Recensie

Recensie Boeken

Ten minste één verschil tussen Hitler en Mussolini: hun omgang met vrouwen

Mussolini Uit de biografie van de Duitse historicus Hans Woller blijkt dat het beeld dat Italië van deze fascistenleider en van zichzelf heeft absoluut niet klopt.

Benito Mussolini zwemmend in Rome, in november 1934.
Benito Mussolini zwemmend in Rome, in november 1934. Foto Imagno/Getty Images

Het is onmogelijk om een boek te lezen over Benito Mussolini (1883-1945) zonder te denken aan die andere dictator, uit Duitsland. Op ten minste één punt verschilde de Italiaanse fascistenleider nogal van Adolf Hitler: zijn omgang met vrouwen. Zo moeizaam als die was bij Hitler, zo makkelijk ging het Mussolini, de charmeur, af. Naast zijn echtgenote Rachele had hij talloze maîtresses.

Een van hen was Margherita Sarfati, een welgestelde Joodse vrouw. Tot midden jaren twintig was zij voor hem ‘een soort tweede echtgenote en belangrijkste raadgeefster’, schrijft de Duitse historicus Hans Woller in een nieuwe, zeer leesbare biografie van de Duce. Zij vijlde de ruwe revolutionair uit een vrij eenvoudig milieu (vader hoefsmid, moeder onderwijzeres) bij en introduceerde hem in de high society van Milaan. ‘Hij lette beter op zijn kleding, bezocht dure restaurants, en vertoonde zich opeens zelfs in de Scala. Margherita Sarfati maakte hem tot iemand (…).’

In de beeldvorming is Hitler de verpersoonlijking van Het Kwaad, synoniem met de Holocaust. Mussolini is zijn gekke neefje, in vergelijking daarmee bijna onschuldig: De ‘operettedictator’, zo vat Woller dat beeld samen. Een ‘droevige figuur’ ook, ‘de moeite van het onderzoeken niet waard’.

Slachtoffer

Waar de Duitsers zich na de Tweede Wereldoorlog collectief aan de verwerking van hun schuldige verleden zetten, geloofden de Italianen volgens Woller in het verhaal dat zijzélf het slachtoffer waren. Van ‘een kleine fascistische kliek’ en van ‘de misdadige Duitsers’, die een groot deel van het land in de laatste oorlogsjaren bezetten. Tegenwoordig roept de Duce zelfs nostalgische gevoelens op. Neofascisten bezoeken zijn graf in Predappio, Mussolini’s geboorteplaats in de regio Emilia-Romagne. En niet alleen daar leeft Mussolini nog. ‘In heel Italië is de Duce in woord en geschrift, in beeld en geluid, in steen en plastic prominent aanwezig. Overal zijn relikwieënwinkeltjes te vinden waar zijn herinnering levend wordt gehouden.’

Het beeld dat Italië van zichzelf en van zijn dictator heeft klopt niet, laat Hans Woller overtuigend zien in Mussolini, de eerste fascist. In 1942 was bijna twee derde van de Italianen georganiseerd in de fascistische partij en haar onderafdelingen. Wat ambities betreft deed de Duce nauwelijks onder voor de Führer. Hij droomde van een rijk dat zich uitstrekte van Italië via de Balkan en het Midden-Oosten tot ver in Afrika. Toen Hitler ten strijde trok tegen de Sovjets wilde Mussolini maar wat graag meedoen. De Italiaanse fascisten hadden zelfs ambities op de Kaukasus en in Oekraïne.

Gifgas

Mussolini was een racist, die een uomo nuovo, een nieuwe mens, wilde creëren. In Abessinië (Ethiopië), waar de Italianen in 1935 binnenvielen, werd onder zijn leiding ‘een uitgekiend apartheidssysteem’ ingevoerd ‘zoals de wereld nog niet had gezien’, met aparte ziekenhuizen, restaurants, scholen en begraafplaatsen. ‘De Duce zag de Abessijnen als een minderwaardig ras, als wilden, als dieren zelfs, die geen bescherming genoten maar plaats moesten maken voor de veroveraars’, schrijft Woller. Tijdens de oorlog in Abessinië gebruikten de Italianen gifgas. Er vielen honderdduizenden doden. Het was ‘het bloedigste militaire conflict na de Eerste Wereldoorlog’.

Ook het antisemitisme zat er bij Mussolini al vroeg in, al had hij verschillende Joodse minnaressen. Mussolini, die zijn loopbaan begon als socialist en journalist, schreef in het begin van de eeuw al teksten waarin hij teruggreep op anti-Joodse stereotypen. In een verhaal uit februari 1909 voerde hij bijvoorbeeld een koopman op met een ‘typisch Joodse kromme neus’. Eind jaren twintig – Mussolini kwam aan de macht in 1922 – werd hij steeds openlijker antisemitisch. Jaren voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam, werden Joden in Italië al verwijderd uit verantwoordelijke posities. Daarop volgden economische beperkingen voor Joden, beroepsverboden, en antisemitische perscampagnes. ‘Het heeft dus ook helemaal niets te maken met de realiteit als we de antisemitische maatregelen in Italië terugvoeren op Duitse invloeden’, stelt Woller. Mussolini maakte zich zelf al vrolijk over die suggestie. ‘Ik ben al racist sinds 1921’, zei hij in augustus 1938 tegen zijn minnares Claretta Petacci, uit wier dagboeken Woller citeert. ‘Ik weet niet hoe iemand op het idee kan komen dat ik Hitler imiteer; hij was toen nog niet eens geboren.’ Mussolini noemde de Joden tegenover zijn minnares ook ‘een volk dat ertoe voorbestemd is om in zijn geheel te worden afgeslacht’.

Vernietigingskampen à la Auschwitz bouwde Mussolini niet. Zijn Endlösung all’Italiana in 1940 kwam erop op neer dat de Joden moesten worden verdreven. Maar toen de Duitsers Noord- en Midden-Italië in september 1943 bezetten, en Mussolini na zijn val enkele maanden eerder opnieuw aan de macht hielpen, werkte hij wel volop mee aan de deportaties van Joden naar Duitse vernietigingskampen.

Ideeën en daden

Mussolini. De eerste fascist is in de eerste plaats een politieke biografie. Het gaat vooral over de politicus Mussolini, over zijn ideeën en over zijn daden. Verwacht geen uitgebreide verhandelingen over de veldslagen die de Italianen onder zijn leiding leverden. Wel is er ook ruimte voor de persoon Mussolini. Woller beschrijft Mussolini in zijn beginjaren als een ‘nieuw, modern type politicus’. ‘Geen gesloten masker, maar een politicus die je kon aanraken, een mens van vlees en bloed, die er niets verkeerds in zag met ontbloot bovenlijf te poseren, zich in doorgezwete werkkleding te vertonen of met een gezicht zwart van het kolengruis een mijn in te gaan.’ Zes, zeven uur op een dag, meer besteedde hij niet aan werk. Zijn fitnessprogramma was heilig. Tennis, paardrijden – Mussolini doet op dit punt meer denken aan Poetin dan aan Hitler.

Net als Hitler leed Mussolini aan grootheidswaanzin. Telkens wanneer hij reden had om de moed definitief te verliezen, vond hij toch weer hoop dat het uiteindelijk goed zou komen. Zelfs in 1942 toen na El Alamein en Stalingrad duidelijk werd dat de geallieerden de oorlog gingen winnen, bleef Mussolini geloven in een groot Romeins rijk. Hij probeerde Hitler over te halen om het op een akkoordje te gooien met Stalin en de strijd aan het oostfront te staken, zodat de Duitsers de Italianen konden helpen in het zuiden van Europa. Hitler voelde daar niks voor.

Lees ook: Mussolini biedt een spiegel voor onze tijd

‘Geheime wapens’

Mussolini geloofde vurig dat de ‘geheime wapens’ waar de nazi’s in de laatste jaren van de oorlog aan werkten het tij nog konden keren, meer nog dan de Duitsers zelf. Nazi-propagandachef Joseph Goebbels merkte daarover in zijn dagboek op: ‘Het zou mooi zijn als de uitspraken van de Duce zouden stroken met de feiten; dat is helaas maar voor een klein deel het geval.’ De toekomst is Duits, bleef Mussolini tot het einde geloven. Daarom leerde hij de taal. Zelfs in april 1945, toen hij aan het Gardameer min of meer leiding gaf aan wat er toen nog van Italië resteerde, bleef hij trouw Duitse lessen volgen. Tot enkele dagen voor zijn liquidatie (door partizanen) vertaalde hij met zijn privéleraar Duitse teksten.

Aan het Gardameer bleef hij ook zijn minnaressen zien. Nadat Claretta Petacci, zijn belangrijkste maîtresse, hem weer eens betrapte met een ander, bekende hij dat hij niet echt hield van al die vrouwen. ‘Maar van tijd tot tijd, steeds minder vaak, heb ik zin ze eens goed te laten zien wie de baas is.’

Petacci, ‘zijn voornaamste geliefde’, is ‘in het serieuze wetenschappelijke onderzoek lange tijd onderschat en zelfs beschreven als een invloedloze domme trut’, schrijft Woller. De Duitse historicus laat zien dat zij een belangrijke raadgeefster was ‘die energiek ingreep als hij van de zuivere leer dreigde af te wijken’. ‘Niet voor niets werd van haar gezegd dat zij het “prototype van Mussolini’s gedroomde nieuwe man” zou hebben belichaamd “als ze geen vrouw was geweest”.’