Cash machines pompen nu olie op

Oliesector Met de grote vraag naar olie en gas maken olieconcerns weer winst als vanouds. Op de VN-klimaattop zijn ze niet welkom.

Net als de concurrenten boerde het Britse olieconcern BP weer goed in het derde kwartaal. Hun fraaie kwartaalcijfers gaan niet gepaard met substantiële aankondigingen over verduurzaming.
Net als de concurrenten boerde het Britse olieconcern BP weer goed in het derde kwartaal. Hun fraaie kwartaalcijfers gaan niet gepaard met substantiële aankondigingen over verduurzaming. Foto Chris Ratcliffe / Bloomberg

Het is weer fijn werken in de olie- en gasindustrie. Die indruk krijg je in elk geval door de woorden van bestuursvoorzitter Bernard Looney van BP: „Als de markt en de olie- en gasprijzen stevig zijn, dan is dit bedrijf letterlijk een cash machine”, zei hij dinsdag tegen de Financial Times.

Aanleiding voor Looneys uitgelatenheid waren de resultaten over het derde kwartaal. BP kon een winst van 3,3 miljard dollar (2,85 miljard euro) bekendmaken. Vorige week hadden concurrenten als Shell, Chevron en Exxon al laten zien dat ze met de huidige vraag naar fossiele energie spekkopers zijn.

Na het coronajaar 2020 is de terugkeer van de miljardenwinsten niet alleen opvallend. Ook de aandacht voor de aandeelhouder is niet verdwenen. Bijna alle olieconcerns kopen voor grote bedragen eigen aandelen in of hebben dat net gedaan. Tot plezier van de belegger die het aantal uitstaande aandelen ziet verminderen: gevolg is dat de winst per aandeel bij een gelijkblijvend resultaat stijgt.

Zo kondigde BP aan de komende drie maanden voor 1,25 miljard dollar aan aandelen in te kopen. En elk kwartaal dat de olieprijs minimaal 60 dollar is – een vat kost nu bijna 83 dollar –, koopt het concern minimaal voor 1 miljard dollar aandelen in. En dan gaat ook het dividend jaarlijks met 4 procent omhoog.

Shell geeft de opbrengst van de verkoop van zijn Amerikaanse olievelden Permian Basin (9,5 miljard dollar) grotendeels aan de aandeelhouder, terwijl Exxon de komende twee jaar voor 10 miljard dollar eigen aandelen gaat kopen. Ook Chevron laat zich voor de belegger van zijn beste kant zien. „We betaalden 2,6 miljard dividend, verlaagden de schuld met 5,6 miljard en kochten voor 625 miljoen dollar aan eigen aandelen terug.”

Substantiële bekendmakingen op het gebied van verduurzaming blijven bij deze fraaie kwartaalcijfers uit. Dat valt extra op nu alle ogen op Glasgow zijn gericht. Daar wordt tijdens de VN-klimaattop via extra afspraken geprobeerd de ambities van het akkoord van Parijs (2015) alsnog te bereiken. Echt welkom in Schotland zijn de oliebedrijven in elk geval niet, ontdekte The Guardian vorige maand. In de aanloop naar de conferentie probeerden BP, Shell en het Noorse Equinor een formele rol tijdens de top te krijgen, zoals dat bij eerdere edities ook het geval was. Maar Britse ambtenaren zetten in openbaar gemaakte brieven vraagtekens bij de beloftes van de oliebedrijven. Ook vroegen ze zich volgens The Guardian af of het Britse BP „wel voldoet aan onze succescriteria”.

Mark van Baal, van de activistische beleggersgroep Follow This, is niet verbaasd dat de oliesector ditmaal geen formele rol bij de klimaattop heeft kunnen bemachtigen. „Voor de komende tien jaar is geen van de grote olieconcerns met een serieus plan bezig om de absolute omvang van de uitstoot substantieel te verminderen. En dat is noodzakelijk omdat we alleen in de komende tien jaar bij een snelle reductie nog het scenario van maximaal anderhalve graad opwarming kunnen bereiken.”

Lees ook dit interview met Mark van Baal: Follow This-voorman Mark van Baal: ‘Deze tijd kan de geschiedenis ingaan als het omslagpunt voor oliebedrijven’

Maar de wereld vraagt om olie en gas, betoogt bestuursvoorzitter Ben van Beurden van Shell in een verklaring deze week naar aanleiding van de klimaattop. „Als onze stations van de ene op de andere dag op waterstof of elektriciteit overschakelen, stappen de mensen echt niet over. Die rijden simpel een stukje verder om bij onze concurrenten te gaan tanken.”

Shell kondigde vorige week aan om de uitstoot van de eigen olieproductie en raffinage in 2030 te halveren, ten opzichte van 2016. Dat kon op weinig applaus rekenen omdat 90 procent van de uitstoot wordt gerealiseerd als de consument bijvoorbeeld met zijn benzineauto rijdt.

‘Olieproducenten niet actief’

Consultant Wood Mackenzie noemt de uitstoot bij het gebruik door de consument „de olifant in de kamer”. Oliebedrijven kunnen dat gebruik immers zelf maar moeilijk beïnvloeden. Zonder de medewerking van beleidsmaker en klant lukt dat gewoon niet, aldus Wood Mackenzie.

„Natuurlijk moet iedereen het maximale doen. De olieproducenten kunnen het niet alleen, maar die zijn ook nog niet echt actief geweest, terwijl zij al decennia weten dat de aarde door fossiele energie opwarmt”, zegt Van Baal van Follow This. „Nu pas komen ze op grotere schaal met laadmogelijkheden bij hun benzinestations. Ik denk dat de olie-industrie met haar kennis ook een veel grotere rol kan spelen bij de aanleg van windparken.”

Van Baal ziet de belegger kritischer worden. ABP kondigde als een van de grootste pensioenfondsen in de wereld aan om niet meer in fossiele aandelen te beleggen. Follow This krijgt elk jaar meer steun voor zijn ‘klimaatresoluties’ bij aandeelhoudersvergaderingen. Daarbij roept het de olieconcerns op te gaan voldoen aan het Parijsakkoord. Bij Shell werd die oproep door bijna een derde gesteund. Een Amerikaanse actiegroep slaagde erin bij Exxon met brede steun drie ‘groene’ commissarissen te benoemen. „Veel beleggers beseffen dat er geen tijd meer is om nog een paar jaar over verduurzaming te gaan praten.”