Recensie

Recensie Strips

Een glorieus, hyperactueel verhaal over menselijke omgang

Strips Cartoonist Will McPhail kiest in zijn hilarische en tegelijkertijd pijnlijke graphic novel ‘In.’ voor een tobberig personage dat zijn omgeving onbedoeld een spiegel voorhoudt.

Beeld uit ‘In.’
Beeld uit ‘In.’ Sceptre

De sombere Nick zit in een koffietentje en heeft opgezwollen ogen. De hoofdpersoon uit de graphic novel In. (met een punt erachter) van de Engelse stripmaker Will McPhail kijkt naar de mensen om zich heen, maar dringt niet tot ze door. Het ontbreekt hem aan het vermogen gewoon een praatje te beginnen, zit te veel in zijn hoofd.

Een strip over een gebrek aan communicatieve vaardigheden en de afwezigheid van intimiteit die dat oplevert, wordt gemakkelijk een loodzwaar verhaal met veel suggestieve beeldspraak. Zo niet bij McPhail: zijn graphic novel, zijn debuut, is een opvallend luchtig en bij tijden hilarisch verslag van een brekebeen die het blijft proberen.

Nick is illustrator. Hij is geen succesverhaal, maar evengoed geen verliezer. Om dat te bewijzen, houdt hij zich op in trendy koffietentjes, die gaandeweg het verhaal steeds grotesker en infantieler worden: totaalconcepten waar geen touw aan vast te knopen is, met complexe betaalsystemen en hilarische namen. Aan het einde van het boek zit hij op de stoep voor een koffietent die ‘Sorry Nick, coffee?’ heet.

Pagina uit In. Beeld Sceptre

Het is één van de geweldige vondsten die McPhail in zijn verhaal verwerkt. Hij kiest vaak voor terloopse plaagstootjes en rake observaties. McPhail (1988) is geen stripmaker in conventionele zin. Hij heeft een achtergrond als cartoonist; zijn werk verschijnt al jaren in The New Yorker. Zijn strip In. leest daardoor soms als een optocht van cartoons – iets dat overigens geweldig uitpakt.

Over de titel is het speculeren: is het een afkorting voor insecure? Introvert? Of slaat het op de binnenwereld, het kaartenhuis aan gedachten? Voor al deze opties valt iets te zeggen. De vrijgezelle Nick helpt zijn moeder die een klushuis heeft, belt af en toe met zijn zus en heeft verder weinig aanspraak. Dat verandert als hij de volhoudende Wren ontmoet, een pittige oncoloog die hem met zijn onzekere gevoelsleven confronteert. Daar gaat het mis; er volgt een spel van aantrekken en afstoten, vooral als Wrens werk plotseling heel dichtbij komt.

Beeld uit In.
Pagina’s uit In.
Beeld Sceptre

McPhail kiest ervoor om iedere pagina anders in te delen: drie plaatjes onder elkaar, soms een enkele illustratie, dan een grid van vier of een klassiek ogende strippagina met negen of twaalf plaatjes. Ze beelden routines uit; ze laten zien hoe we ons leven inrichten. Het is sleur in één, twee of meer stapjes. Zo danst het verhaal van scène naar scène. Het zijn zwart-witte pagina’s in gewassen inkt, met af en toe een sequentie in kleur – als Nick de situatie aan ‘de binnenkant van zijn ogen’ bekijkt, om het eens zo te zeggen. Daar waar hij zijn gedachten ordent en oplossingen hoopt te vinden.

McPhail heeft een glorieus, hyperactueel verhaal gemaakt over menselijke omgang. Het is hilarisch en pijnlijk tegelijk, in een setting die herkenbaar is. De buitenwereld, die van de bebaarde barista’s met hun onverschillige blikken en vage noties van stijl en succes, is leeg. De romance tussen Nick en Wren, hoe onhandig ook, voelt daardoor echt en menselijk. McPhail prikt door alle onzin heen en duwt de poppenkast om. En daar zitten we: in onderbroek, met een handpop van onszelf.