Ordina vist mee in de kleine vijver van IT-talent

Deze rubriek belicht iedere week ontwikkelingen op de beurs. Ditmaal: IT-bedrijf Ordina.

Toen de coronavrees voorjaar 2020 hoog was, besloot de top van IT-bedrijf Ordina de werving van medewerkers op een laag pitje te zetten. Niet veel later werd besloten de werving te hervatten, want het virus bleek de digitalisering juist een stevige duw in de rug te hebben gegeven.

Ordina (ruim 369 miljoen euro omzet, zo’n 2.500 werknemers) noemt zich de grootste onafhankelijke dienstverlener op zijn markt, de Benelux. Klanten zijn onder meer ministeries, Rijkswaterstaat en bedrijven in industrie, logistiek en financiële sector.

Waar veel IT-bedrijven zich beperken tot detachering van medewerkers bij klanten, mikt Ordina de laatste jaren meer op kleinschalige projecten met een langere looptijd. „Dat heeft als voordeel dat je meer zekerheid hebt dat je mensen een bepaald aantal maanden aan het werk zijn”, zegt analist Peter Olofsen van Kepler Cheuvreux. „Over het algemeen is het ook werk met meer toegevoegde waarde en marge.” Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ontwikkeling en integratie van applicaties voor bedrijven, digitalisering bij overheden, analyseren van data en cybersecurity. Op Ordina’s hoofdkantoor in Nieuwegein werd daarop vorig jaar 22,3 miljoen euro winst geboekt, tegenover 14,9 miljoen euro in 2019.

Om dat winstniveau vast te houden, moet Ordina nu een hardnekkig probleem oplossen: voldoende personeel vinden. Het vist met concurrenten als Capgemini, Atos en Centric en Indiase bedrijven als Wipro en TCS in dezelfde vijver van IT-talent – en die vijver is niet bijster groot.

83.000 vacatures

Dat weet ook directeur Lotte de Bruijn van brancheorganisatie NLdigital, die ruim 600 IT-bedrijven vertegenwoordigt. „De instroom van IT-studenten is lang niet genoeg”, zegt De Bruijn. Zo’n 26.000 studenten kozen vorig jaar voor een praktische of theoretische opleiding in de informatie- en communicatietechnologie. „Zet dat af tegen de ruim 83.000 vacatures die dat jaar openstonden, op een beroepsbevolking van ruim een half miljoen.” Dat er groeiende vraag is naar goedopgeleide ict’ers, vindt ze zacht uitgedrukt.

Succesvolle werving van nieuwe mensen en behoud van bestaand personeel is een van Ordina’s hoofddoelen voor de komende jaren. Dat doet het bedrijf door vaak de tevredenheid van zijn werknemers te peilen, ruime opleidingsmogelijkheden te bieden, en een goed salaris.

Analist Olofsen: „Vanuit klanten is er voldoende vraag om verder te groeien. De juiste mensen vinden is nu echt een uitdaging voor Ordina.” Afgelopen kwartaal wist Ordina op de krappe arbeidsmarkt het bescheiden aantal van tien nieuwe medewerkers te werven.

Wil de sector de groeiende vraag aankunnen, dan volstaat een simpele wervingscampagne niet. NLdigital bepleit voor de korte termijn om- en bijscholing, en vergroting van de aantrekkelijkheid van de IT voor vrouwen. De échte oplossing zit volgens De Bruijn in onderwijs. „IT-bedrijven als Ordina vissen uit een heel kleine vijver. Het is van groot belang dat digitale vaardigheden vanaf de basisschool worden ontwikkeld. Zodat ook vaker wordt gekozen voor een vervolgopleiding in de IT. Daarvoor moet je een lange adem hebben.”

In de tussentijd zullen Ordina en zijn concurrenten ook moeten kijken naar mbo’ers. Die kunnen zich volgens Louis Spaninks, directeur van IT-opleidingsfonds CA-ICT, met de juiste begeleiding ontwikkelen tot ‘de IT-professionals van de toekomst’. „Bedrijven keken in het verleden überhaupt niet naar lager opgeleiden. Dat kun je een systeemimperfectie noemen.”

Donderdag maakt Ordina de derdekwartaalcijfers bekend.