Analyse

Er is nu echt een andere dynamiek dan in Parijs

Klimaattop In de eerste week van de klimaattop in Glasgow werd veel beloofd – én veel om de hete brij heen gedraaid.

De derde dag van de klimaattop in Glasgow.
De derde dag van de klimaattop in Glasgow. Foto Paul Ellis/AFP

‘Anderhalve graad binnen bereik houden’ is een van de meest gehoorde formuleringen in de eerste week van de klimaattop in Glasgow. Streven naar een opwarming van maximaal 1,5 graad is volgens de Britten het belangrijkste doel van deze top. Het wordt door Alok Sharma, de voorzitter van de conferentie, geregeld herhaald. Het klinkt hoopvol. En in de populaire variant ‘keep 1.5 alive’ bekt het ook lekker.

Maar al voor de top zorgde discussie over 1,5 graad voor onrust. Volgens Xie Zhenhua, al vele jaren de belangrijkste Chinese klimaatonderhandelaar, proberen sommige landen „het akkoord van Parijs te herschrijven”. China wil zich daar niet op vastleggen. En dus zegt Xie dat het echte doel van Parijs is om de temperatuurstijging te beperken tot 2 graden. Het veel strengere doel van maximaal 1,5 graad geldt alleen als het haalbaar is.

Zelfs de Franse oud-premier Laurent Fabius, de held van het klimaatakkoord van Parijs in 2015, waarschuwde Sharma om niet te veel te hameren op 1,5 graad (die overigens wel degelijk als streefdoel in het Parijsakkoord wordt genoemd). Voorzitters van klimaattoppen moeten werken aan onderling vertrouwen, zei Fabius. Alleen dan kunnen ze rekenen op steun van alle partijen – en die is nodig om een akkoord te sluiten.

Premier Mia Mottley van Barbados, het kleine eilandstaatje in de Caraïben, trok zich afgelopen week weinig van deze discussie aan. In een gedenkwaardige toespraak noemde ze anderhalve graad iets „wat we moeten zien te overleven”. Twee graden is voor Barbados „een doodvonnis”. Mottley riep de deelnemers op om nú in actie te komen, „niet volgend jaar” en „niet over tien jaar”.

Lees ook: Franse minister: ‘Glasgow is niet de top van de laatste kans. Het is nooit te laat’

Wat dat betreft hebben de Britten hun doel slim geformuleerd. ‘Binnen bereik houden’ biedt onderhandelaars alle ruimte, ook al tellen de huidige plannen nog steeds op tot aanzienlijk meer dan 1,5 graad Celsius. De boodschap is: dat hoeft niet erg te zijn, zo lang die min of meer veilige opwarming niet uit beeld verdwijnt.

De eerste week buitelden de beloftes van landen over elkaar heen. Om bossen te beschermen, methaan-uitstoot te reduceren, steenkoolgebruik af te remmen, een einde te maken aan subsidie op fossiele brandstoffen. Op de meeste valt van alles af te dingen en ze draaien om de hete brij heen zolang ze geen antwoord geven op de eis van premier Mottley: wat doen landen nú om hun uitstoot te reduceren – en niet pas over tien jaar. Ze zijn wel een teken dat de urgentie wordt gevoeld.

Deze eerste week buitelden de beloftes van landen over elkaar heen

Meer nog dan bij de beloftes van landen is dat zichtbaar in wat bedrijven doen, constateert Jules Kortenhorst. Hij was ooit Kamerlid (voor het CDA) maar woont al jaren in de VS als directeur van RMI (Rocky Mountain Institute), een mondiale organisatie voor de energietransitie. „Bedrijven en de financiële wereld zijn hier met grote overtuiging aanwezig”, zegt Kortenhorst telefonisch vanuit Glasgow. „Er heerst een heel andere sfeer dan bijvoorbeeld op de klimaattoppen in Kopenhagen en Parijs.”

Ook daar waren bedrijven aanwezig, maar ze waren veroordeeld tot side events in bijzaaltjes. In Glasgow zitten ze nog steeds niet aan de onderhandelingstafel; bij de VN zijn het nu eenmaal landen die onderhandelen. Maar, zegt Kortenhorst, „de echte economie is geen side event meer”. Hij ziet de dynamiek verschuiven. „Ik heb in vier dagen in Glasgow meer vergaderingen gehad met topmensen van grote bedrijven dan in alle eerdere klimaattoppen bij elkaar.”

Volgens Kortenhorst stuurden bedrijven in het verleden meestal hun hoofd duurzaamheid naar dit soort bijeenkomsten. „Tegenwoordig komt de financieel directeur of de ceo zelf. Zo heb ik meer dan een uur om de tafel gezeten met Larry Fink, de baas van Blackrock, de grootste belegger ter wereld. Een paar jaar geleden wist hij nauwelijks waar dit soort klimaattoppen over ging.”

Groene waterstof

Kortenhorst noemt verschillende „geloofwaardige” plannen die RMI in Glasgow heeft gepresenteerd, onder meer op het gebied van groene waterstof voor de scheepvaart (in Mauritanië) en voor de productie van groen staal (in West-Australië). Uit een onderzoek van RMI blijkt ook dat op steeds meer plekken in de wereld kolencentrales vervroegd worden gesloten – een proces dat veel sneller gaat dan twee jaar geleden, toen RMI eenzelfde onderzoek deed.

Lees ook: Kritiek omdat kabinet verklaring fossiele energie niet ondertekent

Het gaat Kortenhorst niet om de voorbeelden zelf. Hij noemt ze omdat ze laten zien dat bedrijven inmiddels hun nek durven uit te steken. „Dit soort keuzes van bedrijven zijn niet zonder grote financiële risico’s”, zegt Kortenhorst. „Maar kennelijk zijn bedrijven toch bereid die te nemen.”

Volgens hem is het de hoogste tijd om af te stappen van het idee dat het wel „betaalbaar” moet blijven, zoals premier Mark Rutte altijd zegt. „Als Denemarken zo had gedacht, en Dong Energy, het tegenwoordige Ørsted, geen verplichtingen had opgelegd, was het land in Europa nooit marktleider geworden op het gebied van wind op zee.”

De Nederlandse regering heeft zich volgens Kortenhorst veel te lang laten leiden door het gebrek aan toekomstvisie van werkgeversorganisatie VNO-NCW. „De realiteit is dat de toekomst van bedrijven bepaald gaat worden door hun positie in de energietransitie.”

Terwijl landen steggelen over de interpretatie van het klimaatakkoord van Parijs, worden ze ingehaald door wat Kortenhorst ‘de echte economie’ noemt. Er zijn zeker nog belangrijke thema’s die volgende week aan de orde moeten komen – over wie wat doet om broeikasgassen te reduceren, over klimaathulp voor arme landen, over schadevergoeding.

1,5 of 2 graden – het maakt voor Laurent Fabius niet veel uit. „Einddoelen zijn mooi”, zei de oud-premier tegen nieuwswebsite Politico. „Maar waar het nu om gaat is dat er actie komt, dat er geleverd wordt, en dat landen trouw zijn aan wat ze hebben toegezegd.”