Opinie

Toets- en cijferbeleid ondermijnt welbevinden jonge kinderen

Onderwijsblog Het huidige cijfersysteem op de basisschool is funest voor het leerproces en zelfbeeld van kinderen, stelt .
Een rapport van een leerling van een katholieke lagere school uit 1964.
Een rapport van een leerling van een katholieke lagere school uit 1964. Foto Flip Franssen / Hollandse Hoogte

In het basisonderwijs wordt vandaag de dag nog steeds kwistig met cijfers gestrooid. Al in de middenbouw krijgen de leerlingen toetsen om de oren en worden allerlei onderwijsactiviteiten als spreekbeurten en knutselopdrachten becijferd of beoordeeld. Een kwalijke zaak, want voor kinderen fungeren cijfers als een straf of een beloning, waarbij ze nog niet de koppeling kunnen maken tussen het leerproces en hun actieve aandeel daarin.

Onderwijskundige René Kneyber pleit voor formatief toetsen als alternatief voor het vele ondermijnende en inspiratieloze summatief toetsen. Hier staat het verwerven van inzicht en effectief handelen met betrekking tot de individuele leerling en de leerdoelen centraal. Leeruitkomsten van jonge kinderen al zo vroeg becijferen ondermijnt het welbevinden en vormt de basis van allerlei misvattingen over eigen kunnen. Daarnaast, en nog veel belangrijker, worden leren en presteren synoniem en dat dempt plezier in leren en motivatie voor school.

Vals zelfbeeld

De ontwikkeling van zelfvertrouwen en een realistisch zelfbeeld wordt tegengewerkt. Kinderen die van nature een hogere intelligentie hebben en daardoor relatief makkelijk leren, voelen aan dat het systeem niet helemaal klopt. Hoge cijfers halen voor taken waar je maar weinig energie in hoeft te steken ondermijnt op de lange termijn het vertrouwen in eigen kunnen. Dit kind bouwt al vroeg een vals zelfbeeld op waar hij last van krijgt. Op het voortgezet onderwijs wordt de leerstof complexer en gaat het leren ineens niet meer ‘vanzelf’. Met vermijdingsdrang, lage motivatie of probleemgedrag tot gevolg. Het is niet moeilijk te bedenken wat er gebeurt met de leerling die wat minder makkelijk leert. Door veelvuldig matig of onvoldoende te scoren leert hij al vroeg dat hij niet voldoet aan een van buitenaf opgelegde norm. De omgeving kan dan nog zo hard roepen dat het niet erg is zolang hij zijn best maar doet; het kind weet wel beter en voelt haarfijn aan dat hij tekortschiet en de basis voor een fragiel vertrouwen in eigen kunnen is gelegd. Faalangst ligt op de loer.

Lees ook: Wees terughoudend in het meten van sociale ontwikkeling kinderen

Een ander onwenselijk gevolg is dat de sociale verbondenheid onder druk komt te staan. Het kind ervaart al vroeg dat goed presteren een uiterst belangrijke beloning oplevert; de onontbeerlijke waardering van zijn omgeving. Niet het leren, nieuwsgierigheid en durven exploreren staat nog langer centraal als interne motor, maar het willen voldoen aan eisen en verwachtingen van buitenaf. Want dát levert namelijk belangrijke en grote voordelen op; goedkeuring van de juf of meester, trotse en tevreden ouders en afgunstige bewondering binnen de groep. De angst om fouten te maken gaat overheersen, de leerling keert naar binnen en sluit zich af. Zo leren we onze kinderen van jongs af aan dat goed presteren veel belangrijker dan het leerproces zelf.

Afrekencultuur

Door cijfers centraal te stellen als belangrijkste waarderingsmodel, kan een opgroeiend kind onvoldoende ontdekken waar zijn oorspronkelijke leer- en ontdekkingsdrang naar uit gaat. Hij leert vooral welke vakken zijn voorkeur hebben en welke niet, gebaseerd op eerder behaalde cijfers. Die brengen haarfijn in beeld waar zijn interesse naar uit zou móeten gaan. Je kunt aan een schoolvak in het begin nog zoveel plezier beleven, als het stelselmatig negatief wordt beoordeeld dan verliest het kind vanzelf de drang tot exploreren en de intrinsieke leerdrang daalt tot het nulpunt. Zie het tij dan nog maar nog eens te keren.

Het moge duidelijk zijn: cijfersystemen horen niet thuis op de basisschool. Hier wordt de basis gevormd waarbij kinderen mogen ontdekken en ervaren wat hun kwaliteiten en groeimogelijkheden zijn. Een cruciale periode waar interesse naar de wereld en voor het leren op school gestimuleerd wordt. Daar moet geen waardeoordeel of norm aan vastgeplakt worden. Het cijfersysteem biedt een systeem van schijnveiligheid, draagt bij aan het in stand houden van een prestatie- en afrekencultuur en biedt een rijke voedingsbodem voor de ontwikkeling van diepgewortelde negatieve overtuigingen.

Gelukkig is er in onderwijsland steeds meer aandacht voor formatief handelen waarbij wordt gepleit voor onderwijs met nauwelijks beoordelingen en cijfers, maar waar de nadruk ligt op het leerproces. Zowel leerling als docent verzamelen daarbij doorlopend feedback met doelgerichte vervolgacties om de stof eigen te maken. Een ontwikkeling die niet snel genoeg kan worden doorgezet naar de basisscholen. Mogen cijfers dan eindelijk voorgoed van tafel?