Recensie

Recensie Boeken

Wanneer schrijf je me weer eens een brief?

Kinderboek Gerda Dendooven maakte een mooi prentenboek dat je van voor naar achter kunt lezen én van achter naar voor, waarin ze bovendien het gevoel van gemis ten tijde van de coronalockdown vangt.

Illustratie Gerda Dendooven

De Vlaamse kunstenares en inmiddels (zeker in eigen land) gevierd kinderboekenschrijfster Gerda Dendooven schreef met De heen-en-weerbrief een mooi werk over gemis en brievenschrijven. Ze doet dit in een speciale vorm. Dat het boek in het Frans verscheen tijdens de hoogtijdagen van corona lijkt geen toeval.

Een man schrijft een vrouw een brief en de boodschap leest: ik mis je. Hoe gaat het met je? Mis je mij ook? Die brief laat zich zin voor zin lezen terwijl je de reis volgt die de knalgele enveloppe aflegt. Opgetild door de wind waait die over pagina’s. Als je de laatste pagina van De heen-en-weerbrief hebt omgeslagen, kun je het boek de andere kant op lezen. De laatste pagina wordt dan de eerste en we lezen de brief die de vrouw aan de man schrijft, het verhaal laat zich dus twee kanten op lezen: ‘Ik denk elke dag aan jou/ want ik mis je/ schrijf me snel en veel!’

Heen en weer lezen

Kreeftgedichten, ook wel retrogrades, gedichten die je heen en weer kunt lezen, voelen meestal wat gekunsteld aan. De vorm leest vaak als een trucje en dat trucje overheerst niet zelden zodanig dat de woorden geen indruk achterlaten. Dat is bij De heen-en-weerbrief van Dendooven niet het geval. Door haar unieke humoristische tekenstijl, waarbij ze vaak gebruikmaakt van archetypes, wordt de retrograde een avontuur.

We volgen de brief door verschillende culturen en alle seizoenen. We zien een spierwitte toerist met koffer en zonnebril op de voorgrond, op de achtergrond een bootje en een zon. De achtergrond is telkens summier neergezet. Dendooven plaatst vaak de mens centraal in haar werk en ook in De heen-en-weerbrief zien we dit terug. We komen langs vluchtelingen, het decor bestaat uit drie kleurrijke tentjes en een bootje op het water. Een kerstman trekt een kerstboom met zich mee, drie sparren in de bovenhoek en we zijn in Noorwegen. Dendooven speelt in De heen-en-weerbrief trouwens mooi met het gender van de archetypes die ze vaak in haar werk gebruikt om tot de kern te komen van een sfeer of gevoel. Het is écht 2020 in dit boek. De boef die we zien vluchten is een vrouw. Achter de buggy loopt een man.

Geprononceerde wipneuzen

De prenten zijn zeer dynamisch. De ronde en hoekige figuren met geprononceerde wipneuzen vliegen achter elkaar aan. Elk figuur zit de ander op de hielen, misschien zoals het virus ons op de hielen zat in de tijd dat Dendooven werkte aan dit boek. Misschien gewoon omdat het leven jachtig is. Opvallend is dat alles (behalve het brievenschrijven zelf op de eerste en laatste pagina) zich buiten afspeelt.

Onderaan elke pagina staat een simpele zin uit de brief, veelzeggend in zijn eenvoud: ‘Misschien is je brief wel zoekgeraakt/ daar ben ik bang voor/ of zou de postbode zich van huis hebben vergist?/ dat denk ik soms/ je bent me toch niet vergeten?/ het wachten duurt zo lang/ de weken kruipen voorbij en/ elke dag lijkt op de vorige.’ Dendooven raakt hiermee aan de kern van de coronatijd: ‘Ik maak me eigenlijk een beetje zorgen/ wanneer schrijf je me weer eens?/ Elke ochtend kijk ik uit naar je antwoord.’ Maar je kunt het evengoed lezen als een mooie liefdesverklaring. Het is maar welke kant je ermee op wilt.