MVRDV: Winy Maas (links), Jacob van Rijs en Nathalie de Vries voor het door hen ontworpen Boijmans Depot.

Foto Andreas Terlaak

‘Natuurlijk zijn wij architecten allang geen halfgoden meer’

MVRDV: Winy Maas, Jacob van Rijs, Nathalie de Vries In dertig jaar is architectenbureau MVRDV uitgegroeid tot een multinational. Een tentoonstelling laat zien hoe dit zo is gekomen. „Wij zijn niet de architecten van de geniale schets.” Zaterdag opent het door hen ontworpen depot van museum Boijmans.

‘Een architectenbureau is een soort huwelijk”, zegt Jacob van Rijs (1964), de VR van MVRDV, in de ‘reading room’ van het Rotterdamse kantoor van het architectenbureau waarvan hij in 1992 een van de oprichters was. „Als je elkaar de ruimte geeft, dan is het wel aangenaam.”

„Wij zijn niet de architecten van de geniale schets”, verduidelijkt Winy Maas (1959), de M van het bureau dat in 1997 op slag beroemd werd met de Villa VPRO, die met zijn hellingbanen, luchtbrug en een omgeklapte vloer radicaal anders is dan het doorsnee kantoorgebouw. „Onze gebouwen hebben niet een hyperpersoonlijk handschrift, zoals die van Frank Gehry. We hebben een methodiek voor ontwerpen ontwikkeld die we niet alleen met elkaar delen, maar die de medewerkers ook kunnen hanteren.”

„Maar dat wil niet zeggen dat we klonen van elkaar zijn”, vindt Nathalie de Vries (1965), de DV van MVRDV dat nu 350 medewerkers telt, vestigingen heeft in Shanghai, Parijs, Berlijn en New York en vele tientallen ontwerpen voor gebouwen, parken en stadswijken heeft gerealiseerd in meer dan twintig landen. „We leggen alle drie andere accenten. Maar hoezeer de methodiek in het hele bureau is doorgedrongen, blijkt wel uit het commentaar dat we soms krijgen van medewerkers op nieuwe ideeën en voorstellen. ‘Zo doen wij dat bij MVRDV toch niet?’ krijgen we wel eens te horen.”

Zaterdag 6 november is een bijzondere dag voor de drie architecten van MVRDV. Dan opent het nieuwe, door hun bureau ontworpen depot van Museum Boijmans Van Beuningen in het Museumpark in Rotterdam zijn deuren voor het publiek. Schuin tegenover het depot start dan ook de tentoonstelling MVRDVHNI: The living archive of a studio in Het Nieuwe Instituut (HNI).

„Een dergelijke tentoonstelling heeft iets ambivalents voor ons”, zegt Maas. „We zijn meer gericht op de toekomst dan op het verleden.”

Lees ook Boijmans’ nieuwe depot toont kunst als kwetsbaar materiaal

We zijn meer gericht op de toekomst dan op het verleden

Winy Maas MVRDV

„Aanleiding van de tentoonstelling is de overdracht aan HNI van ons archief met de eerste vierhonderd projecten waaronder de Markthal in Rotterdam”, legt Van Rijs uit. „Dat leverde een wonderlijke ervaring op. De tentoonstellingsmakers van HNI pakken onze knutselmaquettes met witte handschoentjes op, alsof het kostbare kunstwerken zijn. HNI wilde er een soort ‘oral history’-tentoonstelling van maken. Faxen, notities, schetsen en interviews met opdrachtgevers en anderen vertellen de verhalen over het ontstaan van de gebouwen. Bij het maken van de tentoonstelling waren wij meer gericht op het tonen van de samenhang van de ontwerpen en de thema’s in ons werk.”

„Voor Het Nieuwe Instituut was een van de redenen voor de tentoonstelling dat wij een van de eerste architectenbureaus zijn die vanaf het begin grotendeels met digitale hulpmiddelen hebben gewerkt”, vult De Vries aan. „Niet alleen bij het ontwerpen, maar ook bij onderzoek en archivering. Dit heeft tot een architectuurtentoonstelling geleid die anders is dan gewoonlijk. We hebben ons aandeel voornamelijk door onze medewerkers laten verzorgen. Die kijken er met een frisse blik naar. Voor verschillenden van hen was het een soort ontdekkingstocht. Ze stuitten bijvoorbeeld op oude ontwerpen waar in embryonale vorm iets aanwezig was dat in latere gebouwen tot volle wasdom kwam.”

Laten we even teruggaan naar het begin. Met gebouwen als de Villa VPRO werden jullie de vaandeldragers van de ‘Superdutch-architectuur’. Wat vonden jullie daarvan?

M: „We voelden ons niet supercomfortabel bij Superdutch. Superdutch is de onhandige titel van het boek van Bart Lootsma uit 2000 over de nieuwe architectuur in Nederland, met ons WoZoCo-gebouw in Amsterdam op de voorkant. Er sprak een hooghartigheid uit waarmee we niet geassocieerd willen worden.”

VR: „De architectenbureaus die in Superdutch werden gepresenteerd, zoals OMA van Rem Koolhaas en UN Studio van Ben van Berkel, hadden bovendien weinig met elkaar gemeen. Ze vormden een bonte verzameling, met heel divers werk. Maar als branding van de Nederlandse architectuur heeft Superdutch uitstekend gewerkt. In het buitenland kreeg men het gevoel dat er alleen maar waanzinnige dingen gebeurden in Nederland. Dat gevoel is zelfs nu nog niet verdwenen.”

DV: „Dat komt doordat een aantal Nederlandse bureaus toch wel iets met elkaar deelt. Een onderzoekende houding bijvoorbeeld en desinteresse voor een persoonlijke signatuur. En ook wel een lefgozerige houding met als uitgangspunt: wat kunnen we veranderen en hoe kunnen we het anders doen?”

De Villa VPRO ontworpen door MVRDV. Foto MVRDV

De door MVRDV ontworpen Markthal in Rotterdam. Foto Ossip van Duivenbode

Het werk van MVRDV wordt ook vaak ‘conceptueel’ genoemd. Hoe voelen jullie je daarbij?

M: „Conceptueel is een superbegrip. Het houdt in dat het in architectuur om veel meer gaat dan alleen functionaliteit of een artistieke ingeving. Het betekent dat over het ontwerp is nagedacht en de vorm goed kan worden uitgelegd, met redenen en argumenten omkleed. En ook dat in de sterke, sublieme vorm van een gebouw functionaliteit en betekenis samengaan, en eenvoud én complexiteit.”

VR: „Sommigen beschouwen architecten nog altijd als halfgoden. Dat zijn we natuurlijk allang niet meer. We zijn slechts een onderdeel van een enorme bouwmachine en kunnen alleen met een sterk concept, een ontwerp met een overtuigend verhaal, iets bijzonders tot stand brengen.”

DV: „Bij onze methodiek hoort ook een integrale aanpak waarin bijvoorbeeld landschap, maatschappelijke context en techniek worden betrokken. Deze brede benadering is een extra rechtvaardiging voor uitzonderlijke oplossingen.”

Lees ook het interview met Reinier de Graaf: ‘Architecten zijn vooral nuttig als vijgenblad’

In 1998 zei u, Winy Maas, in een interview in NRC over FARMAX, jullie boek met datascapes: „We menen dat we de wereld slechts kunnen begrijpen door het getal.” Verklaart dit dat MVRDV zo succesvol is geweest in het tijdperk van het neoliberalisme en het ‘spreadsheet’-denken, waarin alles wordt uitgedrukt in getallen?

DV: „Er is inderdaad sprake van gelijktijdigheid: toen wij ons bureau begonnen, was het neoliberalisme sterk in opkomst. Maar onze houding heeft, denk ik, meer te maken met de jaren tachtig, toen we bouwkunde in Delft studeerden en als architecten begonnen. Dit was de tijd van het postmodernisme en de hyperpersoonlijke architectuur van architecten als Zaha Hadid en van het deconstructivisme dat werd gerechtvaardigd met het werk van Franse filosofen als Deleuze en Derrida.”

Ons gecijfer heeft ook een culturele dimensie, die het ontwerpen raakt

Nathalie de Vries MVRDV

M: „Daar zagen we niets in. We hielden ons liever bezig met wat je misschien een exact-wetenschappelijke benadering zou kunnen noemen. Die is nu nog meer op zijn plaats dan toen we begonnen. Nu de architectuur en de stedenbouw de afgelopen decennia nog complexer is geworden en de digitalisering is voortgeschreden, is de rol van het getal en algoritmes in ons werk nog groter geworden.”

DV: „Maar het gaat ons niet louter om cijfers. Ons gecijfer heeft ook een culturele dimensie, die het ontwerpen raakt. Met de op data gebaseerde methodiek kun je bijvoorbeeld allerlei alternatieven voor hyperdichte bebouwing laten zien die ook in Nederland noodzakelijk wordt door de gevolgen van de klimaatverandering. En dan kun je vervolgens de vraag stellen: willen we dit? En zo niet: hoe willen we het dan en hoe kunnen we dat bereiken? Mogelijke uitkomsten bedenken is een belangrijke rol van een ontwerper.”

Het door MVRDV ontworpen Boijmans Depot in Rotterdam. Foto Andreas Terlaak

Sommige critici vinden dat jullie gebouwen ‘gebouwde concepten’ zijn en dat de ‘form follows data’-benadering lijdt onder een gebrek aan expressie en goede details.

VR: „Dit is de kritiek van de nieuwe Nederlandse baksteenarchitecten, toch? Elke generatie zet zich af tegen het werk van de vorige generatie. Ik denk dat het ze er vooral om gaat dat we geen ambachtelijk gemetselde gevels ontwerpen. En al gebruiken we zeker wel baksteen als daar een reden voor is, we hebben inderdaad weinig op met de romantisering van het ambacht.”

M: „Toch vind ik de kritiek niet terecht. Neem bijvoorbeeld de winkel die we hebben gebouwd in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Hiervan verandert de traditionele bakstenen gevel halverwege in een pui van stenen en deur- en raamlijsten van ambachtelijk vervaardigd Venetiaans glas. We houden ons beslist wel bezig met details en de expressie van gebouwen, alleen doen we dat niet op een traditionele manier maar meer op een conceptuele wijze.”

We hebben inderdaad weinig op met de romantisering van het ambacht

Jacob van Rijs MVRDV

DV: „Ik denk dat we niet-specifieke, generieke gebouwen neutrale gevels geven en dat specifieke gebouwen, zoals de drie portiersloges van De Hoge Veluwe uit 1995, specifieke gevels krijgen.”

VR: „Wat voor gevel een gebouw krijgt, heeft ook te maken met de plek waar het komt te staan. We zijn nu in Moskou bezig met een groot appartementengebouw met winkels waarvan de gevels helemaal uit rode bakstenen bestaan omdat dit daar gepast is.”

Over Rusland gesproken. Jullie hebben ook meegedaan aan de prijsvraag voor een hoofdkantoor van Gazprom in Sint-Petersburg, na een lang debat op jullie bureau. Zijn er organisaties of landen waar jullie niet voor of in willen werken?

DV: „De helft van onze medewerkers komt uit het buitenland en met hen bespreken we mogelijk dubieuze opdrachten. Dan gaat het om kwesties als: wat wil de opdrachtgever bereiken en kunnen we daar wel een goede rol in spelen? Ook gaan we wel te rade bij Nederlandse ambassades.

„Persoonlijk vond ik Gazprom een no-go. Ik zie ook niets in landen als Saoedi-Arabië, waar de helft van onze medewerkers als tweederangs mensen worden beschouwd. Vaak wordt als argument gebruikt voor het werken in zulke landen dat je met je architectuur een bijdrage kunt leveren aan veranderingen ten goede. Maar zo’n houding vind ik toch een beetje getuigen van een messiascomplex.”

Ontwerp voor een houten hoofdkantoor voor Gazprom in Sint-Petersburg. Beeld MVRDV

Ontwerp voor een appartementengebouw in rode baksteen in Moskou. Beeld MVRDV

M: „We hebben desondanks besloten om toch mee te doen aan de prijsvraag van het Gazpromkantoor – maar dan wel met een kritisch en groots gebaar. We hebben een ontwerp ingestuurd voor een superduurzaam gebouw dat geheel uit hout is opgetrokken en waarvoor alle energie wordt geleverd door zonnecellen. Het zou helemaal op poten komen te staan, zodat het boven een oud park zweeft en zo de geschiedenis respecteert. Gazprom heeft uiteindelijk niet voor ons ontwerp gekozen.

„Als je in een geglobaliseerde wereld wilt werken, kun je je niet beperken tot brave landen als Denemarken en Duitsland. Werken in landen als China levert bovendien ervaringen op die bruikbaar kunnen zijn in Nederland. Zo valt er misschien wel iets te leren van de manier waarop nu in Shenzhen en Beijing superdicht bebouwde wijken worden gebouwd, waarin ook plaats is voor land- en tuinbouw. Misschien is dit een beter idee dan de monofunctionele kassenstad die het Westland nu is.”

VR: „Ik ben ook te nieuwsgierig om niet in onbrave landen te werken; daar wonen tenslotte ook mensen. Het is spannend om in landen met een heel andere cultuur gebouwen voor elkaar te krijgen die er zonder ons niet zouden zijn gekomen.”

M: „Nieuwsgierigheid vind ik een heel goed argument. Als je niet meer nieuwsgierig bent, ben je eigenlijk een soort van dood.”