De inflatie loopt nóg verder op. Wat zit daar achter?

Inflatie De inflatie in Nederland was in bijna twintig jaar niet zo hoog, en ook elders in de westerse wereld loopt het prijspeil op. Energie is een belangrijke factor, maar niet de enige. Centrale banken dralen met renteverhogingen.

Scherpe stijging van de brandstofprijzen is mede oorzaak van de inflatiesprong.
Scherpe stijging van de brandstofprijzen is mede oorzaak van de inflatiesprong. Foto Richard Brocken/ANP

Gas: plus 30,6 procent. Elektriciteit: plus 39,6 procent. Motorbrandstoffen: plus 27,3 procent. Het is vooral de grote stijging van de energieprijzen – de percentages zijn op jaarbasis – die de hoge inflatie in Nederland voedt.

De inflatie bereikte vorige maand 3,4 procent ten opzichte van een jaar eerder – het hoogste niveau in bijna twee decennia, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag. In april 2002 liep de geldontwaarding voor het laatst zo hoog op. In september was het inflatiecijfer nog 2,7 procent. Prijsstijging van gas en elektriciteit was ook die maand de boosdoener.

Het is voor veel mensen even wennen: een periode met duidelijk stijgende prijzen. Onder meer in het vervoer merk je het. De prijs van een liter benzine ligt rond de 2 euro. Ook reizen met de trein wordt prijziger. Kaartjes voor tweedeklasreizen en abonnementen bij NS worden volgend jaar gemiddeld 1,8 procent duurder. De verhoging is gebaseerd op „het verwachte inflatiecijfer”, aldus NS afgelopen vrijdag. Het bedrijf verwijst naar de gestegen kosten die het zelf maakt, voor onderhoud, energie en ook lonen. Die kosten worden nu doorberekend.

Loonkosten

Wat die lonen betreft: er zijn steeds meer tekenen dat de zeer krappe Nederlandse arbeidsmarkt een rol begint te spelen in de inflatie. Vakbond FNV eist een loonsverhoging van 5 procent, ter compensatie van de stijgende inflatie. Hogere lonen leiden tot hogere productiekosten voor bedrijven, wat de inflatie verder kan opjagen – de zogenoemde loon-prijsspiraal.

Hoewel van zo’n spiraal nog niet bewijsbaar sprake is, is het scenario wel reden voor alertheid over de oplopende inflatie. Energieprijzen zijn heel wispelturig en hoeven niet per se voor langere tijd door te werken in het algemene prijspeil. Maar als de energie-inflatie langer aanhoudt, kan die de geldontwaarding over een breed front voeden. Zeker als ook andere factoren de prijzen opdrijven – zoals nu. Want er is, naast energie, een tweede aanjager van de inflatie: de wereldwijde tekorten aan grondstoffen, materialen, chips. Het is een gevolg van de verstoringen in leveringsketens door de coronacrisis, én van de enorme wereldwijde vraag naar producten na beëindiging van de lockdowns.

Inflatie volgens de consumentenprijsindex. De inflatie loopt al stevig op sinds juli.

Lees ook: Van chips tot chauffeurs, van elektronica tot fietsonderdelen: er is wereldwijd een tekort aan van alles

OESO-cijfer

Al deze factoren spelen niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Donderdag maakte de OESO, de denktank van industrielanden, bekend dat de inflatie in het OESO-gebied (38 landen, waaronder die van de EU, de VS en Japan) in september 4,6 procent bedroeg, tegen 3,4 procent in augustus. Vooral energie- en voedselprijzen stuwden het inflatiecijfer op. Maar ook zonder die (instabiele) energie- en voedselprijzen was de OESO-inflatie in september hoog: 3,2 procent, het hoogste niveau sinds april 2002.

Overal ter wereld worstelen centrale banken met de geldontwaarding. De lastigste vraag voor ze is of de inflatie van voorbijgaande aard is of juist aanhoudt. Wie te snel de rente verhoogt, loopt het risico het economisch herstel in de kiem te smoren. Wie daarmee te lang wacht, geeft de inflatie vrij baan – en ondergraaft de koopkracht van burgers.

De grote centrale banken, zoals de Europese Centrale Bank, de Bank of England en de Amerikaanse Federal Reserve, streven naar een inflatie van 2 procent, gemeten over een langere periode. 2 procent zien ze als een gezonde buffer tegen deflatie, een neerwaartse spiraal van prijsdalingen die de economie kan ruïneren. De voorbije jaren lag de inflatie in de westerse wereld meestal (veel) lager. Nu wordt hogere inflatie getolereerd, vanuit de overtuiging dat zij tijdelijk zou zijn – wat niemand zeker weet.

Weifelende centrale banken

Donderdag zag de Bank of England onverwacht af van een renteverhoging, hoewel de bank voor volgend jaar 5 procent inflatie verwacht. Twee van de zeven bestuurders van de centrale bank in Londen stemden tegen de beslissing: zij wilden wél een verhoging van de rente die nu 0,1 procent bedraagt.

Wel unaniem was het besluit van de Amerikaanse Fed, woensdag, om de massale opkoop van schuld terug te gaan schroeven. Nu koopt de Fed maandelijks nog voor 120 miljard dollar (104 miljard euro) aan staatsleningen en door de staat gedekte hypotheken op. Daarmee drukt ze de langetermijnrente. Vanaf december zal de Fed maandelijks telkens voor 10 miljard minder aan staatsleningen en voor 5 miljard minder aan hypotheken opkopen. Wanneer het opkoopprogramma is afgelopen – volgens dit tijdpad in juni 2022 – kan de Fed ook de rente van vlak boven de 0 procent gaan verhogen.

De ECB weifelt nog het meest. Vóór een eerste renteverhoging moet zij eerst een besluit nemen over de toekomst van haar schuldopkoopprogramma’s. De ‘pandemienoodopkopen’ van krap 80 miljard euro per maand lopen in maart 2022 af. Wat rest zijn de reguliere opkopen van staats- en bedrijfsschuld van 20 miljard euro per maand.

Achter de schermen wordt bij de ECB nu intensief gesproken over het totale bedrag aan opkopen ná maart. Een besluit hierover valt in december. Op de financiële markten wordt verwacht dat de ECB eind volgend jaar de rente (nu 0 procent) verhoogt. Maar als de inflatie in de eurozone (nu 4,1 procent) door een loon-prijsspiraal verder oploopt, kan de centrale bank in Frankfurt zich gedwongen voelen sneller in te grijpen.

Lees ook: ECB vaart riskante inflatiekoers