Opinie

Het beteugelen van de inflatie wordt een delicate taak

Prijsstijgingen

Commentaar

Het leven wordt duurder: donderdag berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de prijzen voor consumenten in oktober gemiddeld met 3,4 procent stegen. Dat is de hoogste inflatie sinds 2002. Volgens de iets afwijkende gemeenschappelijke Europese berekening is de inflatie in Nederland nog hoger: 3,8 procent. In de eurozone bedraagt de inflatie nu gemiddeld 4,1 procent. In de VS is de inflatie nu 5,4 procent.

Dat wijst op gemeenschappelijke oorzaken, en die zijn er dan ook. Het einde van de pandemie heeft gezorgd voor een sterke opleving van de vraag in de economie. Consumenten spaarden tijdens de lockdowns fors, en spenderen nu juist weer veel. Overheden hebben stimuleringsprogramma’s opgetuigd om de economie te steunen. Tegelijk kampt het bedrijfsleven met krapte. Toeleveringsketens, die vaak over meerdere grenzen lopen, haperen. Havens gaan, bijvoorbeeld in China, soms op slot om een uitbraak van Covid tegen te gaan. Containers, van essentieel belang voor het goederenvervoer, staan sinds de verstoring door de pandemie op de verkeerde plekken op de aardbol. En de prijs van energie, in de vorm van ruwe olie, brandstof of elektriciteit, is door het dak gegaan.

De piek in de vraag en juist krapte bij het aanbod, elk op zich al een mogelijke veroorzaker van inflatie, treden nu tegelijkertijd op. Beleidsmakers staan voor een complexe taak. Het was de verwachting dat op termijn het probleem vanzelf wegebt: de vraag zou weer normaliseren en de obstakels in de productieketens zouden verdwijnen. Maar de huidige overgangssituatie mag niet te lang duren.

Bedrijven kampen zelf met hoge prijsstijgingen - in Nederland ruim 16 procent - maar zijn tot nu toe terughoudend de hogere prijzen die zij zelf betalen door te berekenen aan hun klanten. Dat kunnen zij slechts beperkt volhouden. De consumenten verliezen op dit moment koopkracht, en als de inflatie te lang hoog blijft, zal de roep om compensatie toenemen. In de vorm van de nu overeengekomen tegemoetkoming in de stookkosten, maar wellicht ook in hogere looneisen. In dat geval kan er een spiraalwerking ontstaan tussen hogere prijzen, hogere lonen, hogere bedrijfskosten en weer hogere prijzen.

Het is dus van groot belang dat de verwachting van hogere inflatie wordt getemperd. Daar ligt een belangrijke taak voor de centrale banken. Tot nu toe is er, ook al vóór de pandemie, een zeer stimulerend monetair beleid gevoerd. Want tot voor kort was juist een te lage inflatie het probleem. Officiële rentetarieven staan op nul, of zelfs daaronder. Met grootscheepse opkoopprogramma’s is ook de rente op staatsleningen en andere verhandelbare kredieten naar beneden gedrukt.

Nu er vanuit mag worden gegaan dat de post-pandemische inflatiepiek hoger is en langer duurt dan gedacht, zullen centrale banken dit beleid moeten bijstellen. Van de verhoging van officiële rentes is geen sprake, afgezien van een enkel klein land. Maar de Amerikaanse centrale bank wil nu zijn opkoopprogramma langzaam afbouwen. Verwacht mag worden dat ook de Europese Centrale Bank zijn aankopen intoomt.

Dat vergt een delicate balanceer-act tussen het intact houden van de bedrijvigheid en het bedwingen van mogelijk langere en hogere prijsstijgingen. Het publiek mag zijn vertrouwen in het economisch herstel niet verliezen, maar moet vooral ervan uit kunnen gaan dat het temmen van de inflatie in goede handen is, en blijft.