Vermomd als burgerbeweging lobbyt de tabaksindustrie tegen strenge wetgeving voor e-sigaretten

Tabakslobby Tabaksmultinationals financieren organisaties die de consument zeggen te vertegenwoordigen, om te lobbyen tegen strengere regels voor elektronische sigaretten. Zo probeert de industrie hervorming van internationaal tabaksbeleid te beïnvloeden.

Illustratie Laura Langerak

‘Beste politici, hebben jullie zin in een ijsje voor het Kamerdebat?” Een groepje jonge mannen in korte broek en sneakers roept leuzen door een megafoon. Met een ijscowagen staan ze op een zonnige junidag op het Plein voor de Tweede Kamer. Ze keren zich tegen een ‘smaakjesverbod’ voor e-sigaretten. Om deze producten minder aantrekkelijk te maken voor jongeren, wil demissionair staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) smaken als mango en meloen verbieden.

De demonstranten vinden dat smaken rokers juist kunnen overhalen om met normale sigaretten te stoppen. Als bewijs laten ze voorbijgangers na stracciatella en bosvruchten ook een derde, ‘smaakloze’ variant proeven. Demissionair premier Mark Rutte bedankt vriendelijk, Volt-leider Laurens Dassen krijgt een brief in zijn handen gedrukt. In een video die de demonstranten op sociale media verspreiden, krijgt Dassen een prominente rol. „Ik ga het bekijken”, belooft hij.

Op de zijkant van de ijscowagen prijkt een gebalde vuist met een e-sigaret, het logo van de World Vapers’ Alliance (WVA). In persberichten presenteert de Oostenrijkse WVA-directeur Michael Landl zijn internationale organisatie als burgerbeweging en roept hij de Nederlandse overheid op dit „belachelijke plan” te stoppen.

Ogenschijnlijk gaat het om een ludieke actie van bezorgde burgers, consumenten die hun stem laten horen. In werkelijkheid is de World Vapers’ Alliance geen uit burgeractivisme voortgekomen consumentenbeweging, maar een lobbygroep met financiering van de tabaksindustrie. Zo ondersteunt British American Tobacco, bekend van Lucky Strike en Camel, de club om te pleiten voor e-sigaretten als middel om te stoppen met normale sigaretten.

Dat blijkt uit onderzoek voor NRC. The Investigative Desk legde in samenwerking met Stéphane Horel, onderzoeksjournalist van de Franse krant Le Monde, een netwerk bloot van Amerikaanse libertarische organisaties die in Europa lobbyen voor de tabaksindustrie. Daarvoor gebruikten de onderzoekers onder meer Amerikaanse belastingdocumenten en informatie uit het Europese Transparantieregister.

Misleidende omweg

„Ach nee…”, reageert Nilüfer Gündogan, Kamerlid van Volt, als ze haar fractievoorzitter in het filmpje van de World Vapers’ Alliance ziet. Gündogan probeerde als volksgezondheidwoordvoerder de tabakslobby juist uit het parlement te weren. The Investigative Desk laat haar de video voor de eerste keer zien en informeert haar over de link met de industrie. Ze zakt even in haar stoel, schiet dan overeind. „Wat een hufters”, roept ze. „Ze hebben hem erin geluisd.”

Deze lobbytactiek – industriële belangen vermommen als waren ze van de consument – gebruikt de tabaksindustrie al decennia. Waar spontane burgerbewegingen als grassroots worden gekenschetst, uit de basis afkomstig, noemen lobbyexperts de door de industrie geënsceneerde variant astroturfing, naar een kunstgrasmerk. Omdat een internationaal antitabaksverdrag de multinationals weert van de onderhandelingstafel, proberen ze via deze misleidende omweg toch mee te kunnen beslissen.

De World Vapers’ Alliance ontstond in 2020 als een project van de Amerikaanse non-profitorganisatie Consumer Choice Center (CCC), een in 2017 opgerichte „wereldwijde grassrootsbeweging” die kantoor houdt in Washington. Ze verzet zich tegen „paternalistische wetgeving”, zoals belastingen op frisdranken en e-sigaretten, die de vrijheid van de consument zou beperken.

Het CCC omschrijft zichzelf als onafhankelijke organisatie die „volledig open” staat voor donaties van bedrijven. Ze ontving geld van de grootste tabaksmultinationals en zegt „trots” te zijn op die financiering. Antwoord geven op financiële vragen wil ze niet. Daarom blijft onduidelijk welk deel het tabaksgeld uitmaakt van het totale CCC-budget van bijna één miljoen euro in 2020. Duidelijk is dat British American Tobacco de lobbyclub sponsort, net als Marlboro-fabrikant Philip Morris International en Altria, het moederbedrijf van de Amerikaanse tak van Philip Morris. Japan Tobacco International co-financierde het oprichtingsfeestje van CCC, waar volgens aanwezigen vrijwel uitsluitend mannen in pakken bij waren.

Lobbyende libertariërs

Helderheid krijgen in de financiële wirwar rond het Consumer Choice Center is ingewikkeld. De structuur van het netwerk van organisaties doet denken aan een Russische matroesjkapop, waaruit bij opening telkens een nieuwe pop tevoorschijn komt.

CCC maakt deel uit van het Atlas Network, een in 1981 opgerichte wereldwijde koepel van libertarische non-profitgroepen. De meer dan vijfhonderd Atlas-leden delen een ideologie van maximale vrijheid voor het individu, een zo klein mogelijke overheid en zo min mogelijk belastingen en regels voor bedrijven. Het Atlas-netwerk is al sinds de jaren negentig bondgenoot van de tabaksindustrie in de strijd tegen regulering van sigaretten.

Samen met Le Monde identificeerde The Investigative Desk zeventien Atlas-partners die zich vooral in de Verenigde Staten verzetten tegen strengere regels voor de e-sigaretten. Minstens twaalf van die partners kregen de afgelopen vijf jaar geheimgehouden bedragen van de tabaksindustrie. Het Consumer Choice Center vormt de kern van de Brusselse tak van het netwerk, waarvan de leden elkaar uitnodigen voor panels en podcasts, of elkaar citeren in lobbyrapporten.

In de VS is het netwerk van lobbyende libertariërs de ‘Kochtopus’ gaan heten, naar de schatrijke oliemagnaten Charles en David Koch. Deze broers, die decennialang klimaatverandering ontkenden, stonden vanaf de jaren zeventig aan de wieg van dit netwerk. „Samen met de tabaksindustrie waren zij de pioniers van astroturf-bewegingen”, zegt Jane Mayer, journalist van The New Yorker. In haar boek Dark Money, uit 2016, toonde ze de verreikende invloed van de Kochs op de Amerikaanse politiek. „Ze houden een ideologie aan waarin minder regulering beter is. En hun geld is overal.”

Studentenvereniging

De 34-jarige Duitse CCC-directeur Fred Roeder heeft het liever niet over de financiën, maar begint tijdens een interview met Le Monde en de Investigative Desk zelf over de Kochs. Hij ontkent ooit geld van hen te hebben gekregen, maar er zijn wel relaties. In een jaarverslag schrijft Roeder dat zijn CCC „zonder Students for Liberty niet zou hebben bestaan”. Zijn organisatie ontsproot aan deze libertarische Amerikaanse studentenvereniging die het CCC voorzag van minstens 200.000 dollar (172.000 euro) startkapitaal. Roeder was vijf jaar voorzitter van de Europese tak van Students for Liberty (SfL), waarvan ook tien van de elf CCC-werknemers lid waren.

SfL werd in 2007 opgericht door Alexander McCobin, deelnemer aan een Koch Summer Fellowship, met als doel een nieuwe generatie libertariërs op te leiden. Uit Amerikaanse belastingdocumenten blijkt dat de vereniging de afgelopen vijf jaar meer dan 1,5 miljoen dollar ontving van libertarische organisaties in het Koch-netwerk. Maar waar het jaarbudget van 3,5 miljoen dollar precies vandaan komt, blijft onduidelijk.

Ook opmerkelijk: uit de Amerikaanse belastingpapieren van Students for Liberty blijkt dat Fred Roeders bedrijf Healthcare Solutions in Estland vanaf 2015 minstens 680.000 dollar van de studentenvereniging ontving voor ‘advieswerk’. Waarom krijgt Roeder dat geld? Hij wil de vraag niet beantwoorden.

De vape-bus

Met een roze-blauwe Citroën-bus tourt de World Vapers’ Alliance deze zomer door Europese steden als Barcelona, Milaan, München en Londen om handtekeningen op te halen, die vervolgens naar politici worden gestuurd. Op een kunstgrasveldje in de hippe Londense buurt Shoreditch laat WVA-directeur Michael Landl de bus enthousiast zien. „We ontvangen hier honderden mensen per dag”, zegt de 34-jarige Oostenrijker. Met zijn baardje, sneakers en hoodie oogt hij meer als consument dan als lobbyist. Landl beschrijft zichzelf als een libertariër, al houdt hij niet van „etiketjes”. Hij werkte in het Duitse parlement als adviseur van de liberale FDP en zat samen met Roeder bij Students for Liberty.

Onder een partytent naast de bus leest en ondertekent een stelletje de WVA-brief aan politici om regulering van e-sigaretten te voorkomen. Andere voorbijgangers doen mee aan een spel waarbij ze T-shirts, bokshandschoenen en paraplu’s kunnen winnen. Niets maakt de ondertekenaars van de petitie duidelijk dat de campagne gefinancierd is met geld van de tabaksindustrie.

Lees ook: Hoe schadelijk is de e-sigaret?

De medewerkers van de bus werken voor het Ierse pr-bureau Red Flag, blijkt uit documenten op het tafeltje naast de bus. Dat heeft British American Tobacco als klant en is gespecialiseerd in astroturf-campagnes. In 2018 raakte het bureau in opspraak toen het een ‘boerenbeweging’ orkestreerde voor agrochemie-reus Monsanto (inmiddels Bayer) om een verbod op het pesticide glyfosaat te dwarsbomen.

„Wat?”, roept Eva van der Vliet (20) boos als ze hoort van de financiële banden. De Nederlandse studeert in Londen en heeft zojuist onder de partytent de brief aan de politici ondertekend. „Dit hebben ze me niet verteld. Maar dat hadden ze natuurlijk wel moeten doen”, zegt ze. Haar vriend Ali Mana (22) is verbaasd, maar blijft achter de petitie staan. „Dankzij vapen ben ik gestopt met roken”, zegt hij. „Dat moet mogelijk blijven.”

Schadebeperking

Ook WVA-directeur Landl was een roker. Ook hem hielpen e-sigaretten te stoppen met gewone sigaretten. Door het gebruikers makkelijker te maken over te stappen naar een minder schadelijk product, kunnen we in Europa negentien miljoen levens redden, zegt hij. Een smaakjesverbod of hogere accijnzen zouden dat in de weg staan.

Vanuit de industrie klinken dezelfde argumenten. Bedrijven als Philip Morris International en British American Tobacco zetten de laatste jaren in op verschillende elektronische producten. In e-sigaretten zit geen tabak, maar een nicotinehoudende vloeistof. Heat-not-burns bevatten wel tabak, maar verhitting geschiedt op lagere temperatuur dan bij de traditionele sigaret.

Met deze ‘minder schadelijke alternatieven’ zegt de industrie de roker te helpen met stoppen. Maar voor deze tobacco harm reduction, ofwel ‘tabaksschadebeperking’, is het volgens de betrokken bedrijven wel noodzakelijk dat de nieuwe producten veel minder streng worden gereguleerd dan de sigaret. Ze willen bijvoorbeeld graag meer reclame kunnen maken.

Onder meer het RIVM en de Wereldgezondheidsorganisatie hebben hun twijfels over e-sigaretten en de actieve promotie ervan. Ze waarschuwen dat de fruitsmaakjes aantrekkelijk zijn voor jongeren, dat zij verslaafd raken aan nicotine en mogelijk overstappen naar de traditionele sigaret. De instanties erkennen dat bij de meeste alternatieven die nu op de markt zijn, minder schadelijke stoffen vrijkomen dan bij een sigaret. Maar onafhankelijke informatie ontbreekt over de gezondheidseffecten op lange termijn. Van de 22 onderzoeken in het laatste RIVM-rapport over ‘nieuwsoortige tabaksproducten’ waren er 15 door de industrie gefinancierd.

Ook bij de intenties van de tabaksbedrijven zijn vraagtekens te zetten. Beschouwen ze zich werkelijk als oplossing van het probleem dat ze zelf creëerden? Of zien ze in de elektronische producten vooral een nieuw winstmodel, nu ze steeds strengere regels voor sigaretten niet langer kunnen tegenhouden? Winst maken de bedrijven alleen als er minstens evenveel mensen gaan ‘vapen’ als er nu roken – en dat blijven doen.

Brusselse lobby

In Brussel wist het Consumer Choice Center een groep van dertig rechtse Europarlementariërs aan zich te binden. CCC voert het secretariaat van de MEPs for Innovation, een groep die merendeels bestaat uit uiterst rechtse politici van partijen als het Franse Rassemblement National (het voormalige Front National) en de Italiaanse Fratelli d’Italia en Lega. Een van de speerpunten van de groep: tabaksschadebeperking.

De Europarlementariërs willen schadebeperking onderdeel maken van het Europese plan voor kankerbestrijding. Ze lobbyen tegen een Europees smaakjesverbod en proberen minimumaccijnzen voor alle tabaksproducten – inclusief sigaretten – van tafel te krijgen. Pietro Fiocchi, van Fratelli d’Italia, diende het voorstel in de minimumaccijns te schrappen. Hij zegt desgevraagd een netwerk van gelijkgestemde politici te vormen om ervoor te zorgen dat zijn voorstellen eind dit jaar op voldoende steun kunnen rekenen.

Een van de beoogde bondgenoten is de Duitse Europarlementariër Peter Liese (Europese Volkspartij, CDU). De oud-arts, fel tegenstander van roken, is ervan overtuigd dat e-sigaretten rokers kunnen helpen stoppen. Maar ook hij is er niet van op de hoogte dat de tabaksindustrie de World Vapers’ Alliance financiert. „Meneer Landl heeft mij een beeld voorgehouden van een consumentenorganisatie met een heel klein budget.”

Ook Fiocchi weet niet dat het secretariaat van zijn groep een lobbyorganisatie is met geld van de tabaksindustrie, zegt hij. „Ik zou dat moeten checken. Maar het maakt me ook niet zoveel uit”, aldus de Europarlementariër. „Ik praat met iedereen, ook met Philip Morris en British American Tobacco.”

Publieke debat

Om tabaksschadebeperking gemeengoed te maken in het politieke en maatschappelijke debat, schrijven CCC-medewerkers beleidsadviezen over vapen, maken ze podcastafleveringen en publiceren ze opinieartikelen in Europese media. Bij publieke consultaties van de Europese Commissie over tabakswetgeving verzetten ze zich onder de vlag van „keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid” tegen minimumaccijnzen op zowel de elektronische als de reguliere sigaret.

Intussen organiseert de World Vapers’ Alliance discussiepanels onder titels als Politicians Talk Vaping met optredens van Europarlementariërs, onder wie Fiocchi en Liese. Daarbij presenteert de World Vapers’ Alliance zich als ’s werelds „grootste vaping-gemeenschap”, met 15.000 leden. Pogingen dat te verifiëren stranden, en de WVA wil geen bewijs geven over het ledental.

Online is de discussie over vapen geëxplodeerd. Sinds eind 2019 is het aantal berichten op Twitter over e-sigaretten vertienvoudigd. Dat blijkt uit data-analyse van het Nederlandse onderzoeksjournalistieke softwarebedrijf Trollrensics, in opdracht van The Investigative Desk en Le Monde. Een netwerk van vape-organisaties met industriële banden, zoals de World Vapers Alliance, individuele pleitbezorgers en anonieme accounts zwengelt die berichtenstroom aan. Dit netwerk was de afgelopen twee jaar gemiddeld goed voor een kwart van de tweets over e-sigaretten.

Door hashtags als #VapingSavesLives onder de aandacht te brengen, mobiliseren ze consumenten om petities te tekenen en weten de industrieel gefinancierde organisaties hun eigen aanwezigheid in het publieke debat kunstmatig op te blazen. Deze 21ste-eeuwse vorm van astroturfing is goed zichtbaar zodra de Wereldgezondheidsorganisatie twittert over de risico’s van e-sigaretten: in reacties trekken harmreduction-proponenten, vaak leden van het Atlas Network, steevast de resultaten in twijfel.

Met zo’n aanval op de Wereldgezondheidsorganisatie proberen de lobbyclubs haar gezag te ondergraven. De volgende stap is onder het mom van het publieke belang een zetel voor ‘consumentenorganisaties’ bij onderhandelingen af te dwingen. Michael Landl zegt tegen die achtergrond plannen te hebben voor de onderhandelingen komende week in Genève, en dat het om een „verrassing” gaat. In de Zwitserse stad beginnen deze maandag onderhandelingen tussen 181 landen, inclusief Nederland, om het antitabaksverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie aan te scherpen.

Als Europa zich de komende maanden buigt over nieuwe regels voor e-sigaretten, zal blijken hoe effectief deze strategie is. Zal het lukken regulering te voorkomen met een verhaal over schadebeperking en consumentenbelangen? De ambitie van het Consumer Choice Center reikt verder: de organisatie strijdt tegen „paternalistische” regels bij chemicaliën, frisdrank, klimaat en farmaceutica. „Consumenten winnen daar niets bij.”

„Het is belachelijk,” zegt New Yorker-journaliste en Dark Money-auteur Jane Mayer als ze de resultaten van dit onderzoek ziet. „Een lobbyoperatie die doet alsof ze opkomt voor het publieke belang – het lijkt wel een grap. En het is verschrikkelijk dat we in de VS onze politieke corruptie naar de rest van de wereld exporteren.”