Op deze grafiek zie je hoe een menselijk hart breekt

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds negen om kort te bespreken. Deze week over al dan niet zuivere vriendschappen, verdriet over de doden en de worsteling tussen geloof en ongeloof .

1. Jasmin Schreiber: Elfduizend meter lief

De Marianentrog in de Grote Oceaan is ongeveer elf kilometer diep en daarmee het diepste punt op aarde. Precies zo diep ging de liefde tussen Paula en haar broertje Tim, hadden ze als kinderen afgesproken. En dan verdrinkt het kleine broertje en valt Paula uit schuldgevoel, omdat ze er niet bij was om hem te redden, in elf kilometer diep verdriet. Dit gegeven ligt ten grondslag aan de roman Elfduizend meter lief van de Duitse schrijver Jasmin Schreiber. Paula klimt hoofdstuk voor hoofdstuk uit de diepte van haar verdriet. En dat op een heel bijzondere manier. Het begint met een macabere ontmoeting op de begraafplaats. Paula loopt ’s nachts – overdag durft ze niet naar het graf van haar broertje omdat ze geen vreemde mensen wil zien – een man tegen het lijf die zojuist de as van zijn ex-vrouw heeft opgegraven. Hij had haar namelijk beloofd de as uit te strooien in de Alpen. Deze Helmut (86) biedt Paula aan met hem mee te gaan naar Oostenrijk. Tot zover het natuurlijk bizarre verhaal, maar bioloog en rouwbegeleider Schreiber weet er zo’n mooi, liefdevol én realistisch verhaal van te maken, dat je bijna vergeet dat het een roman is; dat al die herinneringen en gesprekken die Paula met haar broertje voerde geromantiseerd zijn. Dat die te gekke reis van het meisje met de oude man en zijn hond aan haar fantasie zijn ontsproten. Schreiber beschrijft niet alleen wat er gebeurt als Paula het telefoontje krijgt dat haar broertje is overleden ( ‘Op mijn koelkast hangt nog steeds die grafiek waarop je ziet hoe een menselijk hart breekt’) maar weet het gevoel van de daarop volgende dagen, maanden en jaren zeer goed te verwoorden. En dan heb ik nog niets verteld over Helmut – die duidelijk niet alleen naar Oostenrijk ging om er zijn vrouw uit te strooien. Of de meest krankzinnige ontdekking (voor Paula) in zijn geboortedorp: de begraafplaats is leeg. In geen enkel graf ligt nog een dode. Hoe de dood, het schuldgevoel en de humor op één plek samen kunnen komen. Absolute aanrader – ook voor wie niet rouwt.

Jasmin Schreiber: Elfduizend meter lief. (Marianengraben). Vertaling Davida van Dijke. HarperCollins, 255 blz. € 19,99

2. Karin Amatmoekrim: Sommigen zeggen, het is liefde

In de serie ‘Literaire juweeltjes’, waarin elke maand een ‘gemakkelijk leesbare tekst’ verschijnt in een gebonden uitgave, zijn nu drie verhalen van de Surinaams-Nederlandse schrijver Karin Amatmoekrim verschenen. In het mooie titelverhaal Sommigen zeggen, het is liefde volgen we Amy, een vrouw ‘die alles had en alsnog niet gelukkig was’, die leeft voor de kunst al ervaart ze dat het niet sympathiek is je werk voorop te stellen. Maar vooral gaat het verhaal over hoe mensen zich voelen in de grote stad. De een voelt er weemoed, de ander wordt erdoor verslonden en is een man die alleen op een bankje zit, bij voorbaat eenzaam? Amatmoekrim laat al die gedachten moeiteloos met elkaar rijmen tijdens een stadswandeling die de lezer aanzet tot denken over het wonen in een grote stad. De andere verhalen van Amatmoekrim zijn nog indringender en hebben dezelfde innemende stijl van vertellen.

Karin Amatmoekrim: Sommigen zeggen, het is liefde. B for Books, 64 blz. € 1,99 (los verkrijgbaar in alle Bruna-winkels en vele zelfstandige boekhandels). Online alleen per tien te bestellen.

3. Sytse van der Veen: Een stem uit de hemel

De nieuwe roman Een stem uit de hemel van Sytse van der Veen is geen jolige studentenroman over hoe eerstejaars moeten wennen aan studeren, het op zichzelf wonen, de stad leren kennen, vrienden maken en ook nog tentamens moeten halen. Het zit er allemaal wel in – Van der Veen blinkt uit in het beschrijven van die hang naar nieuwe vriendschappen – maar er gebeurt meer. Eerstejaars psychologie Lennart combineert zijn studie met verhalen schrijven en probeert bevriend te raken met de eigenaardige atheïstische literaire studiegenoot Arthur. Deze zelfzuchtige ‘homo homini lupus’ (de mens is een wolf voor zijn medemens), zoals hij zichzelf introduceert, stalkt de onzekere Lennart en dwingt hem (‘Jij geniet van onze pas begonnen vriendschap. Je vindt die geweldig. Nee, je hoef niets te zeggen. Ik voel dat.’ ) zijn bijna honderd schriften met aantekeningen over zijn leven te lezen. Dat dit geen gewoon leven is, moge duidelijk zijn. Arthur neemt het zijn zwaar christelijke ouders kwalijk dat ze hem verstopt hebben in het gereformeerdendom. Met het geloof en met zijn ouders moet afgerekend worden, aldus de opdracht aan de beduusde Lennart. Van der Ven, zelf reformatorisch christen, heeft bewust willen inzoomen op de worsteling tussen geloof en ongeloof en schreef zo een boek met een missie. De oprechte vriend die Lennart in het begin van het verhaal zocht, heeft hij in Arthur niet gevonden. Want het open gesprek over het geloof waartoe het verhaal zou moeten oproepen, voert Lennart niet met Arthur maar met diens vader die predikant is en hem het reformatorische gedachtegoed maar al te graag nog eens wil uitleggen. Vanzelfsprekend komt dat contact de vriendschap tussen de twee jongens niet ten goede.

Sytse van der Veen: Een stem uit de hemel. Manuzio, 219 blz. € 19,99

4. Nicola Scott: De oogstmeisjes

De Duitse schrijver Nicola Scott wilde een roman schrijven over vluchten voor een leven waar je geen zin in hebt. Het werd echter een roman over gezworen vriendschap en daarbij behorende geheimen. In De oogstmeisjes ontvlucht de zeventienjarige Violet Etherington in 1940 dan wel haar moeder, maar draait het verhaal toch vooral om de Women’s Land Army waarvoor zij zich in het diepste geheim aanmeldt. In Groot-Brittannië werden in de Tweede Wereldoorlog vrouwen opgeroepen zich aan te sluiten bij de WLA om – de meeste landarbeiders waren naar het front – het land van agrarische producten te kunnen blijven voorzien. Zo krijgt de op en top Lucida Riley-achtige roman een interessante historische laag mee over de zogenaamde ‘landmeisjes’ die nogal wat geheimen deelden terwijl ze door rentmeesters afgebeuld werden. Het verhaal alterneert tussen 1940 op het platteland van Sommerset en 2014 in Londen waar journalist Frankie, de kleindochter van Violet, een verhaal moet schrijven over de landmeisjes en eigenlijk vooral over haar bekende grootmoeder die zich om onduidelijke redenen terug heeft getrokken uit het societyleven. Dat wil Frankie eigenlijk niet maar als haar collega’s er met het verhaal vandoor dreigen te gaan, gaat ze op zoek naar de nog levende landmeisjes. Als lezer denk je dat daar maanden overheen zullen gaan maar de volgende dag, lijkt het, vliegen de dames in. Er wordt steeds gesproken over één groot geheim (‘Was het moord?’) maar over de andere geheimen, die wel onthuld maar niet uitgediept worden, geeft Scott weinig prijs. En dat is jammer want juist over de ouders van Frankie wil je als lezer veel meer weten. Vermakelijk dus, maar bij lange na niet compleet.

Nicola Scott: De oogstmeisjes. (The Orchard Girls). Vertaling Marjet Schumacher HarperCollins. 455 bl. € 21,99

5. Anna J. Cooper: Een stem uit het zuiden

De in North-Carolina in slavernij geboren Anna J. Cooper (1858-1964) wordt de grondlegger van het zwart feminisme in de Verenigde staten genoemd. Nadat in 1865 de slavernij officieel werd afgeschaft, kreeg de toen negenjarige Anna de kans onderwijs te volgen en dat bleef zij doen tot en met de universiteit. Ze was schrijver, bevlogen docent tot haar 95ste, schooldirecteur en activist. Ze schreef over gelijke rechten, onderwijshervormingen, sociologie en geschiedenis. De nu voor het eerst in het Nederlands vertaalde essaybundel Een stem uit het zuiden (1892) toont een sterke, zeer geletterde vrouw die laat zien dat de hele Amerikaanse maatschappij – en de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap in het bijzonder – veel baat zou hebben bij de educatieve, morele en spirituele ontwikkeling van zwarte vrouwen. Cooper spreekt niet alleen namens de ‘Zwarte Vrouw’ uit het Zuiden, maar richt zich vooral op het ‘Gekleurde Meisje’, en dat begint met onderwijs voor iedereen: ‘niet de jongens minder, maar de meisjes meer’.

Anna J. Cooper: Een stem uit het Zuiden. ISVW Uitgevers, 237 blz. € 19,95

6. Maaike Ouboter: Harnas van glas

De Nederlandstalige singer-songwriter Maaike Ouboter (1992) werd in 2013 in één keer bekend door haar deelname aan het televisieprogramma De beste singer-songwriter van Nederland; het was de meest pure verschijning van een meisje met de gitaar die een zo gevoelig lied had geschreven over ‘gemis’ dat zelfs de juryleden begonnen te huilen. Maaike Ouboter, die op haar veertiende haar moeder en op haar zestiende haar vader verloor, weigerde zielig gevonden te worden, studeerde en schreef rustig door. Maar nu is daar Harnas van glas, een boek (met gelijknamig album) opgedragen aan haar ouders waarin ze zegt ‘eindelijk van zichzelf over verdriet te mogen schrijven’. En hoewel de tekst van een lied voor zichzelf zou moeten spreken, is het bijzonder de achterliggende gedachte of herinnering aan haar ouders te kunnen lezen. Zoals in ‘Brief aan mijn vader’, waarin ze opbiecht nu pas zijn pijn om het verlies van zijn liefde, haar moeder, te begrijpen. (Dus wat ik je het liefst nog wil vertellen/is dat ik je nu eindelijk begrijp/dat je zoveel van iemand kan houden/dat je zonder haar niet door kan gaan). Ouboter komt al zoekend, schrijvend en zingend tot inzichten als: ‘Misschien wordt verdriet niet per se kleiner na verloop van tijd, maar wordt de ruimte eromheen groter’.

Maaike Ouboter: Harnas van glas (boek en cd). Luitingh Sijthoff, 120 blz. € 29,99

7. Diverse auteurs: Een gesloten tuin – een verzegelde bron

Naar aanleiding van de grondige herziening van de Nieuwe Bijbelvertaling, vroeg uitgever Querido Facto tien schrijvers zich te buigen over de betekenis van de Bijbel in de eenentwintigste eeuw. De verhalen in Een gesloten tuin – een verzegelde bron zijn zeer bijzonder; het zijn bijna studies op zichzelf geworden die vanuit een religieuze levensbeschouwing of juist vanuit een atheïstische achtergrond zijn geschreven. Arnon Grunberg, bijvoorbeeld, schreef twintig onderbouwde ‘Uitgespuwde gebeden’, domineesdochter Anne Vegter een gedicht. Verder wordt opvallend vaak gerefereerd aan het boek Job. Zo vindt Piet Gerbrandy Job ‘het absolute hoogtepunt van de Bijbel’, benadrukt Annelies Verbeke dat de woorden van Job zo troostend kunnen zijn en volgens Guus Kuijer vormen de laatste hoofdstukjes een vervalsing van het oorspronkelijke verhaal. „Ze zijn gruwelijk om te lezen. Ze maken van God een opschepperige schavuit”, en dat vindt zelfs een ongelovige zoals Kuijer onaanvaardbaar. Verder bijdragen van Désanne van Brederode, Kristien Hemmerechts, Fik Meijer, Christine Otten en Frank Westerman.

Diverse auteurs: Een gesloten tuin – een verzegelde bron. Querido Facto, 196 blz. € 20,00

8. Kiza Magendane: Met Nederland in therapie

De Nederlandse politicoloog en schrijver Kiza Magendane (1992) vluchtte op vijftienjarige leeftijd met zijn oma uit Congo en kwam terecht in Nederland. Nu is er zijn eerste boek: Met Nederland in therapie. Het moest een ode worden aan Nederland, maar het werd een verslag van de lange weg die hij moest afleggen om uiteindelijk het Nederlandse paspoort te krijgen. Voor de wet Nederlander maar in de praktijk voelde hij zich een indringer in het metaforische huis dat Nederland heet. De collectieve therapiesessie die hij voor ogen heeft zou een ‘waarachtige dialoog’ moeten zijn tussen de diverse bewoners van het huis over wat het Nederlanderschap inhoudt, hoe zij onderling wantrouwen kunnen wegnemen en hoe zij samen tot een oplossing kunnen komen: een huis waarin zowel Nederlanders als nieuwkomers zich thuis voelen. Het feit dat Magendane zich als nieuwkomer in verschillende belevingswerelden kan verplaatsen, schrijft hij, gaf hem een ‘moreel appèl’ om die werelden te verenigen. In een interview met NRC naar aanleiding van het boek, gaat hij nog een stap verder in het verwezenlijken van het huis in aanbouw: ‘Misschien wil Jeroen Pauw zo’n nationale therapiesessie leiden’.

Kiza Magendane: Met Nederland in therapie. Prometheus, 240 blz. € 19,99

9. Mark Blaisse: Tussen de ruïnes

Historicus, journalist en schrijver Mark Blaisse schreef een rijke biografie van Ibn Khaldûn (1332-1406), een middeleeuwse historicus die wordt beschouwd als een van de invloedrijkste intellectuelen die de Arabische wereld heeft voortgebracht. In Tussen de ruïnes legt Blaisse uit waarom deze man onder de aandacht moet worden gebracht: ten eerste omdat hij al zijn omzwervingen in de Maghreb en Noord-Afrika documenteerde en ons dat inzicht geeft in de ontwikkeling van de Arabische wereld. Maar ook bijvoorbeeld omdat hij de uitvinder zou zijn geweest van ‘asabiyyah, het principe van de ‘groepssolidariteit’: samenlevingen floreren (nog steeds) als mensen solidair zijn met elkaar en richten zich ten gronde bij een gebrek daaraan. Wie het werk van Ibn Khaldûn leest, zo besluit Blaisse, ziet dat de Arabische-islamitische cultuur ‘zoveel meer te bieden heeft dan de clichés die we vaak krijgen voorgeschoteld’. Je zou kunnen zeggen dat Ibn Khaldûn navolgers vond in Anna J. Cooper en Kiza Magendane omdat ook zij de groepssolidariteit als vereiste voor ontwikkeling zien.

Mark Blaisse: Tussen de ruïnes. Het wereldvenster, 153 blz. € 18,90