’s Avonds kan je de bladeren horen ritselen

Plant NRC Magazine belicht elke maand een kamerplant. Deze maand de Calathea vittata.
Foto Daan Brand

Van alle kamerplanten is de Calathea een van de meest diverse. De bladeren hebben uiteenlopende kleuren en patronen. Er zijn er met een groen blad, maar ook met paarse en roze bladeren. Sommige hebben vlekken, andere strepen of vegen. Sommige hebben een ronde bladvorm, andere lange, slanke bladeren die krullen langs de rand. Sommige hebben een zacht uiterlijk, met een fluweelachtig laagje op het blad, andere gladde en glanzende. Al deze varianten komen voor in het wild.

De Calathea vittata (of Calathea elliptica), hier afgebeeld, heeft op zijn donkergroene bladeren strepen die met waskrijt lijken te zijn getekend, en die de nerven van het blad volgen. De Calathea lancifolia, die toepasselijk ‘de ratelslang’ wordt genoemd, heeft een langwerpig blad, versierd met grote en kleine donkergroene vlekken die elkaar afwisselen langs een lijn over de middennerf. Het blad van de Calathea ornata heeft juist een schoppenvorm en is zo diepgroen dat het bijna zwart lijkt, met oplichtende roze strepen. De Calathea network (bella) heeft duizenden miniscule streepjes per blad.

En dit is pas het begin van een lange opsomming als het gaat om Calathea’s. The Plant List, een lijst met alle plantensoorten op aarde, die voortdurend in ontwikkeling is, erkent al 277 soorten Calathea’s. En de familie is waarschijnlijk nog niet compleet. Op de site staat dat er nog dertig mogelijke varianten zijn aangemeld, waarvan nog moet worden beoordeeld of ze een unieke soort Calathea zijn.

De naam Calathea is afgeleid van het Griekse woord voor mand, calathos. Die naam heeft het niet voor niets. De Calathea komt uit de Zuid- en Midden-Amerikaanse jungle. De inheemse bevolking maakte, en maakt soms nog, manden van de bladeren.

Vergeet niet af en toe een oud blad weg te knippen, dat zorgt voor betere groei van de plant

De Calathea wordt wel ‘de schaduwplant’ genoemd. Beschermd door het dikke bladerdak van het regenwoud zien ze in hun natuurlijke habitat nagenoeg geen direct daglicht. Ze willen dus, in tegenstelling tot veel kamerplanten, een plekje op het noorden. Wél licht, maar geen direct zonlicht op het blad. Andere bijnaam: ‘de levende plant’. ’s Avonds kan je de bladeren horen ritselen, als ze zich sluiten voor de nacht.

Deze planten vragen veel zorg en aandacht. Ze kunnen niet op de tocht staan en hebben een stabiel klimaat nodig. Vergeet ook niet af en toe een oud blad weg te knippen, dat zorgt voor betere groei van de plant. Maar zelfs onder de beste omstandigheden zal regelmatig een blad geel worden.