Wat te doen met ex-oppaskinderen die een oud naziliedje meezingen?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een opvoedvraag voor aan deskundigen. Deze week: bevriende pubers zingen naziliedjes

Illustratie Martien ter Veen

Oud-oppas: „Onlangs at ik (78) bij mijn ex-oppaskinderen, jongens van 15 en 17 jaar. Opeens begon de jongste ‘Erika’ te zingen, een marslied dat in nazi-Duitsland gebruikt werd om de liefde voor het vaderland te vertolken. Ik vroeg hoe hij zo’n oud Duits liedje kende. Ik refereerde niet aan de oorlog en ook niet aan nazi’s. Zij op hun beurt waren verbaasd dat ik het liedje kende, daar was ik toch zeker te oud voor. Het kwam van internet. Ze begonnen het giechelend uit te beelden, gestrekte armen en al. De ouders reageerden niet. Ik corrigeerde ze niet, omdat ik bang was dat ze het vanuit puberale recalcitrantie dan juist nog grappiger zouden vinden. Ze zien online allerlei naziverheerlijking, het is maar net hoe hun pet staat of ze die berichten geslaagd of idioot vinden. Moet ik hierover met de ouders spreken, ze waarschuwen voor online indoctrinatie? Op deze leeftijd zijn kinderen zo bevattelijk.”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.) Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

IJzer smeden

Bas Levering: „Toch jammer dat u niet van de door de wederzijdse verbazing opgeroepen vragen gebruik hebt gemaakt om tot een gesprek te komen. Oordelen zonder navraag is in zo’n situatie niet verstandig. En corrigeren in het bijzijn van de ouders al helemaal niet. De kans is groot dat u de jongens in uw angst om weggelachen te worden heeft onderschat. Waarom heeft u niet gewoon gevraagd wat ze er zo leuk aan vonden? En waarom niet gewoon gezegd: weten jullie wel waar dat lied vandaan komt?

„Het onderwerp is van het grootst mogelijke belang. Naziretoriek en -symboliek hebben ook na de Tweede Wereldoorlog altijd hun aantrekkingskracht behouden. De pandemie heeft allerlei gepaste en vooral ongepaste referenties aan een overheid die de vrijheid van haar onderdanen wil beperken opgeroepen. Maar de lessen van de oorlog levend houden, is het moeilijkste wat er is. Dat lukt het best als persoonlijke ervaringen in het geding worden gebracht, of door middel van de persoonlijke overdracht van de geschiedenis. Zo heeft u die kennis ooit zelf ook opgedaan.

„Denkt u echt dat de ouders niet op de hoogte zijn van de gevaren van online indoctrinatie? Hopelijk laten zij zich door hun zonen inleiden in wat er omgaat op het huidige internet. Zo blijven ze betrokken.”

Context bieden

Patti Valkenburg: „Er is nogal wat onderzoek dat uitwijst dat kinderen en jongeren positieve zaken van het internet kunnen leren maar ook negatieve. 62 procent van de jongens rond de 15 jaar gaat op internet op zoek naar porno, en soms naar de meest extreme vormen ervan. In dit geval hebben ze het lied ‘Erika’ van internet opgepikt en zingen het na. Misschien uit onwetendheid, het is immers een liefdeslied, net als ‘Lili Marleen’, dat ook uit die tijd stamt. Maar het kan ook bedoeld zijn, en dat lijkt waarschijnlijker hier, om ermee te provoceren. En dat hoort ook bij deze leeftijd.

„Ouders zijn ervoor om kinderen context te bieden over hetgeen ze zien of horen, en daar hoort het internet bij, zeker in tijden waarin de schermtijd hoger is dan ooit.

„Ik zou u dus inderdaad aanraden om de ouders te waarschuwen, al is het maar omdat niet duidelijk is of zij de nazicontext van dit lied zelf wel kennen. Het blijft ook op deze leeftijd verstandig dat ouders volgen wat hun kinderen op internet tegenkomen. En als ze dan iets zingen of nadoen waarvan duidelijk is dat het niet onschuldig is, is het hun taak om hun kind erop te wijzen dat ze daarmee anderen kunnen kwetsen, zoals hier inderdaad gebeurd lijkt te zijn.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.