Gerommel binnen Adviescollege Slavernijverleden: een jaar werk is in twee maanden uitgevoerd

Wob-stukken Sommige leden van de commissie waren vooringenomen en het werk is gehaast en rommelig verlopen, blijkt uit interne stukken.

Dagmar Oudshoorn van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden overhandigt op 1 juli het rapport ‘Ketenen van het Verleden’ aan demissionair minister Kajsa Ollongren.
Dagmar Oudshoorn van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden overhandigt op 1 juli het rapport ‘Ketenen van het Verleden’ aan demissionair minister Kajsa Ollongren. Foto Sem van der Wal/ANP

Het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden heeft maandenlang niet goed gefunctioneerd en sommige leden waren vooringenomen. Werk waarvoor een jaar was uitgetrokken, is uiteindelijk in twee maanden gedaan. Dat blijkt uit documenten die door NRC zijn opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Het adviescollege werd in juli 2020 ingesteld door demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) om de doorwerking van het slavernijverleden in de hedendaagse samenleving te onderzoeken. Ook moest op verzoek van de Eerste Kamer worden bekeken of bij wet de slavernij en de slavenhandel die in het verleden heeft plaatsgevonden als een misdaad tegen de menselijkheid moest worden aangemerkt.

Het adviescollege moest hierover een maatschappelijke dialoog organiseren en wetenschappelijk advies inwinnen, waarbij de collegeleden zich ‘open’ moesten opstellen. In interne mails van ambtenaren op het ministerie is echter te lezen dat „enkele leden een duidelijk stempel op de groep [lijken] te drukken en voor te willen sorteren op de uitkomsten van de dialoog”.

Het adviescollege bood zijn eindverslag aan op 1 juli van dit jaar – twee maanden later dan gepland – op Keti Koti, de jaarlijkse feestdag ter viering van de afschaffing van de slavernij. In het rapport staat een aantal aanbevelingen, onder meer dat slavernij inderdaad in een wet als misdaad tegen de menselijkheid aangemerkt moet worden. Daar voegt het college op eigen initiatief aan toe dat excuses van de Staat der Nederlanden óók in een wet geregeld moeten worden.

Uit interne documenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt duidelijk dat het werk dat ten grondslag lag aan dit advies gehaast en rommelig is verlopen. Dat kwam mede door de beperkingen die de coronapandemie oplegde aan het (fysiek) organiseren van dialoogbijeenkomsten, maar ook door het optreden van het adviescollege zelf.

Brokjes activiteiten

In een memo over het functioneren van het college dat ambtenaren op 30 december 2020 opstellen voor minister Ollongren staat dat er „nog weinig gebeurd is terwijl de verwachtingen hoog gespannen zijn”. Zo is er, ruim een half jaar na de instelling van het college, nog geen enkele gesprekstafel gepland. „Het gebrek aan voortgang hangt deels samen met het steeds terugkomen op genomen besluiten, onduidelijkheid over genomen besluiten, formalistische werkwijze, vooruit willen lopen op de uitkomsten van de gesprekstafels terwijl het om een open dialoog moet gaan.”

De leden van het adviescollege zijn juriste en voormalig staatsraad Lilian Gonsalves-Ho Kang You, directeur van het Zeeuws Archief Hannie Kool-Blokland, ex-voetballer Edgar Davids, Glenn de Randamie (rapper Typhoon), voorzitter van de Papiamentse taalstichting Splika Ruben Severina en Frits Goedgedrag, de eerste gouverneur van Curaçao. Die laatste legt in januari van 2021 zijn werkzaamheden als collegevoorzitter neer, omdat de coronapandemie hem het onmogelijk maakt vanuit Curaçao vaak genoeg naar Nederland te komen. Hij wordt opgevolgd door Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland en daarvoor onder meer burgemeester van Uithoorn.

Die verandering leidt niet onmiddellijk tot verbetering, concluderen ambtenaren eind maart. Er zijn „brokjes activiteiten verricht”, maar de dialooggroep lijkt onvoldoende in te zien „dat knopen moeten worden doorgehakt”. Het lijkt erop dat er binnen het adviescollege zorgen bestaan dat er te weinig aandacht zal zijn voor de gemeenschappen van nazaten van tot slaaf gemaakten, schrijven de ambtenaren. „Sommige leden van de dialooggroep zijn bevreesd dat met de dialoog via gesprekstafels in maatschappelijke sectoren het ‘zwarte’ perspectief onvoldoende tot uiting komt. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom tot nu toe weinig voortgang is geboekt.”

Lees ook: Advies: erken slavernij in wet als misdrijf tegen menselijkheid en maak excuses

Ook het werk van de wetenschappers die om historisch en juridisch advies is gevraagd, verloopt stroef. Er is weinig zicht op waarmee ze bezig zijn, concluderen de ambtenaren. Sommigen hebben zelfs hun opdrachtbevestiging nog niet geretourneerd. De wetenschappers was toegezegd dat ze hun werk „onafhankelijk en vormvrij” mochten doen, maar dat was wellicht „iets te optimistisch ingevlogen”, stelt een ambtenaar. „[B]ijsturing c.q. aanvulling in deze aanpak (is) gewenst”.

Het lukt de verschillende wetenschappers niet om tot een gezamenlijk advies te komen. Dat zou zonde zijn, vinden de ambtenaren. „Hierdoor worden er gefragmenteerde losstaande adviezen/producten opgeleverd. Het adviescollege mist hierdoor de mogelijkheid om krachtig eenduidig wetenschappelijk advies te presenteren. Het eindproduct zou juist meer dan de som der delen op moeten leveren.”

Inhoudelijke inmenging

Maar daar ziet het niet naar uit. Het was de bedoeling dat drie groepjes van drie wetenschappers over drie deelonderwerpen advies zouden uitbrengen, maar het resultaat van hun werk zal uiteindelijk neerslaan in zeven losse stukken. „Ook is er nu twijfel bij de dialooggroep of dit wel de juiste wetenschappers zijn”, schrijft een ambtenaar, „hoewel de dialooggroep hiertoe zelf heeft besloten.” Uiteindelijk krijgt het Asser Instituut (Centre for International & European Law) in april de opdracht een overkoepelend advies te schrijven. Dat richt zich vooral op een vergelijking met de juridische praktijk in Frankrijk en Polen.

Lees ook: Slavenhandel was niet alleen een zaak van Amsterdam

De oorspronkelijke planning voorzag in een reeks dialogen van september 2020 tot maart 2021. Uiteindelijk worden alle dialogen gehouden in mei. Het Adviescollege schrijft zijn rapport in juni, waarna het op 1 juli aan minister Ollongren wordt aangeboden. Tijdens haar toespraak bij het Keti Koti Monument in Amsterdam spreekt ze lovende woorden over het werk van het college: „Deze adviezen zijn belangwekkend en niet mis te verstaan. Daar kunnen we niet omheen. Ze sluiten aan bij de urgentie die ik voel.”

Een kabinetsreactie laat sindsdien echter op zich wachten, ook omdat de partijen in het huidige demissionaire kabinet niet hetzelfde denken over de omgang met het Nederlandse slavernijverleden. Ambtenaren schrijven op 24 juni wel aan elkaar dat ze het opmerkelijk vinden dat het Adviescollege aanbeveelt erkenning, excuses en herstel van het slavernijverleden wettelijk te verankeren. Dat is nog in geen enkel ander land gebeurd. Als een ambtenaar aangeeft daarover een vraag te willen stellen aan commissievoorzitter Oudshoorn, antwoordt een collega dat hij dat beter niet kan doen: „Kan al te makkelijk geïnterpreteerd worden als inhoudelijke inmenging.”