Hoe 75.000 Nederlandse coronavaccins naar Namibië kwamen

Reconstructie Een huisarts en ondernemer regelden tienduizenden vaccins bij het ministerie van Volksgezondheid voor Namibië. Hun worsteling laat de dilemma’s rond doneren zien.

Huisarts Jan Peter Feenstra, met pet en mondkapje, tijdens het vaccineren in het oosten van Namibië.
Huisarts Jan Peter Feenstra, met pet en mondkapje, tijdens het vaccineren in het oosten van Namibië. Foto’s Ariane Kok/Mission Healthy Namibia 2021

De Haagse huisarts Jan Peter Feenstra zit begin juni te eten met zijn Namibische collega-arts Rudie van Vuuren in het restaurant van wildreservaat Naankuse, vlak bij hoofdstad Windhoek. Het is winter in Namibië, de temperatuur is rond het vriespunt. Feenstra en Van Vuuren zitten aan houten tafels rond een groot vuur. Op het menu staan allerlei soorten wild, op de muur achter de bar hangt een levensgrote foto van twee grommende leeuwen. Als Van Vuuren begint te vertellen over de situatie rond Covid-19 in het land, springen de tranen in zijn ogen. „Op de IC’s moeten we kiezen welke patiënten we nog kunnen helpen en moeten laten sterven, het zorgsysteem wordt overweldigd. De situatie is verschrikkelijk”, zegt Van Vuuren, die later ook besmet blijkt. Namibië heeft op dat moment het hoogste besmettings- en sterftecijfer van heel Afrika en er is een tekort aan alles, van ziekenhuisbedden tot zuurstof en medicijnen. En vooral: vaccins. Het verhaal grijpt Feenstra aan. „In zo’n situatie wil je als arts nooit terechtkomen.”

Feenstra is uitgenodigd door zijn zakenpartner Margôt Fabery de Jonge, een Nederlandse ondernemer die op bezoek is bij haar dochter Sophie. Die doet op dat moment vrijwilligerswerk voor Naankuse, de organisatie van Van Vuuren die hulpbehoevende wilde dieren opvangt. Fabery de Jonge, die bedrijven adviseert over strategie en leiderschap, werkte in het verleden met Feenstra in het Haagse Bronovoziekenhuis en sindsdien werken ze vaker samen aan medische projecten. Als ze Feenstra vraagt langs te komen in Namibië om te kijken of ze samen iets voor de zorg kunnen doen, is hij direct enthousiast. „Ik ga richting m’n pensioen en ik wil graag iets terug doen voor de wereld.”

De huisarts weet dan nog niet hoe ernstig de Namibische coronasituatie is. Aan de eettafel in Naankuse ontstaat het idee om te proberen Nederlandse vaccins en andere materialen naar Namibië te krijgen. De werktitel van het project: ‘Mission Healthy Namibia 2021’.

Het etentje is het begin van een wekenlange lobby binnen Nederland én Namibië. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) was helemaal nooit van plan om vaccins aan Namibië te doneren, maar dat gebeurt onder druk uiteindelijk toch. Weken van getouwtrek achter de schermen gaan aan dat besluit vooraf. Twee werelden botsen: die van de initiatiefnemers, die vanwege de noodsituatie in Namibië willen helpen en snel iets gedaan willen krijgen van de overheid. En die van het ministerie, dat worstelt met de strikte regels en procedures rond het doneren van vaccins en moeite heeft met de goedbedoelde bemoeienis van buitenaf. Het uiteindelijke resultaat voor Namibië, een eenmalige donatie van 75.000 vaccins, stemt eigenlijk niemand echt tevreden. Een reconstructie.

Het Prullenbakvaccin

Eind juni zijn Feenstra en Fabery de Jonge terug in Nederland. Een mailtje aan de hoogste Nederlandse diplomaat in Namibië, honorair consul Servaas van den Bosch, levert niks op. Hij laat weten dat hem geen initiatieven bekend zijn om Namibië vanuit Nederland te helpen. Dan besluiten Feenstra en Fabery de Jonge contact te zoeken met de initiatiefnemers van ‘Prullenbakvaccin’. Deze groep huisartsen is dan al met het ministerie van Volksgezondheid in gesprek over de ruim 100.000 overgebleven AstraZeneca-vaccins in huisartsenpraktijken die nog ongebruikt zijn en over datum dreigen te raken.

Feenstra krijgt zijn collega’s van Prullenbakvaccin enthousiast voor Namibië als bestemming. „Jan Peter wist dat ze daar zaten te springen om vaccins en had al lokale contacten, zo konden we het richting VWS direct concreter maken”, zegt huisarts in opleiding Bernard Leenstra van Prullenbakvaccin.

Vooral de contacten van Rudie van Vuuren helpen daarbij. Van Vuuren is een bekendheid in Namibië: hij is een voormalig rugby-international en zijn organisatie Naankuse doet projecten met onder anderen Angelina Jolie. Maar het belangrijkste voor Feenstra en Fabery de Jonge: hij vormt een directe ingang bij de Namibische regering, want hij is de lijfarts van de Namibische president Hage Geingob.

Van Vuuren kent via de president ook de minister van Volksgezondheid, dus ze mailen al snel met een van zijn topambtenaren, Petronella Masabane. „Stap voor stap zullen we ons doel bereiken: het vaccineren van Namibië”, schrijven ze haar. Zij reageert: „Heel hartelijk bedankt voor het steunen van Namibië in deze exponentiële crisis. Zie uit naar vruchtbare samenwerking.”

Voor het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid is Namibië niet direct de meest logische bestemming. Tot dan toe heeft Nederland vooral gedoneerd aan landen waarmee nauwe banden zijn, zoals oud-kolonieën Suriname en Indonesië. Ook wil Nederland het liefst doneren aan de armste landen via het internationale VN-programma Covax, dat kijkt welke landen het hardst vaccins nodig hebben. Namibië staat niet op de Covax-lijst, omdat het daarvoor een te hoog bbp heeft. Desondanks heeft het aan het begin van de zomer nog maar heel weinig vaccins en is het de brandhaard van Afrika.

VWS hoort via de huisartsen hoe kritiek de toestand in Namibië is en wil kijken of er iets mogelijk is. Tegelijkertijd weet het ministerie weinig van Namibië en wil het eerst een officieel hulpverzoek van het land. Volgens Fabery de Jonge laat VWS in de gesprekken „constant twijfel doorklinken over of het land wel capabel is”. Dat frustreert haar omdat zij tijdens haar reis juist zag hoe professioneel het land op veel terreinen is. „De gezondheidszorg is heel goed georganiseerd, wij wilden Namibië juist als voorbeeld stellen voor andere donaties.” Voor de zekerheid sturen Feenstra en Fabery de Jonge VWS het meer dan honderd pagina’s tellende nationale vaccinatieplan van de Namibische regering.

Het grootste probleem zit bij de huisartsenvaccins. Omdat deze al door het RIVM over huisartsenpraktijken zijn verdeeld, mogen ze volgens internationale wet- en regelgeving niet alsnog worden ingezameld en gedoneerd. Het RIVM gaat nog wel langs bij een aantal centrale opslagplaatsen van huisartsen om de vaccins te inspecteren, maar de conclusie is dat het risico te groot is dat ze niet onder de goede omstandigheden bewaard zijn gebleven. Ook zitten ze niet meer allemaal in afgesloten verpakkingen, formeel een vereiste voor donatie. Juristen op VWS hebben ook zorgen over de aansprakelijkheid: wat als er in Namibië iets niet goed gaat met of na de toediening? De huisartsen winden zich op over wat zij zien als bureaucratisch denken bij VWS. „Wij hebben de luxe dat wij ons dit krankzinnige referentiekader kunnen permitteren”, zegt Bernard Leenstra. „Die mensen in Namibië hebben niets en gaan gewoon dood.”

Om het ministerie onder druk te zetten laten Feenstra en Fabery de Jonge de Namibische regering VWS een brief sturen. Daarin staat expliciet dat Namibië bereid is de overgebleven verpakkingen met AstraZeneca-vaccins over te nemen, „ook als de doos waarin deze vaccins zaten is geopend”. Ongeveer een week later, op zondag 18 juli, zit Feenstra bij het goed bekeken sportprogramma De Oranjezomer om aandacht voor Namibië te vragen.

Gejuich en verwarring

Op het ministerie voelen ze zich door het tv-optreden van Feenstra voor het blok gezet. Direct de volgende middag trommelt het ministerie de huisartsen en Fabery de Jonge op voor een Zoom-gesprek. Het ministerie laat weten dat de vaccins die nog bij de huisartsen liggen écht niet gedoneerd kunnen worden. Ook het doneren van beademingsapparaten ligt te ingewikkeld. „We kwamen in de situatie dat we het heel graag wilden, maar het echt niet kon”, zegt een betrokken ambtenaar. Om toch iets voor Namibië te doen besluit demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) een donatie te doen uit de centrale voorraad van het RIVM in Oss. Van deze vaccins is wél zeker dat ze op de juiste manier zijn bewaard. Hoeveel vaccins Namibië krijgt zegt VWS dan nog niet. De Jonge schrijft later in antwoord op Kamervragen dat hij mede tot de donatie heeft besloten vanwege „de verwachtingen die in Namibië zijn gewekt”.

Vlak na het gesprek verstuurt VWS een persbericht waar Feenstra en Fabery de Jonge door worden verrast. De kop is: ‘Nederland maakt AstraZeneca beschikbaar voor donatie aan Tanzania en Namibië’. In de eerste zin wordt gesproken over 745.000 vaccins. Feenstra kan het bijna niet geloven. „Heel veel dank voor de enorme grote donatie die Nederland beschikbaar stelt”, mailt hij aan VWS. Vanuit Namibië ontvangt Feenstra „juichende berichten”. Een paar dagen later blijkt het persbericht verkeerd geïnterpreteerd. VWS laat dan weten dat over de precieze aantallen „nog besluitvorming volgt”. Op 6 augustus meldt VWS dat Namibië 75.000 vaccins krijgt, op een bevolking van 2,5 miljoen. Voor de initiatiefnemers is het een domper. „Het kwam over als: we geven ze wat, dan moet het gezeur ook klaar zijn”, zegt Fabery de Jonge. VWS laat NRC weten dat een groot deel van de 745.000 vaccins naar Indonesië moest, omdat aan dat land ook beloften waren gedaan.

Het ministerie vraagt Feenstra en Fabery de Jonge te stoppen met het aanboren van hun contacten. Om de donatie voorspoedig te laten verlopen moet al het contact nu officieel tussen de Nederlandse en Namibische regering gaan, maakt VWS duidelijk. Feenstra en Fabery de Jonge voelen zich aan de kant gezet: juist dankzij hún inspanningen kon er tot nu toe snel worden geschakeld, vinden ze. Daarom blijven ze mailen, tot irritatie van VWS. Zo mailt een ambtenaar: „Dank voor het aanbod, maar de juiste contacten lijken al gelegd te zijn. Nog meer lijntjes betekent mogelijk alleen maar meer verwarring.” Feenstra blijft intussen de druk opvoeren. „Vandaag vanuit Namibië begrepen dat er wederom een team van artsen is overleden”, mailt hij.

Nog meer lijntjes betekent mogelijk meer verwarring

Feenstra en Fabery de Jonge willen ook om een andere reden op de hoogte blijven: met acht andere artsen willen ze naar Namibië reizen om met het zetten van de vaccinaties te helpen. Deze artsen moeten daar allemaal hun roosters voor omgooien en op tijd zaken regelen voor een accreditatie om in Namibië te mogen werken. Feenstra en Fabery de Jonge hopen daarom op tijd te weten wanneer de vaccins op transport naar Namibië gaan. VWS belooft dat het RIVM het Nederlandse team artsen kan „meenemen in de logistieke planning”. Feenstra en Fabery de Jonge krijgen uiteindelijk drie dagen van tevoren te horen dat de vaccins op zaterdag 7 augustus naar Namibië gaan. Volgens VWS was de precieze transportdatum niet eerder duidelijk. Het is te laat voor de overige artsen: zij gaan niet meer mee. Feenstra en Fabery de Jonge vliegen drie dagen later, met aan boord een aantal zuurstofconcentratoren, beademingsgapparaten en zelftesten die ze voor Namibië hebben ingezameld.

De San-bevolking

Eenmaal in Namibië reizen Feenstra en Fabery de Jonge af naar het oosten, in de richting van de grens met Botswana, voor een bijzonder project: het vaccineren van een deel van de nomadische San-bevolking. Rudie van Vuuren heeft bij de Namibische regering geregeld dat ongeveer tweeduizend Nederlandse vaccins naar deze kwetsbare bevolkingsgroep gaan, die hij met zijn organisatie van werk en gratis zorg voorziet. Samen met twee Namibische verpleegkundigen en koeltassen vol AstraZeneca-vaccins rijden Feenstra en De Jonge in een fourwheeldrive naar Epukiro, een gehucht van waaruit ze naar scholen, boerderijen en dorpen gaan om te vaccineren.

Als ze met de vaccins bij de San zijn blijkt er nog een obstakel: scepsis over het vaccin. „Eerst wilde niemand zich laten vaccineren”, vertelt Feenstra. Bij de San leven veel angsten en vragen over de vaccins. Zo zijn er mensen met suikerziekte die vrezen dat ze bijwerkingen krijgen. Feenstra neemt op alle plekken waar hij komt de tijd om vragen van de San te beantwoorden. „Ik ben bij een waterpomp gaan zitten en gaan praten. Tegen iemand met suikerziekte zei ik: jij loopt extra risico en moet je juist laten vaccineren. Uiteindelijk heeft bijna iedereen het gedaan.” Namibië prikt alle 75.000 vaccins die Nederland doneerde binnen twee weken weg. De regering laat NRC weten „zeer dankbaar” te zijn voor de donatie.

Het ministerie en de initiatiefnemers kijken heel verschillend terug. Op VWS overheerst het gevoel dat er snel en „in goede harmonie” afspraken zijn gemaakt en zegt dat er „heel vriendelijke reacties” uit Namibië zijn gekomen. Feenstra en Fabery de Jonge zijn blij dat er iets is gedoneerd, maar vinden dat rijke landen te weinig doen om Afrika en de rest van de wereld te helpen. Nederland doneerde tot nu toe zo’n vier miljoen van de 27 miljoen vaccins die het dit jaar beloofde weg te geven. „Als we de rest van de wereld niet vaccineren komen we nooit uit de pandemie”, zegt Feenstra. Eind oktober was in Nederland bijna 85 procent van de bevolking gevaccineerd, in Namibië iets meer dan 10 procent.