Opinie

NRC zoekt met klimaat een weg tussen ‘catastrofisme’ (1971) en wensdenken

De ombudsman

Dat was een fijne foto van minister Jan Pronk die peinzend zijn tuinpad afloopt, loodgieterstas in de hand en uitgezwaaid door zijn echtgenote. Ongetwijfeld werd het weer een lange dag in het kabinet-Den Uyl (1973-1977), misschien nachtwerk.

NRC bracht de foto zaterdag in een artikel over een expositie van NRC-staffotograaf Vincent Mentzel, ter gelegenheid van diens 75-ste verjaardag. Een herinnering aan de kracht van fotojournalistiek, die veel meer is dan ‘beeld’ bij tekst. Ook netjes dat het bijschrift werd gecorrigeerd, want Pronk woonde in 1977 niet in Capelle aan den IJssel maar in Krimpen aan den IJssel. Dichtbij, maar toch echt andere plaatsen – met een heuse rivier ertussen.

Ik vond het tafereel van de noeste werker voor spreiding van kennis, macht en inkomen (in die volgorde) ontroerend, het zal de leeftijd zijn. Toch kwam die ook objectief gezien op een goed moment om het journalistieke geheugen te prikkelen: in de eerste plaats omdat het ecologische crisisbesef, net als toen, weer dominant is. Ten tweede omdat lezers sinds vorige week volop terug kunnen bladeren door die jaren zeventig. Het leeuwendeel van de edities van NRC Handelsblad vanaf 1970 is nu online in te zien en te doorzoeken (nog niet helemaal, het is werk in uitvoering).

Het is een moment om even bij stil te staan. Wie zoals ik graag wil pootjebaden in het Gutenberg-universum, dat vervlogen offline tijdperk van informatie-schaarste, raad ik dwalen in dit krantenarchief van harte aan. Het verleden is tenslotte niet alleen een vreemd land, zoals historici zeggen, het is ook een oude krant. Herkenbaar én ver weg.

Al is het maar omdat je bij dat dwalen zomaar kan stuiten op de melancholieke klimaatbeschouwing die de latere hoofdredacteur Wout Woltz eind 1971 wijdde aan de onheilstijdingen van de Club van Rome. Het is een lang stuk (nu: ‘essay’), met een recht-voor-zijn-raap-kop die gevoel voor clickbait verraadt: Zijn we nu allemaal gek geworden? Ook de aanhef is typisch Woltz, een stilist met een pen gedoopt in Britse ironie: „Er zijn toch ook mooie dingen in het leven. Dat is waar, maar het worden er minder.”

Daarna volgt een sombere overpeinzing over de ramp die de Aarde te wachten staat. In de geest van Malthus wordt als remedie genoemd dat de bevolkingsgroei „krachtig” moet worden „beteugeld”, en dan „in de eerste plaats in de ontwikkelingslanden”. Hoe dan ook: iedereen moet inleveren. Woltz ziet het niet gebeuren, want „technisch, rationeel kan er veel gered worden. Maar zal de mens het mentaal halen?”

Misschien goed dat Greta Thunberg er nog niet was om in de brievenrubriek „bla, bla” te roepen tegen dit liberale defaitisme. Maar het laat wel zien dat de Aarde deze redacteur een zorg was.

Inmiddels maakt de hele krant een prioriteit van klimaatverandering. De lijn van de hoofdredactie daarbij is: wegblijven bij ‘catastrofisme’ (en uiteraard van blinde ontkenning), maar feitelijk en kritisch onderzoek doen naar effecten en systeemveranderingen. Het is te merken, van de Glasgow-top tot een reportage over leven en dood met olie in Irak.

Daarmee lost de krant ook een belofte in. Toen in juli een concept-rapport van het IPCC uitlekte klommen activistische lezers hoog in de pen om te klagen dat daar geen aandacht aan werd besteed. Dat was omdat het nog maar een concept was; van ‘wegkijken’ was geen sprake.

Misschien eerder van staren, vinden weer andere lezers. Want maakt alle accent op klimaat niet té somber? Ik vind de berichtgeving evenwichtig én onrustbarend: dat zijn de feiten ook. Toch begrijp ik de beduchtheid voor doemdenken, zoals die over het effect ervan op kinderen, die van Jeugdjournaal tot VN mentale klimaatbelasting betalen.

Krantenlezers leven tussen vrees en hoop, tussen de wens om te weten wat er misgaat (en waarom) én de behoefte aan oplossingen. Een lezer uitte bij mij zijn onrust over het „continu tegels lichten” in NRC. Ondermijnt dat niet het vertrouwen van burgers? Hij zou graag zien dat onderzoeksjournalistiek zich ook richt op het „oplossen van problemen’’.

Niet vreemd, die behoefte aan uitzicht, zeker niet als het gaat om een onderwerp als klimaat.

Maar je kunt ook denken: juist kritische, onderzoekende journalistiek draagt bij aan maatschappelijk vertrouwen. Dat hoef je niet eens ‘constructieve journalistiek’ te noemen, waar vaak smalend over wordt gedaan, met name door journalisten, onder het motto: wij zijn er voor het blootleggen van problemen, niet voor de oplossingen. En inderdaad, journalisten moeten zich laten leiden door feiten, niet door wensdenken of programma’s.

Toch is dat ook een valse tegenstelling. Professionele journalistiek die meer wil bieden dan ophef en vertier is tenslotte geen hobby maar een publieke dienst. Wie uitzoekt waarom de controle op toeslagen ontspoort, of hoe het kan dat moskeeën heimelijk worden gecontroleerd, die wil – al is het impliciet – bijdragen aan het voorkomen van herhaling.

Hoe doe je dat met klimaat? Allereerst met feitelijk onderzoek. Maar ook met het aansporen tot analyses voorbij het binaire denken over ondergang óf terug naar ‘de natuur’. Opinie plaatste al eens een geruststellend pleidooi van ‘techno-optimisten’. Maar ja, dat is het omgekeerde van doemdenken: blind vertrouwen.

Nuttiger is dan een column zoals die van Louise Fresco, die wees op de noodzaak om meer te innoveren (ook opgenomen in het Commentaar). De oproep doet denken aan die foto van Pronk. Hij ging aan de slag, want de situatie was dan wel hopeloos, maar niet zorgelijk. Zijn huis stond tenslotte nog overeind, zij het in Krimpen en niet in Capelle.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.