Paul McCartney is 50 jaar later eindelijk een Beatlesfan

Boek + Docuserie In The Lyrics vertelt Paul McCartney de verhalen achter zijn songs. Zo ontstaat een a-chronologische autobiografie in liedjes. En een documentaireserie geeft spannende inkijkjes in zijn muziek.

Paul McCartney en Rick Rubin.
Paul McCartney en Rick Rubin. Foto Hulu/ Disney+

Rick Rubin heeft iets ontdekt. Als de producer over zijn mengtafel ‘While My Guitar Gently Weeps’ van The Beatles afspeelt, en de baspartij isoleert, hoor je iets wat helemaal niet bij het liedje lijkt te horen: een smerig, overstuurd geluid dat je eerder verwacht bij een agressief schreeuwnummer. En wanneer hij alleen de akoestische gitaar en de zang van George Harrison laat horen, blijft er een lieflijke folksong over. „Eigenlijk smelten hier twee totaal verschillende liedjes samen”, zegt Rubin. Ex-Beatle Paul McCartney, die de betreffende baspartij begin september 1968 speelde, beaamt het. „Ja, zo had ik het nooit bekeken.”

In McCartney 3 2 1 zitten meer van dit soort ontdekkingen. Voor de zesdelige documentaire-reeks op Disney+ praat Rubin urenlang met McCartney over diens liedjes. Aanvullend verscheen dinsdag 2 november De Lyrics, een tweedelige bloemlezing met 154 liedteksten van McCartney, vergezeld van zijn commentaren. Het idee van het dikke boekwerk is dat er zo een autobiografie in liedjes ontstaat.

Paul McCartney en Rick Rubin analyseren vanachter een Neve BCM 20 mengtafel songs in de docuserie McCartney 3 2 1.

Foto Hulu/ Disney+

De documentaire van Rubin is niet te missen. De opzet is eenvoudig en smaakvol: de twee staan in het halfduister bij een vintage mengtafel (de Neve BCM 20) en luisteren naar fragmenten die Rubin uitkiest. Aan de mengtafel zijn slierten papier geplakt waarop staat welke sporen van de mastertapes welke instrumenten bevatten. Zo nu en dan loopt McCartney naar de vintage piano (een Yamaha U1) om iets te laten horen. Zingen doet hij bijna niet, zijn stem is hees en klein geworden. Cameramensen cirkelen nauwelijks zichtbaar om hen heen, de film is in zwart-wit, wat de stemmigheid verhoogt. De archiefbeelden uit de jaren zestig en zeventig zijn juist in kleur - wat een aardige omkering geeft.

Ik heb nu eenmaal last van OSS: ‘Optimistic Song Syndrome’

Paul McCartney

Legende

Paul McCartney is de legende, maar Rubin is ook niet mis: medeoprichter van hiphoplabel Def Jam, producer van de Red Hot Chili Peppers en veel metalgroepen, en de man die countryster Johnny Cash een glorieuze nazomer bezorgde.

Rubin heeft een indrukwekkend uiterlijk: hij gaat altijd barrevoets en heeft een enorme grijze baard. Hij is 21 jaar jonger dan zijn held, maar hij ziet er ouder uit. De Britse kranten schreven dat het net is alsof de Beatle bij God op bezoek is, en rekenschap geeft van zijn muzikale erfenis. God is hier de bewonderende luisteraar met veel kennis van zaken. McCartney staat bij alle liedjes enthousiast mee te wiegen, mee te zingen, luchtgitaar en luchtdrums te spelen. „Goeie band!”, zegt hij. Eerst was hij zelf een Beatle, legt hij uit, en na de scheiding moest hij eerst ruim afstand nemen van de groep, maar nu, een halve eeuw later, kan hij zeggen: „Ik ben gaandeweg een Beatlesfan geworden.”

Paul McCartney achter de piano.

Foto Hulu/ Disney+

In rockdocumentaires gaat doorgaans over bijzaken, maar Rubin en McCartney concentreren zich op de muziek. Ze laten zien hoe eenvoudig en tegelijk gecompliceerd muziek van The Beatles is. Simpele rock & roll-schema’s verrijkte de groep met invloeden uit de musical hall, de klassieke muziek en de avant-garde – vooral het pionieren met muziektechnologie. Meer nog dan zijn kwaliteiten als componist, staat McCartney’s innovatieve basspel centraal. Hij hield zich niet aan de traditioneel dienende rol van het instrument, maar liet zijn basgitaar melodieus als een gitaar klinken, schel als een snaredrum, of droog als een tuba. Met James Jamerson van de Motown-huisband als zijn grote voorbeeld, breide hij steeds weer boeiende tegenmelodieën op de bas. „Ik kreeg wel eens op mijn kop dat ik te druk was”, zegt hij. Maar ook: „Het is de bas die de band bij elkaar houdt.” En veelbetekenend: „In feite beheers je de band met de bas.”

Lees ook over cd-box en boek Let It Be: Pijnlijke scheiding of gezellige sessies?

Positivo

Macca is een positivo. Als een Britse Rutger Bregman verklaart hij: „Ik ben en blijf ervan overtuigd dat onze wereld deugt.” Hij staat niet graag stil bij de narigheid in zijn leven. Maar soms laat hij doorschemeren wat zijn rol was in het uiteenvallen van de groep. Als de andere Beatles met nieuwe liedjes kwamen, ging McCartney zich er meteen mee bemoeien. Hij had doorgaans goede ideeën, die de liedjes optilden, maar zijn enthousiasme werd niet altijd gewaardeerd. „Dan kwam ik, en dan haatten ze me.” Soms zeiden ze tegen hem: „Speel het dan lekker zelf.” Dan nam hij doodleuk een gitaarsolo van George Harrison over, of een drumpartij van Ringo Starr. Bandleider John Lennon was anders: die kwam met een liedje en liet de anderen zelf bepalen hoe ze dat verder invulden. Maar Lennon liet steeds vaker verstek gaan als leider, dus nam McCartney die rol over, zonder dat hij daarvoor de statuur binnen de groep had. Dat wrikte.

Paul McCartney vond koningin Elizabeth een ‘lekker ding’

Levensverhaal

Het tweedelige, 912 pagina’s tellende boek De Lyrics ziet er fantastisch uit, boordevol foto’s en handschriften van McCartney’s liedjes. Maar het boekwerk biedt tegelijk te veel én te weinig. In de selectie van 154 songteksten zitten veel ondermaats solowerk, bij veel liedjes heeft hij niets boeiends te vertellen, en vaak vertelt hij twee of drie keer hetzelfde. Dat had er dus allemaal uit gekund. Tegelijk biedt het boek te weinig: McCartney heeft zo’n zeshonderd liedjes opgenomen, waarvan dus een groot deel ontbreekt. Zelfs niet al zijn Beatlescomposities zitten erin.

Wat wel werkt is dat je a-chronologisch in brokken zijn levensverhaal krijgt opgediend. Over ‘Hey Jude’ (1968) vertelt hij: „Ik dacht dat iedereen klaar was en zette het nummer in, maar Ringo was naar de wc gegaan. Terwijl de opname al liep voelde ik dat hij achter me op de punten van zijn tenen naar binnen sloop en net op tijd achter zijn drumstel plaatsnam.” Ook komt hij met een ‘onthulling’ over koningin Elizabeth II die diverse nieuwsmedia als nieuws naar buiten brachten. Bij de tekst van ‘Her Majesty’ (1969) vertelt hij over de vorstin (95) die The Beatles ooit ridderde: „Haar populariteit bij mijn generatie kan denk ik deels worden verklaard vanuit het feit dat ze best een lekker ding was.”

In het boek betoogt Paul McCartney (79) dat veel van zijn liedjes naar zijn ouders verwijzen. Moeder Mary floot in de keuken, vader Jim speelde piano, de vele familieleden die langskwamen, zongen gezamenlijk populaire liederen. „Mensen begonnen gewoon te zingen zoals je in musicals ziet.” In het commentaar bij ‘Golden Slumbers’ (1969) verklaart hij hieruit zijn liefde voor vaudevilleliedjes en classic pop. Hij zegt dat hij werkt op het snijvlak van twee stijlen. „Aan de ene kant maak ik heel simpele muziek, rock-’n-roll met drie of maximaal vier akkoorden. Aan de andere kant is er de muziek uit de tijd van mijn vader, vanwege de melodieën en de harmonieuze kwaliteiten en de geestigheid en vindingrijkheid van die liedjes.

George Harrison (links), John Lennon, Paul McCartney en Dennis Littler in Liverpool, 1958.

Foto Mike McCartney

Paul McCartney in 1970 in Schotland met zijn dochters Heather en Mary op pony Jet.

Foto Linda McCartney

John Lennon

Het was een gelukkig arbeidershuis in Liverpool. „Ik heb geboft met zo’n familie van fatsoenlijke, vriendelijke mensen. Mensen die deugden. Rijk waren we niet, niemand had geld, maar dat was bijna een voordeel, want ze moesten alles zelf doen.” Volgens hem is hij daarom een blijmoedige, optimistische lieddichter geworden, met een voorkeur voor liefdesliedjes en liedjes die de mensen een hart onder de riem steken. Dat klinkt niet erg rock & roll en bohémien, zo begrijpt hij zelf ook wel, maar hij heeft nu eenmaal last van OSS, zegt hij: Optimistic Song Syndrome. „Ik dacht als kind dat iedereen zo’n heerlijke, liefhebbende familie had. Later ontdekte ik dat het niet zo was, dat veel mensen een moeilijke jeugd hadden. John Lennon was een van hen.”

De twee ontmoetten elkaar op 6 juli 1957 op een buurtfeest van de kerk, waar Lennon optrad. Lennon was zestien, McCartney vijftien. Hij speelde voor Lennon ‘Twenty Flight Rock’ van Eddie Cochran, en toen was het aan. Zij verloren allebei jong hun moeder, waardoor ze, naast de muziek, gemeenschappelijke grond vonden.

Uiteraard komt hij in het boek geregeld terug op zijn samenwerking met Lennon. „Ik sta er nu alleen voor. Als iemand me vraagt hoe het was om met John te werken, geef ik eerlijk toe: dat was makkelijker, veel makkelijker, omdat we met twee breinen dachten.”

Ze waren ‘versies van elkaar’, stelt hij. „Ik kon hem tot rust brengen, hij kon mij een schop onder mijn kont geven.”

Ze gingen met ruzie uit elkaar, en tot verdriet van McCartney bleef zijn oude vriend hem daarna in het openbaar afzeiken. Hij is blij dat het nog goedkwam voordat Lennon in 1980 werd vermoord: „Ik zou het vreselijk hebben gevonden als we het nooit hadden bijgelegd. Ik zou mezelf allerlei dingen hebben verweten.” Gelukkig was hun laatste ontmoeting heel plezierig: „We spraken over brood bakken.”