Opinie

Pas op voor de trukendoos van Trump

In Europa

In september 2019, toen uitlekte dat president Trump zijn Oekraïense collega Zelensky alleen nog geld wilde geven als hij rottigheid zou opduikelen over Joe Biden en zijn zoon, zat Trumps Rusland- en Europa-adviseur Fiona Hill in het Verenigd Koninkrijk, bij haar moeder. Washington was in rep en roer. Iedereen probeerde Hill te bereiken: een president die zijn ambt misbruikt om zijn rivaal te vellen, hoe kon dat gebeuren? Wist zij meer?

Maar Hill was nagenoeg onbereikbaar. Haar moeder woonde in Bishop Auckland, een voormalig mijnwerkersplaatsje in het verre, vergeten noordoosten van het VK. Telewerken was onmogelijk. „De infrastructuur ontbrak, tenzij je geld had om die zelf te installeren. Mijn moeder kon dat niet betalen. Haar wifi, of wat ervoor doorging, functioneerde amper. Als ik wilde bellen, moest ik achterin de tuin op de composthoop gaan staan. Ik kon nooit al mijn e-mails binnenhalen. Zo miste ik het drama in de VS (...) waarover ik later moest getuigen in het Congres.”

Dezelfde Fiona Hill, de onbekende ambtenaar die met haar koele getuigenis tijdens de hoorzittingen voor Trumps impeachment eind 2019 in één klap wereldberoemd werd, heeft nu een interessant boek geschreven, There is Nothing for You Here, waarin ze beschrijft hoe ze als kansarme mijnwerkersdochter „van het kolenhuis in het Witte Huis” belandde. Maar het gaat niet om haar. Het gaat om die achtergrond, die bepaalt hoe ze naar Trump kijkt. En naar de Russische president Poetin, en de brexiteers in haar geboorteland. Zij heeft weinig met hen op, maar begrijpt als geen ander waarom mensen op deze politici stemmen. Haar vader, een ongeschoold mijnwerker, verloor inkomen, waardigheid en sociaal houvast toen de mijnen dichtgingen. De Russen die na de perestrojka in verwaarloosde regio’s vol failliete staatsbedrijven een autocraat als Poetin in het zadel hielpen, zaten in hetzelfde schuitje. Gemarginaliseerde staalwerkers in Ohio die op Trump stemden, eveneens. Na de de-industrialisering zijn ze gestrand, en willen ze politici geloven die zondebokken aanwijzen en het land weer even „groot en welvarend” als vroeger willen maken. Bishop Aucklanders die Brexit stemden, lijken op Fransen die met Éric Zemmour weglopen omdat hij alle makkes van Frankrijk aan moslims wijt. Of op Nederlanders die dwepen met Thierry Baudet, wiens partij paramilitaire trainingen organiseert. Maar die Europese voorbeelden heb je bij Hills boek niet nodig. Je denkt ze er vanzelf bij.

Hill had geluk. Zeker, ze kon niet naar een goede school omdat uniform, boeken en buskaartjes te duur waren. Een toelatingsgesprek bij Oxford liep mis omdat alles aan haar detoneerde: kleren, vocabulaire, feitenkennis. Maar later kreeg ze beurzen voor St Andrews (Schotland), een Moskouse universiteit en Harvard, waar ze eindelijk zonder dédain werd behandeld. Als een van de weinigen van haar sociale klasse profiteerde Hill (1965) van wat kleine openingen. Nu is ze Ruslandspecialist bij het prestigieuze Brookings Institution.

Maar die openingen verdwijnen. Er is jaren gesnoeid in onderwijs, zorg en andere publieke voorzieningen die minderbedeelden kans gaven op een beter leven. Sociale klasse (VK) en ras (VS) zijn daardoor grotere hinderpalen dan dertig jaar geleden. Hill vraagt overheden en ondernemers weer te investeren in openbaar vervoer, internet, bijspijkercursussen, stages. Anders, schrijft ze, keren velen zich af van een systeem dat niets voor hen doet, en laten ze zich bedwelmen door strongmen. Als die strongmen de democratie kapotmaken, moeten we niet hen schuld geven, maar onszelf: wij allemaal hebben dit laten gebeuren.

In continentaal Europa is minder sociale kaalslag dan in Rusland, het VK of de VS. Maar wie de Zemmours en Baudets ziet rommelen in de trukendoos van Trump, weet dat ook wij moeten oppassen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.