‘Laat mij maar dingen doen die anderen niet doen’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Arie van der Ent die al schrijvend en vertalend naar Oekraïene vertrok.

Foto Walter Herfst

‘Mijn vrouw en ik huurden eerst een woning in Kiev, dat was vrij duur. Toen heb ik mijn Rotterdamse appartement aan de Maashaven verkocht. Nu heb ik een prachtig eigen huis in Hermanivka, een dorp in het dal van een zijrivier van de Dnjepr. Met een halve hectare tuin. Ik noem het soms mijn landgoed. Om het te kopen heb ik met 58.000 dollar over straat gelopen. Ik had het in een oranje koffer gedaan.

„Ik ben opgegroeid in Krimpen aan den IJssel. Wij waren van de zwartekousenkerk. De meester op school vertelde eens over een boer die gevloekt had. En ja hoor, het was meteen raak: hij werd door de bliksem getroffen. Dat maakte diepe, diepe indruk. Als er een onweersbui bleef hangen boven ons dorp, wist ik zeker dat God me kwam halen voor de hel. Als een dief in de nacht, zoals de Schrift zei. De angst voor onweer heb ik tot mijn 35ste gehouden.

„De opa met wie ik mijn naam deelde was gemeenteraadslid voor de SDAP, later PvdA. Hij had in de familie een slechte pers, pas veel later ben ik hem als lichtend voorbeeld gaan zien. Vanaf mijn dertiende ging ik niet meer naar de kerk. Mijn moeder vond dat vreselijk. Maar ze verstootte mij niet, de familieband ging toch voor. In 1970 kregen we tv. Eerst keken we niet op zondag, later alleen Studio Sport. Tot ik op zondagavond gewoon de Fred Hachéshow aanzette. Daar zat alles in wat God verboden had.

„Mijn vader was arbeider en wilde dat ik ingenieur werd. Ik ging sociologie studeren in Rotterdam. Alleen eindigde je dan meestal in de ambtenarij, daar had ik geen zin in. Bij nader inzien koos ik voor slavistiek in Leiden bij Karel van het Reve. Ik had al iets met Russische geschiedenis, nu kon ik ook Tsjechov lezen in het Russisch. Wie wil er brieven van Toergenjev vertalen, vroeg Van het Reve eens. Ik stak mijn vinger op, en daar begon mijn vertaalwerk.

„Ik ben nu bezig met het vertalen van 666 Russische dichters. Er zijn al vier delen verschenen. Daar heb ik nul euro voor gekregen. Ik kan dat alleen doen omdat ik vrijwel geen vaste lasten meer heb.

‘Financiële zekerheid heb ik nooit gekend. Deels vind ik dat fijn, het dwingt me om steeds nieuwe dingen te verzinnen. Veel van mijn leeftijdgenoten krijgen hun geld gratis omdat ze iets hebben opgebouwd. Dat zit er bij mij niet in, nooit. Als literair vertaler moet je het van beurzen hebben en wat je aanvraagt wordt niet altijd toegekend. Ik heb ook tien jaar met boeken en platen op de markt gestaan. Op het moment heb ik geen ziektekostenverzekering, dat is echt te duur. Ik heb wel een paar duizend boeken, waarvan pakweg de helft Russisch. Aan dat soort bezit hecht ik wel. Al lees ik nu vooral elektronisch. Dat kost half zoveel.

„Mijn vrouw, ik ken haar vijf jaar, komt uit Kiev. Haar vader is als student uit Afrika naar Oekraïne gekomen. In Kiev is ze een bijzondere verschijning, hier in Rotterdam valt ze niet op. In Oekraïne begrijpt niemand waarom we niet in Nederland gaan wonen. Maar dat wil mijn vrouw niet. Zij vindt zichzelf te Oekraïens.

Ik heb ook tien jaar met boeken en platen op de markt gestaan

„Mijn twee kinderen stonden niet te juichen toen ik in Oekraïne ging wonen – toch een soort vlucht. Waarschijnlijk speelt mee dat mijn vrouw heel jong is, net iets ouder dan mijn dochter. Mijn kleinzoon zei: moeten we tegen haar nou oma zeggen?

„Ik voel me nu pas voor het eerst veilig in een huwelijk. Ik kan niet bedenken waarom dit op de klippen zou lopen. De moeder van mijn kinderen was voor mij een totaal verkeerde keus. In Nederland zijn man en vrouw zo competitief geworden, dat vond ik ook vervelend. In Oekraïne is nog meer onderscheid. Mijn vrouw zei in het begin tegen mij: jij moet de knoop doorhakken, jij bent de man. Een beetje naar SGP-traditie, de partij waar mijn moeder op stemde. Al is het echt niet zo dat ik alles beslis. Mijn vrouw is als feminist geboren volgens mij.

‘Oekraïne zie ik als mijn nieuwe vaderland. Ik ben bezig met een Vermoorde Dichtersalmanak, over Oekraïense dichters die op niet-natuurlijke wijze aan hun einde zijn gekomen. Ik schrijf ook een boek over de geschiedenis van ons dorp. Daarvoor hou ik interviews met mijn straatarme, stokoude buurvrouwen. Ik zoek altijd een niche voor mezelf. Laat mij maar dingen doen die anderen niet doen.

„Een paspoort erbij zou ik best willen, maar mijn Nederlanderschap zou ik nooit opgeven. Omdat ik als Nederlander geboren ben, en nog steeds enthousiast ben over het land. Ik kijk nu meer naar Feyenoord dan eerst.

„Er zouden medische redenen kunnen komen om terug te gaan. Maar binnenkort koop ik in Hermanivka een stukje grond op het kerkhof. Het lijkt me leuk als ik daar dan lig. En dat mijn kinderen en kleinkinderen denken: kom, laten we daar eens langsgaan.

„En ja, je ligt er goedkoper dan hier.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl