Reportage

Als het licht helemaal uit is, is de sterrenhemel écht adembenemend mooi

Nacht van de Nacht Van vleermuisexcursies tot meditatie bij kaarslicht: door heel Nederland is de afgelopen nacht de duisternis gevierd, evenals de kleine succesjes in de strijd tegen lichtvervuiling.

Sterrenwacht Copernicus in Overveen, tijdens de Nacht van de Nacht. „De verwondering delen over het heelal, dat blijft geweldig. Daar doe je het voor.”
Sterrenwacht Copernicus in Overveen, tijdens de Nacht van de Nacht. „De verwondering delen over het heelal, dat blijft geweldig. Daar doe je het voor.” Foto Olivier Middendorp

„Koud, helder, winterweer: dan zie je de hemel op z’n best. Dan heb je weinig vochtdeeltjes in de lucht die lichtvervuiling versterken en het contrast verpesten.” Frans Kroon gebaart naar de sterrenkoepel boven zich. „Op droge dagen zetten we hier het dak open en kunnen bezoekers door de telescopen kijken. Maar vanavond blijft de koepel helaas dicht. Te veel regen.”

Al zo’n dertig jaar werkt Kroon hier als vrijwilliger bij Sterrenwacht Copernicus in de duinen bij Overveen. Normaliter op vrijdagavond, maar vandaag, bij uitzondering, ook op zaterdag. „De Nacht van de Nacht trekt veel publiek.”

‘Laat het donker donker’, met die slogan organiseren de provinciale milieufederaties sinds 2005 jaarlijks de Nacht van de Nacht. Eind oktober, in de nacht dat de wintertijd ingaat, hebben in heel Nederland activiteiten plaats om de duisternis te vieren. Van vleermuisexcursies tot nachtfotografie en van meditatie bij kaarslicht tot een bezoek aan de sterrenwacht. Tijdens de zeventiende editie dit jaar zijn er ruim tweehonderd activiteiten georganiseerd. Daarnaast ging op allerlei locaties, waaronder de Domtoren in Utrecht en het Stadhuis in Den Haag, tijdelijk het licht uit. Alles om aandacht te genereren voor dat ene onderwerp: lichtvervuiling.

Slaapverstoring

ALAN, Artificial light at night – dat is de wetenschappelijke term die wordt gebruikt bij onderzoek naar kunstlicht. Een neutraler begrip dan lichthinder of lichtvervuiling, maar in de praktijk komt het op hetzelfde neer. Een teveel aan kunstlicht zorgt voor verstoring van de natuur én de nachtrust van velen: in 2013 becijferde het RIVM dat 3 procent van de Nederlandse bevolking slaapverstoring ondervindt door straatlantaarns en andere felle buitenverlichting. Nederlandse ecologen publiceerden vorig jaar een artikel in wetenschappelijk tijdschrift Current Biology, waaruit bleek dat kunstlicht een negatief effect heeft op nachtvlinders.

Op nachtelijke satellietbeelden is het kunstlicht goed te zien. Wie een kaart van Europa bekijkt, ziet dat Nederland – en dan vooral de Randstad – een van de koplopers is op het gebied van lichtvervuiling. Een grote bijdrage levert de glastuinbouw, maar ook bedrijfsverlichting en straatverlichting dragen eraan bij. De Atlas van de Leefomgeving publiceert elke drie jaar een nieuwe kaart met de landelijke lichtemissie. Daaraan is te zien dat de trend niet eenduidig is: op sommige plekken neemt lichtvervuiling toe, op andere af.

Wintertennisavonden

Rondom Sterrenwacht Copernicus is de lichthinder de laatste decennia groter geworden, zegt Kroon. „Op de schaal van Bortle – die bepaalt hoe waarneembaar astronomische objecten zijn – scoren we hier hooguit een 2 of een 3, terwijl je voor goede zichtbaarheid minstens een 7 nodig hebt. Schiphol, Haarlem en de Hoogovens zijn te dichtbij. En laatst nog hadden we een conflict met de naastgelegen tennisbaan, omdat de vereniging haar wintertennisavonden wilde organiseren tijdens onze observatieavonden. Gelukkig is dat geschil nu bijgelegd.”

Kroon vertelt hoe hij eind jaren vijftig, op zijn zesde, voor het eerst de Melkweg boven zich zag. „Gewoon, op straat in Haarlem. Tegenwoordig kun je je dat niet meer voorstellen.” Yme (10) en Ramses Munk (8) knikken. Zij zijn met hun vader speciaal ter ere van de Nacht van de Nacht naar de sterrenwacht komen fietsen, vanuit hun huis aan de rand van Haarlem. „Soms zien we wel sterren vanuit de slaapkamer, maar écht donker wordt het nooit.”

Toch lijken initiatieven om lichtvervuiling tegen te gaan hun vruchten af te werpen. Uit een eind 2020 verschenen rapport van het NachtMeetNet, dat tien jaar lang lichtemissie in Nederland in kaart bracht, bleek dat de lichtvervuiling jaarlijks zo’n 0,6 procent toeneemt, terwijl die toename daarvoor tussen de 3 en 5 procent lag. Bewustwording, onder andere door initiatieven zoals de Nacht van de Nacht, speelt daarbij een belangrijke rol. Maar de toename van led-verlichting maakt gedegen onderzoek lastig. Led-lampen stralen vaak relatief blauwig licht uit, in golflengtes die niet of nauwelijks door satellieten worden opgemerkt. Daardoor kan de werkelijke toename van lichtvervuiling veel groter zijn dan nu lijkt, concludeerde een internationaal onderzoeksteam afgelopen zomer nog in vakblad Remote Sensing.

Verrijdbare lantaarnpalen

Verschillen in lichtkleur zijn belangrijk in onderzoek naar lichtvervuiling, vertelt ecoloog Kamiel Spoelstra van het Wageningse onderzoeksinstituut NIOO-KNAW aan de telefoon. „Het is niet alleen de intensiteit die een rol speelt.” Spoelstra was een van de initiatiefnemers van het nachtvlinderonderzoek uit 2020, dat plaatsvond in het kader van het project Licht op Landschap. Met behulp van onder meer verrijdbare lantaarnpalen kijkt hij met collega’s welke invloed wit, groen en rood licht op dieren hebben – niet alleen op insecten, maar ook op vleermuizen, bosmuizen en kleine marterachtigen. „Op die manier proberen we te achterhalen wat de drempelwaardes zijn van lichtvervuiling voor diverse diersoorten: bij welke mate van lichtintensiteit wordt hun natuurlijke gedrag verstoord? En die drempelwaarde kan per lichtkleur verschillen.” Zo lijkt de aantrekkingskracht van nachtvlinders door rood licht minder sterk.

Wetenschappers uit allerlei richtingen slaan de handen ineen om lichtvervuiling te onderzoeken. Zo is Spoelstra aangesloten bij het BioClock-consortium, een samenwerkingsverband van chronobiologen. „Die kijken specifiek naar de invloed van licht en lichtvervuiling op het menselijk dag-nachtritme.” Ook sterrenkundigen zijn vaak actief betrokken bij onderzoek naar lichtvervuiling: te veel omgevingslicht hindert hen immers bij hun observaties.

In het noorden van Groningen, in Lauwersmeer, is tijdens de Nacht van de Nacht mede om die reden een nieuwe telescoop geïnstalleerd. Hoogleraar sterrenkunde Amina Helmi is enthousiast. „Op de campus van de Rijksuniversiteit Groningen hebben we ook een observatorium, maar daar is veel omgevingslicht waardoor de omstandigheden sub-optimaal zijn om waarnemingen te doen”, vertelt ze telefonisch.

De nieuwe telescoop, die op afstand uit Groningen kan worden bediend, staat in beschermd gebied: de International Sky Park Association heeft Lauwersmeer in 2016, net als de Boschplaat op Terschelling, uitgeroepen tot Dark Sky Park – een plek waar de duisternis beschermd blijft. Noodzakelijk, vindt Helmi. „Niet alleen voor onderzoek, maar ook voor de beleving. Zo’n uitgestrekte sterrenhemel boven je, dat blijft magisch.”

Kroon van Sterrenwacht Copernicus is het met haar eens. „Kijk, qua observaties haalt onze sterrenwacht het niet bij die op La Palma of in Chili, bijvoorbeeld. Maar de verwondering delen over het heelal, dat blijft geweldig. Daar doe je het voor.”

Lees ook: Licht is een stofzuiger voor nachtvlinders