De oud-PVV-medewerker achter het vuile CDA-campagneplan tegen Rutte

Deze week: waarom in het CDA ideeën ontstonden om Rutte heimelijk te besmeuren.

Ofwel: hoe zelfs een oud-PVV-medewerker betrokken raakte bij het vuile CDA-campagneplan tegen de premier.

Over negatieve campagnes doen Haagse politici graag nuffig. Dat zouden zij nooit doen, zeggen zij dan. Daar staan zij boven.

Toch hoef je niet lang te zoeken om te zien dat de negatiefste verkiezingscampagne in deze eeuw – ‘De puinhopen van acht jaar Paars’, Pim Fortuyn, 2002 – verreweg het beste resultaat opleverde. Een winst van 26 zetels.

En wat meer was: mede door Fortuyns aanvallen op PvdA en VVD heroverde het CDA van Jan Peter Balkenende dat jaar het Torentje.

Het is een elementair aspect van negatieve campagnes: de lijsttrekker die de grootste wil worden moet de aanvallen op de concurrentie aan derden overlaten – andere partijen, media of mindere goden in de eigen partij.

Het past bij de onthulling in het boek Code Rood van de journalisten Thijs Broer en Peter Kee (Op1), waaruit deze week bleek dat in de CDA-campagne dit voorjaar ideeën circuleerden om de persoon Mark Rutte in een heimelijke operatie te besmeuren.

De partij benadrukte in een reactie dat dit weliswaar was besproken maar niet uitgevoerd, en oud-CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt schreef dat hij al na één gesprek wist dat het niet in de haak was.

Maar daarmee was niet alles verteld.

Hier openbaarden de auteurs wel degelijk een relevant en veranderend aspect van de politieke cultuur. Een ongemakkelijk aspect ook, zeker als je de mensen natrok die deze aanpak in het CDA hadden gepropageerd.

Zes weken voor de verkiezingen, woensdag 3 februari, meldden zich twee mannen op de Haagse werkkamer van Omtzigt, toen nog de nummer twee van het CDA.

Het waren multimiljonair en CDA-fondsenwerver Hans van der Wind, door lijsttrekker Wopke Hoekstra in het campagneteam gehaald, en ene Martin van Putten, een oud-Telegraaf-journalist en mediatrainer die ook optreedt als Van der Winds media-adviseur.

Volgens Omtzigt deden de twee, met zijn medewerker als getuige, suggesties voor een ‘operatie Black Hand’ – niet-traceerbare aanvallen op de persoon Rutte, zelfs op diens „seksualiteit”. CDA’ers hoorden later dat Van Putten, de mediatrainer, het meest uitgesproken was.

Dat hij en Van der Wind Omtzigt raadpleegden was op zichzelf niet onlogisch. Omtzigt is een allesweter, en door de Toeslagenaffaire zwol zijn kritiek op Rutte al maanden aan.

Ingevoerde CDA’ers waren ook niet verrast over het initiatief. Na Hoekstra’s aantreden als lijsttrekker zagen ze dat in zijn campagneteam, met veel nieuwelingen uit het bedrijfsleven, de wens domineerde „Rutte keihard te pakken”.

Maar Van der Wind en Van Putten misten met hun ondernemersstijl het CDA-gevoel om de partij te overtuigen. Omtzigt haakte na 3 februari al af. En toen ze hun uitgewerkte ideeën, twee A4’tjes, maandag 8 februari via Zoom bespraken met Pieter Heerma en strateeg Jeroen de Graaf, wezen ook zij hun voorstellen af. Hierna probeerde het duo alsnog tv-producenten te strikken voor filmpjes over Ruttes ‘gebroken beloften’, maar na Hoekstra’s zwakke optreden in het eerste verkiezingsdebat (14 februari) had ook dat weinig zin meer: de kans dat het CDA Rutte zou vloeren was eigenlijk al verkeken.

Dus je kon denken: gevaar afgewend, zaak gesloten. En je kon relativeren dat partijen al jaren de concurrentie in campagnes proberen te verzwakken met fluistercampagnes via journalisten. Wat was nou helemaal het verschil met een anoniem Twitter-account?

Maar de echte zorg leek me dat een zwalkende partij als het CDA blijkbaar mensen aantrekt die in „de seksualiteit” van een concurrent überhaupt een politieke kans zien.

Dus je kon ook zeggen: hadden hier de alarmbellen niet metéén af moeten gaan?

Het pijnlijke was natuurlijk: dat kon amper. Want een van de bedenkers, fondsenwerver Van der Wind, zou met 1,2 miljoen euro de megadonor van de CDA-campagne worden. Mede door interne verwarring over zijn andere rollen – lid van het campagneteam, pleitbezorger van fiscale begunstiging voor familiebedrijven – concludeerde de commissie-Spies later dat „een duidelijke regie” in de CDA-campagne ontbrak.

Dan was er Van der Winds rechterhand Martin van Putten, die op het hoogste niveau meepraatte over het besmeuren van Rutte: wie was hij?

Opmerkelijk veel CDA’ers vertelden deze week dat ze weinig van Van Putten weten. Toch kon je hem met wat zoeken redelijk makkelijk in beeld krijgen.

Na De Telegraaf werkte hij kort voor tabaksfabrikant Philip Morris, waarna hij in 1998 de onderneming Headline mediatraining begon. Niet zomaar een bedrijfje. Afgaande op de website werkt Headline voor tientallen „vaste opdrachtgevers” in de categorie Unilever, Netflix en AkzoNobel. Tarief: 1.850 euro per dagdeel. Van Puttens Whatsapp vermeldt zijn relatie met ‘Van Dijk Educatie’, het schoolboekenbedrijf waarmee Van der Wind een fortuin verdiende. Hij treedt er op als woordvoerder.

Bovendien vermeldt Martin van Putten prominent op zijn mobiele LinkedIn-pagina een rol als ‘Senior policy advisor European Parliament’. Uitleg en toelichting ontbreken.

Maar wat blijkt: een officiële folder uit 2014 (‘de 26 Nederlanders in het Europees parlement’) vermeldt Martin van Putten als medewerker van Europarlementariër Olaf Stuger (PVV, oud-LPF). Stuger werd dat jaar gekozen op een verkiezingsprogramma waar het CDA mijlenver vanaf stond (en staat): een Nexit, terug naar de gulden, grenzen dicht.

Dus voor de zekerheid – Martin van Putten is een veel voorkomende naam – legde ik de foto op zijn huidige Whatsapp voor aan drie mensen die destijds voor de PVV in Brussel zaten. Zij bevestigden: dat is dezelfde Martin van Putten.

Of Van Putten als Stugers medewerker de vijfjaarstermijn volmaakte kon ik niet met zekerheid vaststellen. Het leek er wel op. De drie genoemde PVV’ers zeiden dat hij weliswaar weinig in Brussel was, maar dat ze nooit iets hebben vernomen over een vroegtijdig vertrek als medewerker. Ook ontving ik mail van een tipgever waarin het draait om werk dat Van Putten nog in 2019 voor de PVV in Brussel deed.

Uiteraard wilde ik dit aan Martin van Putten voorleggen: vanaf woensdag zocht ik contact via LinkedIn, WhatsApp, e-mail en de telefoon. Twee dagen geen reactie. Vrijdag mailde hij alleen de brief over de campagnekwestie die het CDA woensdag al verspreidde.

Intussen viel op dat hij werkte aan zijn online-presentatie. Begin deze week zat er een slot op zijn Twitter. Vrijdag ging de website van zijn bedrijf op zwart.

Het was dezelfde site waarop je eerder in de week las dat zijn mediatrainingen een garantie op succes zijn. „Jouw boodschap in elk interview altijd direct duidelijk”, stond er. „Jij bepaalt de gewenste krantenkop.”

Zo bleek dat de CDA-verkiezingscampagne mede is gevoed door een oud-medewerker van een PVV-parlementariër. De PVV waarover toenmalig CDA-leider Sybrand Buma in 2017 schreef dat het CDA elk vertrouwen in de partij heeft verloren: „De beleidsvoorstellen van de PVV worden steeds radicaler. [...] De beledigingen en grove uitspraken gaan onverminderd door.”

Als je mild was kon je denken: het kán natuurlijk dat ze in de campagne gewoon te druk waren om deze man na te trekken.

Tegelijk leek het me zorgelijk dat zoveel CDA’ers deze week zeiden dat ze deze bladzijde maar snel moeten omslaan.

Want je dacht: soms moet je juist even terug bladeren – om te begrijpen in welk verhaal je bent beland.