Opinie

‘Epidemie van staatsgrepen’ mag niet leiden tot cynisme

Soedan

Commentaar

Bijna drie jaar na het begin van massale protesten in december 2018 zijn demonstrerende burgers terug in de straten van Khartoem en andere grote steden in Soedan. Het verzet van toen leidde na jaren van oorlog en militaire dictatuur in 2019 tot de val van president Omar al-Bashir en tot heel voorzichtige hoop op democratisering.

Na een staatsgreep, vorige week maandag, zijn duizenden onverzettelijke Soedanezen weer in touw om van hun ‘revolutie’ te redden wat er te redden valt. Vlak voordat generaal Abdel Fattah al-Burhan de interimleiding van een in 2019 overeengekomen militair-civiele overgangsraad moest overdragen aan een vertegenwoordiger van de burgerbeweging, zette hij premier Abdalla Hamdok af en plaatste hem en leden van zijn regering onder huisarrest.

Daarmee is Soedan terug bij af. Het leger, dat afgezien van korte intermezzo’s in 1964 en 1985 sinds de onafhankelijkheid in 1956 de touwtjes de facto altijd in handen heeft gehad, is weer waar het zich onmisbaar acht: in het centrum van de macht. Dat is niet alleen een grote teleurstelling voor de 44 miljoen inwoners van Soedan. De vrees bestaat dat de coup tot meer instabiliteit leidt in een, met buurlanden Ethiopië en Tsjaad, sowieso al onvaste regio.

Wat Burhan precies beoogt en welk plan hij met zijn op papier geslaagde staatsgreep heeft blijft voor velen gissen. Hij belooft een „nieuw Soedan” met democratische verkiezingen in juli 2023. Tot die tijd zou het land door een kabinet van technocraten bestuurd kunnen worden. Met welke middelen is echter de vraag. Net als in 2019, toen het leger uiteindelijk de kant van de demonstranten koos, zal geld en meer bepaald toegang tot de staatskas, volgens ingewijden bij de machtsovername een rol hebben gespeeld. De Verenigde Staten, de Europese Unie, de Wereldbank en andere donoren reageerden adequaat door eerder toegezegde hulpgelden direct te bevriezen. De Afrikaanse Unie schortte subiet Soedans lidmaatschap op – overigens zonder noemenswaardig protest van buurland Egypte, dat generaal Burhan tot nu steunde en hoopt op Soedanees verzet tegen een Ethiopische dam in de Nijl.

Lees ook: Soedans generaals plegen coup maar hebben geen plan

Al deze veroordelingen van de coup zijn vanzelfsprekend terecht en in het diplomatieke verkeer belangrijk. Maar dit al te bekende draaiboek moet de laatste tijd wel erg vaak uit de kast. Militaire machtsovernames zijn, vooral in Afrika boven de evenaar, terug van weggeweest. Alleen al in Guinée, Mali en Tsjaad waren dit jaar geslaagde coups. In Soedan zelf en in een aantal andere landen waren pogingen.

Niet zonder reden sprak VN-secretaris-generaal António Guterres deze week zijn zorgen uit over een „epidemie van staatsgrepen”. Kort na de val van de Muur kwam met het wegvallen van de strijd om invloedssferen in grote delen van Afrika een democratiseringsbeweging op gang; het aantal staatsgrepen nam hard af. Juist de terugkeer van geopolitieke aandacht voor het continent, zowel zakelijk als militair, leidt nu tot nieuwe onrust. De economische en sociale impact van Covid-19 creëert volgens Guterres bovendien een omgeving waarin militaire leiders zich „ongestraft” voelen. Daadkracht in de VN-Veiligheidsraad ontbreekt.

Het is zaak tegen die achtergrond niet cynisch te worden en elke couppoging te blijven veroordelen. De regionale organisatie AU is gelukkig actiever dan haar voorgangers in de jaren 60-70, de hoogtijdagen voor coupplegers. En anders dan toen is in veel Afrikaanse landen het maatschappelijk middenveld door betere communicatie en steun van de diaspora beter georganiseerd. Daar profiteert ook het burgerverzet in Soedan van.