Foto Jesse Dittmar/Redux

Interview

Steven Pinker: ‘Je moet een mening niet verbieden’

Steven Pinker Doordat we te snel reageren, vallen we ten prooi aan nepnieuws. Dat stelt deze Canadees-Amerikaanse psycholoog in zijn nieuwe boek. „Als sommige ideeën niet kunnen worden besproken, zullen we nooit weten of ze waar of onwaar zijn.”

Soms is rationeel denken best handig. Neem deze rekensom: een smartphone en een hoesje kosten samen 110 dollar. De telefoon kost 100 dollar meer dan het hoesje. Hoeveel kost het hoesje? De meeste mensen zullen 10 dollar als antwoord geven. Alleen, dan kost de telefoon 110 dollar. Het antwoord is dus 5 dollar.

Hoe kan het dat we toch niet meteen het logische antwoord zien? Het is een van de kwesties die de Amerikaanse experimenteel psycholoog Steven Pinker behandelt in zijn nieuwe boek Rationaliteit. Wat rationeel denken is en waarom we het meer dan ooit nodig hebben. Het probleem, aldus Pinker, is dat mensen bij zo’n eenvoudige opgave op het verkeerde been worden gezet door bijzaken die ten onrechte relevant worden geacht, zoals de ronde getallen honderd en tien. Dit heeft te maken met het feit dat – hij baseert zich op onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman – de mens twee cognitieve systemen bezit. Systeem 1 werkt snel en moeiteloos en verleidt ons met foute antwoorden. Systeem 2 vergt concentratie, motivatie en de toepassing van aangeleerde regels.

Nu is het volgens Pinker niet zo dat onze hersenen twee anatomische stelsels hebben, maar het voorbeeld toont wel aan dat logische blunders eerder het gevolg zijn van onnadenkendheid en snel oordelen dan van menselijk onvermogen. En zo zijn er nog heel wat denkfouten die hij in zijn boek behandelt. Zo verwarren we bijvoorbeeld verband (correlatie) met oorzakelijk verband (causaliteit) en zijn we goed in drogredeneringen. Ook politiek gemotiveerd wiskundig inzicht laat zien dat mensen naar een conclusie toe of ervandaan redeneren. „Dit heet myside bias”, zegt Pinker. „Dit is de neiging om waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën bevestigt. De conclusie moet dan vooral het gelijk van de politieke, religieuze of culturele stam vergroten. Het is een manier van redeneren die zelfs sterker is dan logica.”

Doordat we denkfouten maken, geneigd zijn tot conditionering en soms zelfs last hebben van echte cognitieve zwakte, valt het ook te begrijpen dat de mens ten prooi valt aan complottheorieën, nepnieuws en ‘post-waarheid’-retoriek. Dat Pinker in Rationaliteit deze link legt, zorgt ervoor dat hij nu in het middelpunt van de belangstelling staat. In drie maanden moet hij zestig interviews geven, ondertussen reist hij de wereld rond. Na een week Londen is hij even in de VS om weer door te gaan naar Amsterdam, waar hij dit weekend het Brainwash Festival aandoet. „Dit onderwerp raakt een gevoelige snaar. Dat ik schrijf over vaccinatieweigeraars en QAnon-samenzweringstheorieën roept onvermijdelijk reacties op, zowel uit conservatieve als progressieve hoek.”

In zijn laatste boek, Verlichting nu (2018), pleitte Pinker al voor een herwaardering van de Verlichting en het wetenschappelijk denken. In Rationaliteit, dat voortkomt uit een collegereeks die hij aan Harvard gaf, onderzoekt hij, aan de hand van ‘normatieve’ modellen afkomstig uit vakgebieden als logica, filosofie en wiskunde, wat rationeel denken precies behelst en waarom het zo zeldzaam lijkt te zijn. Toch noemt hij de stelling dat mensen irrationeel zouden zijn onterecht. Cynici mogen dan beweren dat de mens, als afstammeling van jager-verzamelaars, ‘evolutionair geconditioneerd is om te zorgen dat hij niet ten prooi valt aan een luipaard’. Maar volgens Pinker hebben evolutionair psychologen juist meer oog voor het vernuft van nomadische jagers en stellen ze dat de mens het vermogen heeft ontwikkeld om de natuur te slim af te zijn met behulp van taal, groepsvorming en kennis. Rationeel denken is, kortom, het erfdeel van onze soort.

Hoe kan het dan toch dat de realiteit mensen er niet van weerhoudt in absurde dingen te geloven?

„Mensen delen hun wereld op in twee zones. Het dagelijks leven, dat bestaat uit directe interacties met anderen, regels en normen die het leven bepalen. In deze zone geloven we dat er een echte wereld bestaat, daarbinnen redeneren we rationeel. Je kunt dat de ‘realistische denkwijze’ noemen. De andere zone ligt buiten die directe ervaring. Daar gaat het over grotere, abstracte zaken zoals dingen die gebeuren achter de gesloten deuren van paleizen of grote bedrijven, gebeurtenissen uit het verre verleden of in de toekomst of het kosmische. Wat daar gebeurt valt niet te toetsen, het zijn verhalen die onderhouden of moreel verheffend zijn met als doel om een sociale realiteit te construeren die de groep of stam verenigt. Je kunt dat de ‘mythologische denkwijze’ noemen, daarbinnen zijn we minder geneigd ons druk te maken of de verhalen letterlijk ‘waar’ of ‘onwaar’ zijn.”

Heeft de Verlichting daar dan geen verandering in gebracht?

„Sindsdien zijn we van mening dat al onze overtuigingen binnen die realistische denkwijze moeten vallen. Maar als er een belangrijk moreel doel is, dat de groep verenigt, nemen mensen het niet zo nauw met de waarheid. Hoe kunnen mensen anders geloven dat Hillary Clinton vanuit pizzeria Comet Ping Pong in Washington een pedofielennetwerk aanstuurde? Dat mensen dit gerucht [bekend als Pizzagate, een voorloper van QAnon, red.] geloofden, was in feite een manier om te zeggen ‘Weg met Hillary’. Daar is niks mis mee, maar dat betekent nog niet dat je dingen kunt gaan verzinnen. Toch zijn mensen geneigd te denken: Hillary is zo slecht, ze kan zoiets doen. Wij maken ons allemaal weleens schuldig aan deze manier van denken.”

Wanneer wordt deze manier van denken dan een probleem?

„Wanneer het aanzet tot nepnieuws en complottheorieën die soms verward worden met de realiteit. Neem het wijdverbreide idee onder de Republikeinen dat de recente verkiezingen zouden zijn ‘gestolen’. Daardoor gingen sommigen een grens over en bestormden afgelopen januari het Capitool. Misschien dat er mensen bij waren die echt dachten dat de verkiezingen gestolen waren, maar velen zullen het gerucht hebben geloofd in een heel andere zin van ‘geloven’. Als ze dachten dat het werkelijk zo zou zijn, zouden er nu nog steeds dagelijks protesten plaatsvinden.”

Hoe kunnen media nepnieuws tegengaan?

„Sociale-mediabedrijven moeten het verspreiden van desinformatie via algoritmes niet bevorderen. En betrouwbare nieuwsbronnen moeten laten zien waarom ze betrouwbaar zijn door goed uit te leggen waar ze hun feiten en conclusies op baseren. Opiniesites en kranten kunnen met behulp van diversiteit in opinieartikelen het kritisch denken bevorderen, bovendien zouden deskundigen beoordeeld kunnen worden op de juistheid van hun voorspellingen in plaats van hun vermogen om groepen op te hitsen.

„Verder moeten we ons niet al te druk maken over nepnieuws, dat wordt vaak door een beperkte groep op internet gedeeld en beïnvloedt daarbuiten maar weinig anderen. Veel problematischer zijn de complottheorieën en pseudo-wetenschappelijke opvattingen die eindeloos worden herhaald. Dat vaccinaties schadelijk zijn bijvoorbeeld. Er bestaat geen simpele oplossing om die ideeën tegen te gaan. Dat heeft te maken met die myside bias: de neiging om waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën bevestigt. Dit soort opvattingen zijn nu eenmaal nauw verbonden met iemands identiteit. Iemand daar vanaf willen brengen is hetzelfde als een diep-religieuze katholiek ervan willen overtuigen dat Jezus nooit heeft bestaan.”

In Rationalisme stelt Pinker dat het vertrouwen in de universiteiten daalt. Een belangrijke reden daarvoor is wat hij noemt ‘hun verstikkende linkse monocultuur, met de bestraffing van studenten en docenten die vraagtekens zetten bij dogma’s op het gebied van gender, ras, cultuur, genetica, kolonialisme en seksuele identiteit en gerichtheid’. Als voorbeeld noemt hij een docent die werd geschorst wegens het vermelden van het Chinese stopwoordje ne ge omdat het sommige studenten deed denken aan een racistisch scheldwoord.

Bedreigt ‘woke’ de academische vrijheid?

„Ja. Dit jaar werd een onderzoek ingesteld tegen een hoogleraar van de Universiteit van San Diego vanwege zijn hypothese dat het Covid-virus in een Chinees lab is ontstaan. Hoe hij zich hierover uitte in zijn persoonlijke blog werd opgevat als een uiting van anti-Aziatisch racisme. Maar we vergaren nu eenmaal kennis door het stellen van hypotheses en deze te toetsen via kritische analyse of met behulp van empirisch onderzoek. Als iemand op die manier het zwijgen wordt opgelegd, dan wordt daarmee ook de waarheidsvinding aan banden gelegd. Dat betekent niet dat iemand niet bekritiseerd zou mogen worden, integendeel, iedereen moet worden bekritiseerd, dat maakt deel uit van het proces om kennis te vergaren. Maar als sommige ideeën niet eens kunnen worden besproken, zullen we nooit weten of ze waar of onwaar zijn, zo ontwikkelen we een verkeerd begrip van de werkelijkheid.”

Vorig jaar stelden academici een petitie op waarin werd gepleit voor uw verwijdering als media-expert uit de Linguistic Society of America (LSA). Dit betrof onder meer een tweet waarin u, in een reactie op een artikel van The New York Times over politiegeweld, stelt dat de ‘politie niet onevenredig veel op zwarten schiet’.

„Ik citeerde een zorgvuldige studie die statistisch bewijs leverde dat dit het geval was. De Linguistic Society of America heeft geen gehoor gegeven aan de petitie. De petitie maakte me van slag, maar heeft mijn carrière niet aangetast. Ik heb er zelf niet op gereageerd, maar kreeg veel bijval van andere wetenschappers en journalisten. Eerlijk gezegd is de schade groter voor mensen met een minder hoge positie dan ik. Het geeft de boodschap aan masterstudenten, postdoctdocenten of journalisten dat ze maar beter geen controversiële mening moeten verkondigen omdat anders hun carrière gevaar loopt.”

Ziet u dit als een bedreiging voor de academische wereld?

„Ja. Het maakt ons begrip van de wereld beperkter als veel meningen al snel worden opgevat als racistisch. Dit komt vaak neer op serieuze beschuldigingen, daarmee is het ook een vorm van intimidatie. Dit tast de zoektocht naar waarheid aan.”

Iemand beschuldigen van racisme is een vorm van intimidatie aan het worden?

„Absoluut. Mede omdat een aantal van die beschuldigingen zo buitensporig absurd zijn. Het gevolg is dat mensen buiten de universiteit de hele academische onderneming niet meer serieus nemen en het niet meer beschouwen als een plek waar waarheidsvinding plaatsvindt. Mensen kunnen op die manier onderzoek, afkomstig uit de universiteit, afwijzen. Het is een grote fout om die ruimte toe te laten.”

Uw boek is uiteraard een pleidooi voor rationeel denken. Hoe kunnen we dat dan bevorderen in de samenleving?

„Onderwijsinstellingen, van de basisschool tot de universiteit, zouden in hun lesprogramma’s meer aandacht moeten besteden aan kritisch denken. Rationaliteit moet net zo’n basisvaardigheid worden als lezen en schrijven. Verder pleit ik voor actieve ruimdenkendheid. Mensen zijn natuurlijk geneigd om te laten zien dat ze niet snel geïntimideerd zijn. Maar uiteindelijk is niemand onfeilbaar. We hebben allemaal overtuigingen, maar we hebben het ook allemaal weleens mis. Het gaat in tegen de menselijke natuur om te laten zien dat je niet snel van je geloof af te halen bent. We denken dat dit een deugd is. Maar als de feiten veranderen, moet je ook in staat zijn om je mening te veranderen. Juist dat getuigt van moed en een sterk karakter.”