Opinie

Facebook kan ON nog wat online mores leren

Karel Smouter

Drie van de vijf Nederlanders vinden sociale media een verrijking en een kwart ziet het als een verarming, zo konden we leren uit onderzoek dat Netwerk Mediawijsheid vorige maand liet uitvoeren onder zo’n 1000 Nederlanders. Toch zou 45 procent, als dat zou kunnen, best terug willen naar een wereld zonder sociale media. Dat zijn er méér dan de 42 procent die daar niet aan moet denken.

Volgens de onderzoekers heeft dit alles met de heersende online omgangsvormen te maken. Maar liefst 82 procent vindt dat die beter moeten en slechts twaalf procent stelt zich er tevreden mee. De lijst online ondeugden die de onderzoekers noemen is lang en, tsja, nogal Engelstalig. De onderbuik van het internet lijkt althans vooral Engels te spreken.

Tien procent van de Nederlanders zou wel een met cyberbullying te maken hebben gehad, negen procent met sock puppeting, dat iemand zich online voordoet als iemand anders, en drie procent met shame sexting, ofwel het zonder jouw toestemming verspreiden van seksueel getinte informatie of beelden. Vijf procent ondervond doxing, vier procent werd gecanceld.

Op basis van dit onderzoek roept het netwerk in een bijbehorend pamflet overheden en platforms op om de online mores duidelijker te maken en beter te handhaven.

Nu heeft dit soort oproepen altijd tegelijk iets grotesks en futiels over zich. Alsof Zuckerberg zich iets gelegen laat liggen aan een Week van de Mediawijsheid (dit jaar van 5 tot en met 12 november). Je kunt bovendien ook stellen dat grote techbedrijven als Meta allang mediawijs zijn. Zie bijvoorbeeld de serie onthullingen over wat dit bedrijf allemaal al te weten kwam over zijn gebruikers. Ze lijken hoogstens niet te weten waar te beginnen bij het temmen van het monster dat ze hebben geschapen.

Intussen zijn de moderatie-mechanismen op deze platforms verder ontwikkeld dan het wervingsbeleid van toezichthouders bij onze eigen Publieke Omroep. Twitter heeft de accounts van toezichthouder Mulder al meermaals verwijderd, bij Ongehoord Nederland (ON) zit deze zelfverklaarde islamofoob gewoon op zijn plek. Het is dan ook niet voor niets dat Arnold Karskens, de oprichter van ON, Hilversum als vluchtheuvel voor zijn ressentiment ziet. „Bij de publieke omroep mag je zeggen wat je wilt, dat is op internet niet meer het geval”, zegt hij bijvoorbeeld in één van zijn filmpjes.

En terwijl de NPO na de onthullingen in NRC over een ON-toezichthouder die een denktank leidt die druipt van het antisemitisme eerst „in gesprek” wilde met ON en maar weer eens een onderzoek bestelde bij het Commissariaat voor de Media, had hostingbedrijf Greenhost minder tijd nodig. De website van deze denktank ging afgelopen vrijdag uit de lucht.

Ik wil maar zeggen: het is misschien niet helemaal eerlijk om alleen naar die grote boze platforms te wijzen. Dat zien de respondenten uit het onderzoek naar online omgangsvormen overigens ook: 40 procent noemt gebruikers als eerst verantwoordelijke, tegenover 29 die vooral naar de platforms wijst.

Ook een beter internet begint bij onszelf. Je hoopt dat een nieuwe generatie internetgebruikers méér dan slechts een Week van de Mediawijsheid krijgt voorgeschoteld om zich in deze deugden te bekwamen. Al zijn ze al snel wijzer dan wij.