Vaders met een depressie: ‘Ik was niet klaar voor het vaderschap, maar er was geen weg meer terug’

Ouders Niet alleen vrouwen kunnen een depressie krijgen na de geboorte van hun kind, ook mannen overkomt het. „De komst van een baby kan voor vaders net zo ingrijpend zijn.”

Illustratie Marit Dekker

Toen zijn dochter geboren werd, was Jan Chris Kuipers (55) in de zevende hemel. Hij weet nog goed dat hij boodschappen ging doen en bijna door de gangpaden zweefde. Maar toen zijn vriendin en dochter na vijf dagen in het ziekenhuis naar huis kwamen, werd alles anders. Hij werd prikkelbaar, had een erg kort lontje en „kon geen huiltje hebben”. Dan sliep hij weer een paar dagen bij zijn ouders, dan weer een week bij zijn schoonouders – alles om het huis te ontvluchten. Toen hij op een dag met zijn dochter in de armen stond en dacht: wat als ik haar nu op de plavuizen laat vallen, wist hij dat hij hulp moest zoeken. Voor de psychiater op de crisisdienst was het meteen duidelijk: een postpartum depressie.

Een man die na de geboorte van zijn kind een depressie krijgt – Jan Chris Kuipers had er nog nooit van gehoord. Toch krijgt 5 tot 10 procent van de mannen een postpartum depressie (PPD), bij vrouwen is dat 10 tot 15 procent. Maar veel onderzoek naar mannen met een PPD is er nog niet gedaan, zegt Mijke Lambregtse-van den Berg, psychiater bij het Erasmus MC en oprichter van het Landelijk Kenniscentrum voor Psychiatrie en Zwangerschap. Dit komt onder meer omdat alle methodes om een PPD vast te stellen, zijn ontwikkeld voor de moeder. „En ook in de zorg gaat nog weinig aandacht naar de vaders”, zegt Lambregtse. „Verschillende ziekenhuizen, zoals het Erasmus MC, hebben poli’s voor zwangeren met psychiatrische problematiek, maar daar kunnen alleen vrouwen terecht.”

Hoewel het enerzijds begrijpelijk is dat de zorg rondom de zwangerschap zich voornamelijk op de moeder richt, wordt het echt tijd om ook meer aandacht te besteden aan de psychische klachten van de vader, vindt Lambregtse. „De komst van een baby kan voor vaders net zo ingrijpend zijn. Zij voelen zich verantwoordelijk voor hun net bevallen vrouw, hun net geboren kind, moeten het huishouden draaiende houden en ook nog blijven presteren op het werk. Daardoor is het lastiger om toe te komen aan hun eigen emoties.”

Het bleek niet zomaar een „kuttijd”, zoals hij eerst dacht

Donkere tunnel

De heftigheid van het vaderschap overviel ook Jan Chris Kuipers. Er speelde op dat moment veel in zijn leven. Hij en zijn vriendin hadden net een groot huis gekocht, het marketing- en communicatiebedrijf waar hij werkte ging failliet en een vriend had onlangs zelfmoord gepleegd. „Toen mijn dochter geboren werd, kwamen alle emoties die ik had weggestopt omhoog. Het was alsof ik er niet meer omheen kon. Ik was vader, dus nu moest ik wel met al mijn problemen dealen.”

Een kind krijgen is zo definitief, zegt hij. „Ik was er niet klaar voor, maar er was geen weg meer terug. Het voelde alsof ik in een donkere tunnel zat, waar ik voor altijd in zou blijven zitten.”

Ook een 43-jarige ambtenaar van de gemeente Rotterdam kreeg een depressie na de geboorte van zijn kind. Hij wil niet met zijn naam in NRC, omdat „collega’s dan gaan denken dat ik me aanstel of aandacht wil”. Toen hij zijn zoon van drie maanden oud meenam naar Diergaarde Blijdorp, ging het mis. „Plotseling besefte ik dat mijn zoon al net zo vaak naar de dierentuin was geweest als ik in mijn hele leven. Mijn onveilige jeugd met weinig liefde kwam naar boven.” Na die dag trok hij zich terug, trok steeds vaker een biertje open en zat elke avond te netflixen, verstopt in zijn hoodie. Het bleek niet zomaar een „kuttijd”, zoals hij eerst dacht. Na het lezen van een artikel zocht hij contact met Mijke Lambregtse, die meteen de symptomen van een postpartum depressie herkende.

De oorzaak van een PPD is zelden de komst van een kind alleen, vertelt Lambregtse. „De relatie met je partner verandert, je krijgt minder slaap en je moet het ouderschap zien te combineren met je werk. En dan is er ook nog de genetische factor die je kwetsbaar kan maken voor een depressie. Dit geldt voor mannen én vrouwen.”

Ook de symptomen zijn bij mannen en vrouwen nagenoeg gelijk: somberheid, minder kunnen genieten, weinig energie, slaap- en concentratieproblemen en schuldgevoelens. In die zin wijkt een postpartum depressie niet veel af van een gewone depressie. Een PPD behandel je dan ook vaak hetzelfde, zegt Lambregtse: met leefstijladviezen en zo nodig psychotherapie en/of medicatie.

Bij een PPD worden ook hormoonschommelingen genoemd als oorzaak. Definitief wetenschappelijk bewijs is er daarvoor (nog) niet, maar „het is wel aannemelijk dat hormonen invloed hebben”, zegt Lambregtse. „De hormoonhuishouding verandert bij vrouwen aanzienlijk na de geboorte. En ook bij mannen gaat het testosteronniveau omlaag en neemt de hoeveelheid oxytocine toe.” Oxycotine wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd, dat onder meer het hechtingsproces met de baby bevordert.

Toch zijn er ook verschillen. „Krijgt de vrouw een PPD, dan is het risico bij de mannelijke partner om ook een depressie te ontwikkelen groter dan andersom.” Bij vaders spelen relationele problemen of veranderingen in de relatie na de geboorte van het kind, zoals minder intimiteit, vaak een belangrijke rol bij een PPD.

Verder ontstaat een PPD bij moeders vaak een maand na de bevalling, en bij vaders tussen de drie en zes maanden, zegt Lambregtse. Hoe dat komt is nog niet duidelijk, maar ze heeft wel een vermoeden. „Na de bevalling is er eerst aandacht voor het welzijn van de moeder. Als zij is hersteld, komen de gevoelens bij de vader pas aan de oppervlakte. Bovendien zijn mannen eerder geneigd hun negatieve gevoelens op te kroppen en te vluchten in werk, sport of middelengebruik, waardoor ze misschien later door het ijs zakken.” Terwijl op tijd hulp zoeken bij een depressie essentieel is om beter te worden, zegt ze.

Illustratie Marit Dekker

Twijfelen aan jezelf

Maar ook mét een diagnose worden mannen met een PPD niet altijd serieus genomen door hun omgeving. Dat merkte Niek Schoonbrood (35) bijvoorbeeld. Na een heftige, premature bevalling, waarbij hij bijna vrouw en zoon verloor, kreeg hij psychische klachten. Hij voelde zich machteloos, „heel erg down”, en sloeg door in de hygiëneregels die hij op de neonatale intensive care had aangeleerd: ook thuis begon hij alles continu te ontsmetten.

Via het prematurennazorgbureau werd hij doorverwezen naar een psycholoog, die de diagnoses PPD, dwangstoornis en posttraumatische stressstoornis stelde. Hij meldde zich ziek op zijn werk bij een telecombedrijf, maar werd uitgelachen door de bedrijfsarts. „Hij had nog nooit van een man met PPD gehoord. Sommige collega’s snapten het ook niet. Ze vonden het maar raar en waren me liever kwijt dan rijk.” Je gaat twijfelen aan jezelf, zegt Schoonbrood: „Is het wel echt iets wat ik heb, of stel ik me aan?”

Steun op zijn werk had hem kunnen helpen, zegt hij. „Het is al heel moeilijk om zélf te accepteren dat je een postpartum depressie hebt. Je wil het het liefst negeren en blijven bikkelen. Toegeven dat je niet de vader en man kunt zijn die je wilt zijn, is een grote deuk in je trots.”

Voor moeders die van hun roze wolk vallen, is gelukkig steeds meer begrip. Maar voor mannen die worstelen met hun vaderrol moet ook meer aandacht komen, zegt verloskundig opleider David Borman. Hij geeft cursussen aan aanstaande vaders en aan zorgprofessionals, zoals verloskundigen. Vaders krijgen daar praktische tips, zoals wat je kunt doen tijdens de bevalling, en ze kunnen hun onzekerheden en angsten over het vaderschap delen. Aan verloskundigen en verpleegkundigen leert hij hoe ze vaders kunnen benaderen, en hun aandacht niet alleen maar te richten op de moeder.

„Neem de afspraken op het consultatiebureau. Daar zit de moeder tegenover de behandelaar, terwijl de vader er letterlijk een beetje bij hangt”, zegt Borman. „Natuurlijk is het ook aan de vader om vragen te stellen en zich voor te bereiden op de komst van het kind, maar de drempel is nu erg hoog om hulp te vragen.”

Als vaders meer aandacht en betere voorlichting zouden krijgen, zou het vaderschap hen minder overvallen, denkt Borman. Én ze zouden eerder aan de bel durven trekken bij depressieve klachten. „Tijdens mijn cursussen zie ik dat mannen de eerste periode met een kind onderschatten. En vervolgens ben je ‘een watje’ als je het vaderschap niet aankan en hiervoor uitkomt.”

Lees ook: Het vergt durf: een vader die parttime werkt

Dagboek voor mannen

Bij de haptotherapeut leerde Jan Chris Kuipers „angst, verdriet en woede te voelen” in plaats van alles rationeel te benaderen. „Ik was alleen maar bezig met overleven, geld verdienen en me zorgen maken over wat anderen van me vonden. In de therapie leerde ik dat ik bang was om mijn gezin kwijt te raken en alleen over te blijven.” Het duurde nog jaren voordat hij echt herstelde. Fulltime werken bij grote organisaties ging niet meer, banen als postbezorger en klantenservicemedewerker volgden. Onlangs heeft hij een opleiding tot haptonoom afgerond.

„De depressie heeft me veranderd”, zegt Kuipers. „Ik neem minder initiatief en het vrije gevoel om nieuwe dingen te doen, ergens gewoon in te duiken, is na de geboorte van mijn dochter niet echt meer teruggekomen. Maar ik ben ook een veel aardiger, gevoeliger en socialer man geworden. Ik heb het leven opnieuw moeten uitvinden.” Hij heeft, zegt hij, een open en sterke band met zijn dochter.

Ook voor de Rotterdamse ambtenaar bleek haptotherapie de weg naar herstel. „Tijdens de depressie dacht ik nooit meer een kind te willen. Maar nu ben ik gelukkig toch weer vader geworden.” Niek Schoonbrood werd dankzij psycho- en traumatherapie weer langzaam de oude. Hij werkt niet langer als manager bij het telecombedrijf, maar is nu treindienstleider. Op zijn nieuwe werk weet bijna iedereen van zijn moeilijke tijd af.

„Het delen van mijn ervaring met anderen heeft mij het meest geholpen”, zegt Schoonbrood. „Dat wil ik ook tegen andere mannen zeggen. Praat erover of schrijf alles op in een dagboek. Dat laatste klinkt misschien heel vrouwelijk, maar het helpt.”