Opinie

Het ‘rauwe randje’ heeft weinig meer met clubliefde te maken

Feyenoord

Commentaar

Wie een klus bij Feyenoord aanvaardt weet doorgaans waar hij aan begint. De clichés bij de Rotterdamse voetbalclub zijn inmiddels net zo sleets als die bij de havenstad zelf, van ‘geen woorden maar daden’ tot de ‘recht-voor-zijn-raapmentaliteit’. Dat heeft zijn charmes. Maar niemand tekent voor intimidatie, bedreiging en geweld.

Feyenoord maakte woensdag bekend dat algemeen directeur Mark Koevermans (53) per 1 december stopt. Dat Koevermans zijn taken neerlegt is volgens de club het gevolg van „een reeks incidenten” waarbij hij door „de veiligheidssituatie van hem en zijn gezin” niet meer goed kan functioneren. Al geruime tijd heeft Koevermans te maken met bedreigingen aan zijn adres. In september werden ’s nachts de ruiten van zijn huis met stenen ingegooid en zijn voordeur beklad.

De daders worden gezocht in de hoek van felle tegenstanders van een nieuw Feyenoord-stadion. Al jaren woedt er een verhit debat over ‘Feyenoord City’, een groot nieuwbouwplan waarbij ambities hard botsen met emoties. Het te verrijzen stadion moet Feyenoord nieuw elan geven, de financiële (en daarmee ook de sportieve) prestaties verhogen en het gebied rondom het stadion een impuls geven. Critici vrezen een financiële strop en zien in renovatie van het huidige stadion een betaalbaar alternatief en bovendien het behoud van traditioneel erfgoed.

Er is niets mis met de ambitie om van Feyenoord weer een echte topclub te maken, al worden er legitieme kanttekeningen geplaatst bij de manier waarop. Drie landstitels in drie decennia en onzekere inkomsten geven niet veel vertrouwen. De pogingen onder Koevermans om de realisatie van het nieuwe stadion dichterbij te brengen, ondanks het geringe draagvlak onder een deel van Feyenoord-supporters, hebben ook niet bijgedragen aan een gezonde sfeer om te werken aan nieuwe toekomst.

Lees ook dit opiniestuk van twee Rotterdamse COC-bestuursleden: Tijd voor daden, Feyenoord

Maar dit gaat over meer dan alleen stenen, geld en voetbalromantiek. Dit gaat ook over cultuur. De club wordt al decennia gegijzeld door een harde kern binnen de supportersschare van Feyenoord. De groep fanatiekelingen mag dan klein zijn, het aantal geweldsincidenten liegt er niet om. Nog vorige week werd een delegatie van Union Berlin in een Rotterdams restaurant door hooligans aangevallen. Eerder dit jaar waren de lhbti Feyenoord-supportersclub Roze Kameraden en COC Rotterdam doelwit van homofobe bekladdingen. En ook internationaal is de reputatie van de harde kern berucht, zoals na de rellen in Nancy (2006) en Rome (2015). Dat zelfs intern gevreesd wordt voor deze ‘fans’ geeft aan dat er sprake is van een giftig klimaat.

Lange tijd is het ‘rauwe randje’ van Feyenoord gecultiveerd. Het hoort nou eenmaal bij een emotionele volksclub, vinden ook veel supporters, medewerkers en bestuurders. Koevermans wilde juist afrekenen met die ‘rauwheid’. De toekomstige ambities rijmen niet met dat schaduwimago. De verharding en daarmee verziekte sfeer van de afgelopen jaren hebben weinig te maken met clubliefde.

Met het vertrek van Koevermans is een nieuw dieptepunt bereikt, niet alleen bij Feyenoord, maar ook in de maatschappij. Intimidatie werkt, is nu onbedoeld het signaal. De hufterisering bij Feyenoord is onoverkomelijk geworden. De Rotterdamse club maar ook de KNVB moeten nadenken over hardere maatregelen – al was het maar om te voorkomen dat het gezag moet ingrijpen.