CBS: stijgende trend aantal daklozen komt tot stilstand

Dakloosheid Waar het CBS op 1 januari 2020 nog ruim 36.000 daklozen registreerde, waren dit er aan het begin van dit jaar 32.000.
Een slapende dakloze op een bankje in Amsterdam.
Een slapende dakloze op een bankje in Amsterdam. Foto Dingena Mol/ANP

Jarenlang vond er een stijgende trend plaats van het aantal daklozen. Die trend is nu gekeerd, blijkt uit voorlopige cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelde. Waar het CBS op 1 januari 2020 nog ruim 36.000 daklozen registreerde, waren dit er aan het begin van dit jaar 32.000. Het aandeel van jonge daklozen, degenen tussen de 18 en 27 jaar oud, daalde de afgelopen vijf jaar substantieel, van 35 procent naar 17 procent.

Het CBS heeft de oorzaken van de stagnerende trend niet onderzocht, maar een woordvoerder laat weten dat preventiebeleid van het kabinet mogelijk een rol heeft gespeeld. Het kabinet trok vorig jaar 200 miljoen euro extra uit voor de aanpak van dakloosheid. Ook de daling van het aantal dakloze jongeren is met de cijfers niet te verklaren, mogelijk zouden (gemeentelijke) programma’s met specifieke aandacht voor jongeren een verklaring vormen.

Het CBS beschouwt iedereen tussen de 18 tot 65 jaar zonder vaste verblijfplaats, die slaapt op straat, in de laagdrempelige opvang of tijdelijk bij familie of vrienden verblijft, als dakloze. Mensen die illegaal in Nederland verblijven en dakloos zijn komen niet voor in de cijfers, op basis van onder meer opvanglocaties en het bijstandsregister. Ook daklozen ouder dan 65 jaar zijn niet meegenomen in de cijfers. Volgens het CBS zijn hebben zij hun leven op straat vaak ingeruild voor een vastere vorm van opvang of verblijf, zoals een hostel of een maatschappelijke woonvoorziening voor oudere daklozen.