volgend jaar verwachten we er 75.000.”

Pol Stuart – Spoedeisendehulparts in het Franciscus Gasthuis & Vlietland in Rotterdam

‘De patiënt heeft anderhalf uur op een brancard in de ambulance gelegen, tot er een bed vrijkwam’

Deze week was er tijdens een van de avonddiensten van Pol Stuart een Covid-patiënt die thuis werd opgehaald omdat hij het heel benauwd had. De ambulance kwam bij de Rotterdamse spoedeisende hulp waar Stuart werkt, maar er was geen bed vrij. De patiënt heeft anderhalf uur op een brancard in de ambulance gelegen. Met een ambulanceverpleegkundige en zuurstof, dat wel. „Toch is dat niet prettig voor de patiënt en het betekent ook dat die ambulance anderhalf uur lang nergens anders heenkan.”

Zie daar het ‘zorginfarct’, zegt Stuart, werkzaam in het Franciscus Gasthuis & Vlietland. Normaal is een ambulance gemiddeld zeventig minuten bezig, van de 112-melding tot de patiënt is afgeleverd bij het ziekenhuis. Die avond zeventig plus negentig minuten.

Dus een oude vrouw van 81 die thuis is gevallen en op dat moment 112 belt, kan drie kwartier moeten wachten tot een ambulance komt. Stuart: „En dat is dan weer geen levensbedreigende situatie, dus we vragen aan díé ambulance of hij naar een ander ziekenhuis kan want wij zitten vol.”

Waarom ligt de spoedeisende hulp, de SEH, vol? Dat is, vertelt Stuart, omdat de beddencoördinator van het hele ziekenhuis zegt: er is geen plek meer en een SEH móét doorstromen, anders verstopt het. Wat doet Stuart als de beddencoördinator dat zegt? „Dan ga ik stevig aandringen. Dat is niet leuk maar ik doe het wel. ‘Heb je voor deze oude vrouw misschien plek op de gynaecologie? Bij urologie? Bij de dialyse?’ Mijn kortetermijndoel is om deze patiënt in een bed onder te brengen. Die krijgt dan geen slechte zorg maar wel minder goed dan op de afdeling waar ze eigenlijk thuishoort.”

Belangrijk om te weten, benadrukt Stuart, is dat echt acute, ‘instabiele’ patiënten met een hersen- of hartinfarct wel altijd worden opgenomen. En dat er in de regio Rijnmond een afspraak met huisartsen is dat zij nooit meer dan drie ziekenhuizen hoeven te bellen. „Daarna wordt de patiënt óns probleem.”

Lees ook dit interview met twee corona-adviseurs: ‘Het kabinet denkt steeds: het is bijna over. Nee dus’

Bart Bruijn – Huisarts in Streefkerk

‘Het is pappen en nathouden. Ik word er oprecht wanhopig van’

Huisarts Bart Bruijn heeft er net een huisbezoek-ronde opzitten als hij de telefoon opneemt. Elke dag bezoekt hij alle „zorgwekkend zieke” Covid-patiënten uit zijn praktijk in het Zuid-Hollandse Streefkerk. Vandaag was dat er één, maar acht per dag is niet uitzonderlijk. Hij wil het ziekteverloop in de gaten houden. „Tussen dag zeven en dag twaalf kan iemand enorm achteruitgaan. En na die tijd moet iemand opknappen. Zo niet, dan moet je ingrijpen. Dáárom zie ik ze iedere dag.”

Bart Bruijn heeft een speciale jas, waar alles inzit: thermometers, saturatiemeters. Die jas trekt hij buiten aan. Binnen kan hij – behalve meten – niet zoveel. „Ik kan antibiotica voorschrijven bij een secundaire infectie.” Maar, met het gevaar zichzelf ten onrechte een veer in zijn reet te steken, zegt hij: „Ik geloof dat je met zo’n dagelijks bezoek stress kunt wegnemen. Stressreductie helpt een patiënt ook.”

Bruijn heeft momenteel een „vloedgolf aan coronabesmettingen” in zijn praktijk. De eerste rimpelingen zag hij weken geleden al. Eind augustus werden eerst de jongeren ziek. En nu, dat is nieuw, steeds meer kwetsbare patiënten óók. „Zij isoleerden zich in eerdere golven, maar raken nu wel besmet”, vertelt Bruijn. „Die mensen zie ik zorgwekkend ziek worden.”

Hoe de toenemende druk op de zorg er voor deze „dorpsdokter” uitziet? Mensen die steeds weer bij hem terugkeren, omdat het ziekenhuis hun ingrepen uitstelt. Hartpatiënten die wachten op een nieuwe hartklep, en heel kortademig zijn. Of mensen met versleten heupen en knieën met veel pijn. Hij kan pijn stillen, zorgen dat de hartpatiënt wat vocht kwijtraakt. En de fysiotherapeut kan proberen alle andere gewrichten wél optimaal te houden. „Het is pappen en nathouden.” Diepe zucht. „Ik word er oprecht wanhopig van.”

Daarnaast ziet hij dat ziekenhuizen zorg terugduwen. Een patiënt met een zere arm bijvoorbeeld, die bij Bruijn terugkeert met het verzoek om zijn zenuwen te onderzoeken. „Terwijl ik niet denk dat daarin het probleem zit.”

En dan zijn er nog patiënten die de zorg proberen te ontzien. „Mensen die veel te lang met pijn blijven rondlopen”, die Bruijn moet aanmoedigen om wel langs te komen. „Maar dokter, u hééft het al zo druk!”

Monique Michorius – Spoedeisendehulpverpleegkundige Zuyderland Ziekenhuis in Sittard

‘Er liggen soms mensen op de gang. Iemand die te ziek is voor een stoel in de wachtkamer, moet ergens liggen’

Hoe een zorginfarct eruitziet? Spoedeisendehulpverpleegkundige Monique Michorius (een van de ondertekenaars van de ‘noodkreet’ aan het kabinet) wam vorige week binnen voor haar avonddienst in het Zuyderlandziekenhuis in Sittard. „Er stonden zesentwintig mensen op het computerscherm.” Alle tien onderzoekskamers van de spoedeisende hulp waren bezet. In de wachtkamer zaten nog eens zestien mensen. En op de verpleegafdeling van het ziekenhuis, wist Michorius, was nog maar plek voor veertien nieuwe patiënten. Michorius: „En dat is dan pas het begin van je dienst. Je weet dat er nog meer mensen zullen komen. Maar je weet niet hoeveel.”

Behalve tien onderzoeksruimtes zijn er zes „bufferbedden” in Sittard. Al lagen er de afgelopen dagen zelfs mensen op de gang – soms wel vier tegelijk. Michorius: „Iemand die te ziek is voor een stoel in de wachtkamer, zul je toch ergens moeten neerleggen.”

Hoe dat kan? Alles kost meer tijd, zegt Michorius. Voor iedere Covid-verdachte patiënt moet zij zich van top tot teen verkleden. Bovendien is een spoedeisende hulp nu juist een plek waar patiënten moeten doorstromen, naar de verpleegafdeling, naar de IC, of naar huis. Maar ook verderop in het ziekenhuis loopt het vol.

Lees ook deze vier vragen over nieuwe coronamaatregelen: Het L-woord: virologen hebben het er weer voorzichtig over

En dus moet Michorius voortdurend bedden tellen. En rondbellen: zoeken naar plek in andere ziekenhuizen. „En als we dan een plek hebben gevonden, moet iemand nog vervoerd worden. Maar ambulancepersoneel is ook druk. En tot die tijd houdt iemand dus een bed bij ons bezet.”

Zieken en hun naasten kunnen dan ongeduldig worden. Of agressief. „De huisarts heeft ze doorgestuurd en erbij gezegd: ze staan voor je klaar. Nou, zo werkt dat dus niet.”

Zoeken naar ontspanning is lastig deze dagen, geeft Michorius toe. Buiten het ziekenhuis wordt zij, net als iedereen, ook voortdurend met de pandemie geconfronteerd. Dan stapt ze de supermarkt binnen en ziet ze mensen zonder mondkapje. Haar stem schiet omhoog: „Zo frustrerend is dat.”