Els Borst leest voor aan haar kinderen Dirk en Andra, in 1965.

Foto privécollectie

Interview

Biograaf: geen toeval dat Els Borst altijd kwam bovendrijven

Nele Beyens | Historicus Nele Beyens kreeg voor haar biografie van Els Borst, die vrijdag verschijnt, toegang tot de persoonlijke archieven. „Pas na haar dood raakte ik in haar geïnteresseerd.”

Op haar drieëndertigste, in 1965, had Els Borst-Eilers drie kleine kinderen en een man met een baan als bacterioloog bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid. Het jaar daarvoor waren ze voor zijn werk van Amsterdam naar De Bilt verhuisd en nu was zij huisvrouw. Ze was afgestudeerd als arts, maar ze was geen kinderarts of seksuoloog geworden, wat ze wel geprobeerd had. Haar promotieonderzoek had ze afgebroken in de tijd dat bij haar man, Jan Borst, een bipolaire stoornis was vastgesteld. Die was nu redelijk onder controle, maar van een loopbaan voor haar leek geen sprake meer te zijn. Ze had het jaar daarvoor een kind verloren na een zwangerschap van zes maanden, Anna Charlotte. Het kindje had een dag geleefd.

„Je zou in 1965 nooit hebben verwacht”, zegt haar biograaf Nele Beyens, „dat deze vrouw twaalf jaar later medisch directeur van het Academisch Ziekenhuis Utrecht zou zijn, daarna vicevoorzitter van de Gezondheidsraad en hoogleraar in Amsterdam zou worden, en in 1994 minister van Volksgezondheid werd.”

Els Borst leek er niet mee te zitten dat ze als zeer intelligente en hoogopgeleide vrouw nu thuis zat. Ze klaagde er in elk geval nooit over. In een interview in weekblad Libelle zei ze ooit dat ze het „enig” vond, dat „rondtuttelen met die kleuters de hele dag”. Een paar jaar voor haar dood mailde ze aan een scholier die een profielwerkstuk schreef dat Jan en zij helemaal niet leefden met „het begrip carrière”.

Groentehapjes

Toch kwam het door haar man dat ze in 1966 weer aan het werk ging. „Je conversatie wordt wel erg eenzijdig”, had hij tegen haar gezegd. Hij was ook arts en gewend aan een vrouw met wie hij medische kwesties kon bespreken. Maar haar hoofd stond naar vuile luiers, groentehapjes en nieuw geleerde woordjes. Saai, vond hij. Els Borst kreeg vrijwel onmiddellijk een baan bij het bloedtransfusielaboratorium van de Universiteit Utrecht, en zo gemakkelijk als ze voorheen bij de kinderen was gebleven, zo gemakkelijk liet ze nu alles over aan de oppas en de huishoudster. „Dat was haar pragmatisme”, zegt Nele Beyens. „Je maakt een keuze, dat heeft gevolgen, en die aanvaard je.” Op haar oude dag hield Els Borst als alom gewaardeerde éminence grise jonge vrouwen graag voor dat ze de tijd moesten nemen om kinderen te krijgen. Ook een ‘late starter’ kon hoog eindigen, kijk maar naar haar. Eind 2012 werd ze tot minister van staat benoemd, een eer die maar weinig politici ten deel valt.

Nele Beyens (43) komt uit Mechelen, in Vlaanderen, studeerde geschiedenis in Leuven, kwam in 2001 op een Erasmusbeurs naar Amsterdam en bleef voor de liefde. Na haar promotie specialiseerde ze zich in medische geschiedenis, onder andere door de biografie van de gynaecoloog Hector Treub (1856-1920) te schrijven. „Ik ben niet opgegroeid met Els Borst”, zegt ze, „en pas na haar dood raakte ik in haar geïnteresseerd.”

Dat was in 2014. Els Borst was met geweld om het leven gebracht door Bart van U., die later voor de rechtbank verklaarde dat hij een „goddelijke opdracht” had gehad. Deze vrouw moest dood vanwege haar inzet voor de totstandkoming van de euthanasiewet. „Ik zag niet alleen afschuw bij mensen”, zegt Beyens, „maar ook hoe aangedaan ze waren. Ze had blijkbaar veel betekend voor Nederland. Wie was zij?”

De drie kinderen van Els Borst – Jan Borst overleed in 1988 aan beenmergkanker – gaven haar toegang tot het familiearchief en tot alles wat Els Borst in haar leven verzameld en bewaard had. En dat was veel. De huishoudboekjes van haar ouders uit de jaren dertig in Amsterdam, waarin elke cent verantwoord werd. De lijsten met de cadeaus die Jan en Els bij hun verloving hadden gekregen en wie nog een bedankje moest krijgen. Agenda’s, dagboeken, brieven, kaarten, kattebelletjes. Op de kaft van een schrift waarin ze notities bijhield toen ze in 1998 informateur werd, had ze een gedicht geschreven dat zo begon: Ik ween om kleinheid van de grote mannen / waarvoor de macht steeds voor de inhoud gaat. Er waren ook kaartjes van koningin en later prinses Beatrix, die vooral in de periode na de dood van haar zoon Friso heel persoonlijk werden. Beatrix noemde haar „lieve Els” en Els Borst bood haar „een luisterend oor”, al was het „midden in de nacht”.

Els Borst in oktober 1997 met D66-partijleider Hans van Mierlo, haar voorganger. Foto ANP

Opstelwedstrijd

Nele Beyens, die nog tientallen andere archieven onderzocht en meer dan vijftig mensen sprak, laat de biografie beginnen op 22 maart 1949, de zeventiende verjaardag van Els Borst. Ze is dan in Engeland. Ze had een opstelwedstrijd van het ministerie van Onderwijs gewonnen, met als thema ‘Jeugdvriendschap reikt over de grenzen’, en als beloning mocht ze twee maanden met 26 andere scholieren uit 13 Europese landen naar het World Forum of Youth, mede georganiseerd door de Verenigde Naties.

Lees dit profiel van Els Borst na haar dood: Haar rust was haar wapen

Jonge mensen moesten na twee oorlogen weer zonder vijandschap met elkaar leren omgaan. Els Borst raakt tot haar eigen verbazing geïnteresseerd in „politiek en economie en al die andere dingen waar ik zo gruwelijk de pest aan heb, omdat ze zo volkomen alle touch of beauty missen”. En ja hoor, ze wordt geselecteerd als spreker voor de slotbijeenkomst in de Royal Albert Hall, waar ook premier Attlee en oppositieleider Eden een speech houden. „Geen toeval”, zegt Nele Beyens, „dat Els Borst komt bovendrijven. Zo zal het haar hele leven gaan. Het is nooit haar doel om vooraan te staan of de leiding te krijgen. Maar het gebeurt altijd als ze zich ergens in mengt.”

Acht jaar was Els Borst minister van Volksgezondheid, van 1994 tot 2002, en aan het eind kreeg ze van haar ambtenaren een boekje – Wetgever Borst – met wat onder haar bewind tot stand was gebracht. Wetgeving ter verbetering van de kwaliteit van de zorg en ter versterking van de rechten van patiënten, maar vooral die op medisch-ethisch terrein, met bovenaan de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Die werd in 2001 van kracht en zal met haar naam verbonden blijven.

De biograaf kreeg toegang tot het familiearchief van Els Borst (foto uit 2012). Foto Robin Utrecht/ANP

Toch was Els Borst veel meer dan ‘de minister van Euthanasie’, zegt Nele Beyens. „Ze zette het Nederlandse antitabaksbeleid in gang, ze stimuleerde de ontwikkeling van evidence-based medicine en ze bereidde de invoer van het nieuwe zorgstelsel voor. Al met al voerde ze een heel inhoudelijk beleid en het viel haar erg tegen om te worden opgevolgd door Eduard Bomhoff van de LPF.” Dat was na de moord op Pim Fortuyn en de enorme verkiezingswinst van de LPF. Beyens las in Borsts aantekeningen hoe de kennismaking met Bomhoff verliep. Ze was met hem en zijn vrouw gaan dineren en het trof haar dat Bomhoff niet „politiek-inhoudelijk” wenste te praten. Hij wilde weten of hij in de ministerraad als eerste het woord mocht nemen, nu hij vicepremier was en de op een na grootste partij in de Tweede Kamer vertegenwoordigde. En wanneer zou zijn vrouw aan de koningin worden voorgesteld? Publiekelijk zou Els Borst hem nooit aanvallen, maar ze noteerde nauwkeurig de lelijke dingen die over hem werden gezegd in de media. „Schaamteloze ministersgeilheid.”

De biografie ‘Els Borst, medicus in de politiek’ verschijnt vrijdag.