Bijna geen land ligt op koers om het doel van maximaal 1,5 graad opwarming te halen

Voor de top in Glasgow zouden landen hun klimaatambities opschroeven. Nog niet iedereen heeft zijn huiswerk ingeleverd – en bijna iedereen krijgt een onvoldoende.

Minder fossiele brandstoffen, meer duurzame energie, bossen aanplanten (of in elk geval niet meer kappen) en meer financiële steun aan ontwikkelingslanden voor hún energietransitie. Kortom: ambitieuzer klimaatbeleid dan toen het akkoord van Parijs in 2015 werd getekend is het doel van de top in het Schotse Glasgow van aankomende week.

Maar klimaatbeleid is vooral politiek. En over wie welke verantwoordelijkheid draagt, is altijd discussie. Waarom het zo moeilijk is tot een breed gesteunde, eerlijke en doeltreffende aanpak van de klimaatcrisis te komen – in tekst, cijfers en grafieken.

Historische emissies

Er is een groot verschil in historische uitstoot tussen landen. Neem de uitstoot van CO2, het belangrijkste en meest uitgestoten broeikasgas. De Verenigde Staten staan bovenaan de ranglijst; dat land stootte alleen al de afgelopen vijftig jaar zo’n 260 megaton CO2 uit, bijna tien keer zo veel als het Verenigd Koninkrijk (plek 7). Na de VS volgen China, Rusland, Japan en Duitsland.

CO2-uitstoot in 1970

van 1970 tot 1980

van 1970 tot 1990

van 1970 tot 2000

van 1970 tot 2018

Omgerekend naar de uitstoot per regio zijn Noord-Amerika en Europa lange tijd de grootste uitstoters geweest. Maar halverwege de vorige eeuw liep Azië in, vooral door de economische groei van China en India. Sinds de jaren negentig versnelde de groei van de CO2-uitstoot in Azië. Ook in andere werelddelen nam de uitstoot toe.

Azië is in absolute aantallen de grootste uitstoter van CO2

De uitstoot per hoofd van de bevolking geeft een totaal ander beeld. Niet Azië is koploper, maar Oceanië – hoewel de uitstoot van dat contintent, met een bevolking van ongeveer 41 miljoen, slechts een fractie van het totaal is. Het Midden-Oosten maakte de afgelopen decennia ook een flinke inhaalslag, onder meer vanwege de economische ontwikkeling die gepaard ging met de olie- en gasproductie.

Dat de uitstoot in Noord-Amerika en Europa is afgenomen, komt deels door schonere technieken en het sluiten van kolencentrales. Maar óók doordat in landen als China, Bangladesh en India veel wordt geproduceerd voor westerse landen. Een deel van de uitstoot van de productielanden is dus ook toe te rekenen aan landen die deze goederen importeren.

De doelstellingen

Ook na de dealine van 12 oktober druppelden de afgelopen twee weken nog nieuwe, aangescherpte klimaatplannen van landen binnen – van onder meer Ghana, Japan, Saoedi-Arabië en, op het laatste moment, China. Inmiddels hebben 148 landen een nieuw of bijgewerkt document ingeleverd met hun klimaatdoelstellingen- en plannen: de zogeheten ‘nationaal vastgestelde bijdrages’ (National Determined Contributions of NDC’s). Dat is een grote meerderheid van de in totaal 197 landen (bijna alle landen van de wereld) die in 2015 het Parijsakkoord tekenden, blijkt uit een inventarisatie van platform Climate Watch.

Lees ook: Van adaptatie tot zeespiegel. Een alfabet over het klimaat

Goed nieuws dus, op het eerste gezicht. Maar in het klimaatakkoord van 2015 is onder meer afgesproken dat de NDC’s min of meer vrijblijvend zijn en landen er niet juridisch aan gebonden kunnen worden. En in lang niet alle ingediende plannen is de lat hoger gelegd dan in de vorige versie – iets wat wetenschappers als cruciaal bestempelen om de opwarming van de aarde zo veel mogelijk te beperken.

De landen die een nieuwe of geactualiseerde NDC indienden, stoten gezamenlijk zo’n 80 procent van de wereldwijde broeikasgassen uit. Daartoe behoort ook de ruime meerderheid van de G20-landen, waarin de grootste economieën ter wereld verenigd zijn. In 85 van de 148 nieuwe plannen zou het beleid de emissie van broeikasgassen verder moeten terugdringen dan in de eerdere plannen.

Maar India, bijvoorbeeld, heeft twee dagen voor de top nog géén vernieuwd plan en onder meer Australië, Brazilië en Mexico hebben hun plannen niet aangescherpt.

Wereldwijd houden klimaatwetenschappers nauwkeurig bij welke klimaatdoelstellingen landen hebben uitgesproken. Zijn die ambitieus genoeg, neemt de broeikasgasuitstoot af, en wat gebeurt er als het huidige beleid wordt doorgezet? Het onderzoeken van NDC’s is niet altijd even makkelijk, zegt Detlef van Vuuren, onderzoeker bij het PBL. „Het ene land formuleert het ingewikkelder dan het andere. En je moet beoordelen of iets überhaupt een belofte is, of dat ze dat doel zelfs zouden halen als ze niets zouden doen.”

Ook passen landen soms hun vorige NDC’s aan, wat tot gevolg kan hebben dat het huidige beleid er beter uit komt. „Brazilië heeft bijvoorbeeld een verandering aangebracht in de historische emissies. Omdat de beloften ten opzichte van de historische referentie zijn geformuleerd, verandert daarmee ook de doelstelling.”

Behalve het terugdringen van het gebruik van fossiele energiebronnen, bijvoorbeeld door het verhogen van duurzame energieproductie, behelst klimaatbeleid ook het aanplanten van bossen. De CO2 die uit de lucht wordt gehaald door (nieuw) bos mag worden afgetrokken van de emissies van een land. „Dat is op zich heel positief”, aldus Van Vuuren. „Alleen is het lastig om dit goed bij te houden en bovendien zijn er wel vragen rond de duurzaamheid hiervan.” Daarnaast is er een verschil tussen de manier waarop het IPCC koolstofbudgetten berekent en de afspraken die landen hebben gemaakt.

Bijna niemand ligt op koers om de klimaatdoelen te halen

Een ratingsysteem gemaakt door een internationaal consortium van wetenschappers geeft landen een score op basis van hun NDC’s. Op de Climate Action Tracker is te zien of landen op koers zijn om de klimaatdoelen te halen. De scores zijn berekend op basis van onder meer huidig beleid en de implementatie ervan, de gestelde doelen en klimaatfinanciering aan andere landen.

De conclusie is niet mals: afgezien van het kleine Gambia heeft geen enkel land heeft plannen die in lijn zijn met het 1,5 graden-doel van Parijs.

Een andere belangrijke kwestie waar de meningen over verschillen: wat is eerlijk klimaatbeleid? „Dat houdt bijvoorbeeld rekening met de historische uitstoot van een land, de draagkracht van een economie en het aandeel per hoofd van de bevolking”, zegt PBL-onderzoeker Heleen van Soest. „Op basis van die factoren kun je per land een ‘eerlijk’ pad ontwikkelen om niet boven de 1,5 of 2 graden opwarming te komen.” Die zogeheten ‘Fair Share’-doelen zijn echter politiek gevoelig en worden op de klimaattop niet expliciet besproken.

Met Joe Biden als president zijn de VS inmiddels weer aangesloten bij het klimaatakkoord van Parijs. De plannen zijn verbeterd ten opzichte van de vorige klimaatdoelen. Met het huidige beleid neemt de uitstoot van broeikasgassen echter nog maar mondjesmaat af. Het land wil emissies in 2030 terugbrengen met ruim 50 procent ten opzichte van 2005. Daarmee liggen de emissies nog wel hoger dan in het ideale 1,5 graden-scenario. Ook hier is het Fair Share-doel nog niet in zicht.

Aan het einde van dit decennium wil de EU emissies met 55 procent hebben verminderd ten opzichte van 1990. Maar de doelstelling voor 2030 ligt lager dan eigenlijk zou moeten voor het 1,5 graden-scenario. De EU heeft nog veel werk te verrichten als het gaat om het uitfaseren van kolencentrales, gasgebruik en (financiële) steun aan ontwikkelingslanden voor klimaatbeleid.

Pas donderdag, enkele dagen voor de top in Glasgow, leverde China nieuwe plannen in. Die stelden teleur: net als eerder beloofd is het doel om in 2060 CO2-neutraal te zijn. De nog altijd stijgende lijn van het gebruik van fossiele brandstoffen wil president Xi Jinping uiterlijk in 2030 om hebben gebogen. Zelfs daarvoor zal het land, dat sinds een jaar of vijftien wereldwijd de meeste broeikasgassen uitstoot, nog heel veel moeten doen. En het is niet eens genoeg bijdrage om de wereld onder de 3 graden opwarming te houden, laat staan onder de 1,5 graden. China moet onder meer afkicken van zijn verslaving aan kolencentrales.

Het kleinste land van Afrika heeft ambitieuze klimaatdoelen. Gambia zegt in 2030 55 procent minder emissies aan CO2-equivalenten uit te willen stoten dan in het scenario zonder beleid. Daarmee zit het ruim onder het doel van het 1,5 graden-scenario. Voorwaarde is wel dat het genoeg steun krijgt van ontwikkelde landen.

De plannen worden beter, en in tegenstelling tot de trend van vóór het Parijsakkoord stevenen we niet meer af op ongebreidelde emissies van broeikasgassen. Maar dan moet het beleid wel uitgevoerd worden. En zelfs als dat gebeurt, zou de planeet nog ongeveer 2,5 graden opwarmen. We liggen dus niet op schema.

Met medewerking van Marcel aan de Brugh.