Opinie

Nederland investeert nog steeds miljarden in fossiel

Klimaattop Glasgow Ondanks alle ambitieuze klimaatplannen subsidiëren rijke landen, waaronder Nederland, nog steeds miljarden in fossiele energie. Dat moet stoppen, vindt Bas Eickhout.

Amercentrale in Geertruidenberg
Amercentrale in Geertruidenberg Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Sinds in 2015 het klimaatakkoord van Parijs is ondertekend, zijn fossiele miljardeninvesteringen nog altijd aan de orde van de dag. Zo kwam het grote nieuws dat het pensioenfonds ABP gaat stoppen met beleggingen in fossiele brandstoffen op de dag dat bekend werd dat 88 procent van de beleggingen in de energiesector van Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen eind 2020 nog altijd fossiel waren.

Fossiele projecten komen echter zelden van de grond zonder actieve steun van overheden, hetzij via subsidies, dan wel via leningen of verzekeringen. Zo staken G20-landen tussen 2016 en 2018 gemiddeld nog altijd meer dan drie keer zo veel internationale financiering in fossiele projecten, als in duurzame energie. Het klimaat ten spijt, elk jaar stoken banken en overheden het vuur nog verder op.

Het moet gaan over geld

Het is daarom volstrekt onvoldoende om te blijven praten over langetermijn klimaatdoelen, zolang daar geen financiële consequenties voor de korte termijn aan worden verbonden. De klimaattop in Glasgow moet daarom een keerpunt worden voor fossiele investeringen. Het moet gaan over geld.

Nieuwe fossiele investeringen druisen namelijk rechtstreeks in tegen het wereldwijde afspraken om klimaatverandering niet uit de hand te laten lopen, en dus beperkt te houden tot minder dan 1,5 graden Celsius. Volgens het Internationaal Energieagentschap moet daarvoor vandaag al gestopt worden met investeren in nieuwe winning van fossiele brandstoffen.

Eén van de onbekendste, maar belangrijkste pijlers van het klimaatakkoord van Parijs is financiering. 175 landen hebben hun handtekening gezet onder de ambitie om ‘geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling’. Willen we de Parijsdoelen halen, betekent dat dus enerzijds fossiele financiering afbouwen, terwijl anderzijds duurzame investeringen een gigantische groei moeten doormaken.

In 2020 subsidieerde Nederland fossiele energie met zo’n 4,5 miljard euro

De opdracht voor Glasgow is helder, maar gaat het ook gebeuren? Het Verenigd Koninkrijk, de gastheer van de klimaattop, wil in ieder geval internationale fossiele financiering aan banden leggen. Samen met de Europese Investeringsbank roept ze landen en organisaties op toe te zeggen hiermee te stoppen. Hierbij wordt met name gekeken naar rijke landen, waaronder uiteraard Nederland en andere EU-landen. Nederland beloofde in april, samen met zes andere Europese landen om de exportsteun aan steenkool te stoppen, maar daadkrachtige actie op het gebied van olie en gas bleef uit.

Voor de Nederlandse en Europese geloofwaardigheid tijdens de klimaatonderhandelingen is het essentieel dat hier verandering in komt. Om te beginnen zou Nederland zich daarom direct moeten aansluiten bij het Verenigd Koninkrijk en stoppen met de internationale financiering van fossiele projecten. Maar ook in eigen land worden fossiele projecten nog altijd ondersteund met miljarden euro’s. Volgens het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat subsidieerde de Nederlandse overheid de fossiele sector in 2020 nog met zo’n 4,5 miljard euro. Milieuorganisaties schatten het bedrag hoger: jaarlijks zo’n 8,3 miljard euro tussen 2016 en 2020. Nederland heeft nog altijd geen concreet plan om hier een einde aan te maken.

Gas is niet ‘groen’

Ook in Europees verband moet Nederland zich hier veel sterker voor uitspreken. Op dit moment overweegt de Europese Commissie om gasinvesteringen expliciet te bestempelen als ‘groene’ brandstof in de zogeheten taxonomie: de EU-wet die definieert welke investeringen duurzaam genoemd mogen worden. Dit is een de facto subsidie van gas en geeft volstrekt het verkeerde signaal aan private investeerders. Het zou de geloofwaardigheid van de EU op de klimaattop ernstig schaden. Daarom moet Nederland een veel harder standpunt innemen tegen de constante lobby om gasinvesteringen in Europa verder te ondersteunen.

Als een van de rijkste landen van de wereld en thuisbasis van grote internationale financiers heeft Nederland een belangrijke verantwoordelijkheid om voorop te lopen. Doen we dat niet, dan wordt Nederland een rem op een duurzame toekomst. Als wij, als één van de meest welvarende landen, al onvoldoende doen, is het moeilijk om meer te vragen van opkomende economieën en ontwikkelingslanden. Zo raken de klimaatdoelen nog verder uit zicht. Komende weken worden een voor de EU en Nederland: belijden we het Parijsakkoord met de mond, of ook met de portemonnee?