Opinie

Alles wat op de grond ligt is vies

Gemma Venhuizen

‘Waar is de dichtstbijzijnde AED?” Ik stelde de vraag als steekproef aan vrienden en kreeg wazige blikken. Niet dat ik zelf een AED-expert was – sterker nog, ik moest opzoeken waar de afkorting voor staat: Automatische Externe Defibrillator. Maar ik had net een EHBO-cursus afgerond en de cijfers spookten nog door mijn hoofd. In Nederland krijgen jaarlijks ruim 15.000 mensen een hartstilstand. 300 per week, 42 per dag, bijna 2 per uur. Zonder hulp overleeft zo’n 10 procent het. Met reanimatie en een AED, die elektrische schokken toedient, stijgt dat percentage tot 70 procent.

Maar door de coronacrisis is ook díé hulpverlening in de knel gekomen. Zo werden 70-plussers niet meer opgeroepen als EHBO’er, omdat ze te kwetsbaar zouden zijn. Gisteren las ik dat er door ADE zeker 1.027 mensen besmet zijn geraakt met het coronavirus. Even was ik in de war. Had reanimatie echt geleid tot zoveel extra besmettingen? Pas toen zag ik dat er niet AED maar ADE stond – de afkorting van Amsterdam Dance Event.

Zelf ben ik juist door corona met EHBO begonnen. Aan het begin van de pandemie, toen de saamhorigheid én de angst nog onverminderd groot waren, zag ik een vrouw met haar fiets vallen. Ik liep erop af om te helpen, maar halverwege vertraagde ik. Anderhalve meter, weerklonk het in mijn hoofd. Anderhalve meter. Iemand anders schoot wél te hulp. Ik passeerde op afstand, met een half mompelend „gaat het?”

Na afloop kwam de wroeging. Wat als iemand echt in nood verkeerde, en ik de enige omstander was? Zou ik dan ook vanaf de zijlijn toekijken? Ik dacht aan een basisschoolmop, waarin Jantje met zijn oma gaat wandelen en hij niets mag oprapen – geen snoep, geen muntgeld, geen briefje van 100. Want: ‘alles wat op de grond ligt is vies’. Uiteindelijk valt oma, en laat hij haar liggen, geheel volgens protocol. Ik wilde geen Jantje worden, en meldde me aan als EHBO’er.

Op poppen oefenden we de gouden formule 30:2. Dertig keer duwen op de borstkas, op de maat van Stayin’ Alive van de Bee Gees. Dan tweemaal mond-op-mond-beademing, en dat net zo lang afwisselen tot iemand komt aanzetten met een defibrillator. „AED, daar red je levens mee”, zei de docent.

Na elke beademing kreeg de pop een nieuw gezicht, en een nieuw plastic zakje als longen. Coronaprotocol. Hoe dat in het echt moest, vroeg iemand. „Volgens de richtlijnen mogen we niet eens beademen”, zei de docent sip. Ze toonde een plastic mondkapje met ventiel. „De kiss of life. Normaal gebruiken we die tegen speeksel en bloed. Maar tegen corona helpt het niet.”

Misschien is het na de coronacrisis tijd voor een Automatic Defibrillation Event, een festival waar iedereen leert reanimeren. Dan kan het ministerie gelijk alle ongebruikte mondkapjes nieuw leven inblazen. Stop er een ventieltje in, en je hebt een prachtig mond-op-mondkapje.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur bij NRC en schrijft op deze plek elke woensdag een column.