Opinie

Komt er een akkoordje met Polen?

In Europa

Jean Monnet, een van de grondleggers van de Europese Unie, zei eens dat Europa wordt gevormd door crises – of liever, door oplossingen die Europese leiders verzinnen voor problemen die ze tegenkomen. Als je kijkt naar alle crises van de afgelopen jaren, klopt dat wel. De financiële crisis zorgde voor meer regulering van Europese banken en hedgefondsen – iets waar lidstaten voordien geen zin in hadden. De eurocrisis dwong ze om de euro met een noodfonds en bankenunie te versterken. Door de migratiecrisis groeit Frontex uit van een timide clubje dat niets kon of mocht, tot een potig agentschap voor bewaking van de buitengrenzen. En door de coronacrisis zijn we eurobonds gaan uitgeven.

Het zou dus best kunnen dat we over een paar jaar terugkijken op de rechtsstaatcrisis met Polen, en zeggen: dit heeft Europa gevormd, of zelfs veranderd. Maar hoe? Op die vraag valt nog geen zinnig antwoord te geven. Het enige wat we met enige zekerheid kunnen zeggen, is dat we niet te veel moeten verwachten. Europa doet bijna altijd alles half – eurobonds zijn „tijdelijk”, de bankenunie is onvoltooid. En de kans dat ook de rechtsstaatcrisis uitdraait op een fudge, een halfbakken compromis, is groot.

Een compromis is iets waar iedereen mee moet kunnen leven: het Europees parlement, de Commissie en de lidstaten die – zoals bij elke crisis – het initiatief naar zich toetrekken en er soms met gestrekte benen ingaan. De enige die niet meedoet aan de koehandel is het Europese Hof, dat met Europese wetten in de hand uitspraak moet doen als iemand bij geschillen bij ze aanklopt.

De enige die niet meedoet aan de koehandel is het Europese Hof

Deze crisis loeit al jaren aan. Niet voor niets hebben we sinds 2009 procedures om EU-landen die de rechtsstaat geweld aandoen, aan te pakken – vroeger was dat niet nodig. Tot nog toe hebben diverse Europese instanties met die nieuwe procedures geëxperimenteerd: politieke consultaties met Polen, de gang naar het Europese Hof, debatten over sancties. Nu is het kookpunt bereikt. Alle EU-lidstaten hebben zich verplicht om zich aan het Europees verdrag te houden, dat volstaat met regels die ze zélf (!) hebben opgesteld. Eén van die regels is dat je onafhankelijke rechtspraak moet hebben (al organiseert elk land dat anders). In Polen is dat niet meer het geval: de regering benoemt politiek loyale rechters en straft ze als ze van de partijlijn afwijken. Het Europese Hof heeft Polen herhaaldelijk op de vingers getikt. Nu betwist Warschau het primaat van het EU-recht: Luxemburgse rechters zouden zich niet met de Poolse rechtspraak mogen bemoeien.

Dit ondergraaft de hele Europese rechtsorde. Als je bestaande regels volgt, zou Polen sancties moeten krijgen en stemrecht verliezen. Niemand kan Polen de EU uitzetten, maar volwaardig meedraaien kan niet meer.

Maar wat gebeurt er? Het omgekeerde, bijna. Op de oktobertop van regeringsleiders trad, zoals vaak bij crises, het bekende Europese mechanisme van pappen en nathouden in werking. De Europese centrifuge draait steeds harder. Duitsland vreest dat landen eruit worden geslingerd en begint te sussen. Dit is een „onderhandeling, geen confrontatie”, zei kanselier Merkel, altijd bezig om de 27 bijeen te houden. „Zo gaan we niet met elkaar om.” Grote landen – Frankrijk, Italië – steunen haar. Zelfs het vrekkige Oostenrijk is gedraaid. Sommigen zien een meerderheid ontstaan van landen die Polen niet willen straffen. In ruil voor Poolse concessies, dat nog net wel.

Het Hof houdt de rug wel recht. Maar de Commissie zit klem: het parlement eist dat zij Polen kort op subsidies, maar veel lidstaten willen dat verhinderen. Kan het parlement de Commissie wegens nalatigheid wegsturen? Wordt de reputatie van het Hof beschadigd als er politieke akkoordjes komen? Niemand weet hoe het verder gaat. Maar hier wordt gesold met de Europese rechtsorde.

Dat Europa draait om compromissen, en dat het altijd zo gaat, is in dit geval helaas maar een schrale troost.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.