Als een collega kanker heeft, zeg dan niet: de sigarenboer is overleden aan een tumor

Japke-d. denkt mee Hoe ga je om met een collega die kanker heeft, wilde weten. Ze vroeg het iemand die weet hoe het voelt.

Illustratie Tomas Schats

Soms lees je een boek en dan zit er zó veel in, dat je even niet weet waar je moet beginnen als je er over wil vertellen. Dat had ik met het boek Dwars door alles heen – Levenslessen van een manager die door ziekte beter wordt. Het is het verhaal van Jeroen Mol, operationeel directeur van de vakantieparken van Landal GreenParks. Hij beschrijft erin wat er gebeurde toen hij vijf jaar geleden te horen kreeg dat hij darmkanker had, geopereerd moest worden, daarna terugkwam op zijn werk en juist dóór zijn ziekte een betere manager werd.

Toen ik het las, wilde ik zijn tips meteen delen. Tips waar je ook veel aan hebt als je geen kanker hebt. We nodigden hem uit voor de podcast die ik maak en praatten anderhalf uur – toen hadden we een mooi overzicht.

Maar daarna dacht ik: moet ik niet eerst proberen op te schrijven hoe je omgaat met een collega die kanker heeft? Volgens mij wordt daar weinig over gepraat op het werk. En dat terwijl rond de 115.000 mensen per jaar (!) te horen krijgen dat ze kanker hebben, en er op dit moment zo’n 800.000 ‘overlevers’ zijn die er nog elke dag mee te maken hebben.

Datzelfde geldt uiteraard voor al dat andere leed dat collega’s overkomt – een miskraam, het overlijden van naasten, of als er geen goede vooruitzichten zijn bij ziekte – er zijn zoveel collega’s die je nodig hebben. Wat zég je tegen ze, hoe kun je ze het beste steunen?

En dus vroeg ik Jeroen Mol of ik hem opnieuw mocht interviewen. Als iemand weet hoe het voelt, is hij het.

Hij wilde het best proberen, zei hij. Hij waarschuwde me wel dat er geen blauwdruk of script voor bestaat, maar wilde best adviezen geven. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben.

Maak het allereerst, zegt hij, niet te ingewikkeld als een collega kanker heeft. Denk dus niet dat je dan zware, literaire peptalks voor ze moet houden met inspirerende vergezichten. Een welgemeende ‘wat rot voor je’, ‘ik heb je gemist’, ‘wat fijn dat je er weer bent’ of ‘wat erg wat je allemaal overkomen is’ maakt vaak juist veel meer indruk. Als het maar gemeend is en oprecht en, mogelijk nóg belangrijker: als je er maar íéts over zegt.

Jeroen Mol schrijft in zijn boek dat bijna niemand hem, toen hij 4,5 maand na zijn operatie voor het eerst weer op z’n werk kwam, vroeg hoe het ging. „Daardoor voelde het alsof het leven was doorgegaan zonder mij, en kreeg ik een heel verloren gevoel.”

Dat lag overigens ook aan hemzelf, zegt hij. „Ik had me veel beter moeten voorbereiden, misschien een moment moeten organiseren voor een aantal collega’s om te vertellen wat er gebeurd was. Maar als toen iemand had gezegd: ‘wat erg wat je allemaal overkomen is’, had dat al een wereld van verschil gemaakt.”

Een mooie kaart krijgen is ook heel fijn, zegt Mol. Fruitmanden en bloemen ook hoor, maar een kaart met ‘ik ben me kapotgeschrokken’ doet je misschien nog wel meer.

Wat je beter niet kunt doen? Een collega met kanker naar allerlei medische details vragen, adviseert Mol. Of het een kijkoperatie was bijvoorbeeld, of hij chemo heeft gehad, een ritssluiting of drie gaatjes, of hij bestraald is of al die andere zaken met lichaamssappen en zakken urine aan het ziekenhuisbed – doe maar niet.

Net als over iemand anders beginnen die je kent met kanker – dat is ook niet zo verstandig. Dus de categorie ‘de vrouw van de sigarenboer is net overleden aan een hersentumor’. Daarmee neem je het gesprek van de patiënt over en ontneem je hem de persoonlijke aandacht die hij juist nu zo goed kan gebruiken.

‘Ik kan me voorstellen hoe je je voelt’ kun je ook beter niet zeggen. Wel als je écht weet hoe het voelt natuurlijk, maar anders liever niet. Ga verder liever ook niet zitten invullen – bijvoorbeeld dat de ander er vast niet over wil praten, of het vast te moeilijk zal vinden – en ga ook niet de tijd volpraten.

Een stilte is vaak veel beter als je even niet goed weet wat je moet zeggen of zeg dát: ‘ik weet even niet wat ik moet zeggen’ – elke kankerpatiënt snapt dat. Tranen in je ogen krijgen en hem even een kneepje in z’n arm geven voelt vaak ook veel meer als steun dan welk lang verhaal ook.

Maar het allerbelangrijkste is toch wel, zegt Mol: hou contact. Ook als de kanker ‘voorbij’ is: blijf informeren hoe het gaat. Natuurlijk niet elke vergadering of elke week, maar af en toe. Patiënten blijven vaak hun hele leven onder controle – hou daar aandacht voor.

Op die manier wordt kanker geen zwaar taboe waar niemand het meer over heeft, maar iets wat bespreekbaar blijft, iedereen kan overkomen en waar iedereen steun bij nodig heeft.

Maar.

Wat doen we nou met al die tips van Jeroen Mol waarmee hij juist dóór kanker een betere manager geworden is?

Als jullie dat interessant vinden, schrijf ik daar een volgende keer over.

Laat maar weten!

Hoe was jouw week? Tips voor Japke-d. Bouma via @Japked op Twitter.

Dit waren de Parels op Twitter deze week