Vierduizend jaar oude mummies in China lijken Europeanen maar zijn dat niet

Archeologie Europees uitziende mummies uit een woestijn in het westen van China stammen toch niet af van een volk ver weg.

Een archeoloog aan het werk bij een graf van de Xiaohe.
Een archeoloog aan het werk bij een graf van de Xiaohe. Foto Wenying Li/Xinjiang Institute of Cultural Relics and Archaeology

De soms meer dan vierduizend jaar oude, uitzonderlijk goed bewaarde mummies uit het onherbergzame Tarim-gebied in Xinjiang (West-China) blijken een verrassende genetische afkomst te hebben. Deze Tarim- of Xiaohe-mummies, genoemd naar de eerste vindplaats Xiaohe (letterlijk: ‘kleine rivier’), spreken sinds hun bestaan in de jaren negentig bekend werd enorm tot de verbeelding, vooral door de tatoeages en het haast onaangetaste en westerse uiterlijk.

Uit uitgebreide dna-analyse van dertien individuen uit begraafplaatsen van de Xiaohe-cultuur uit 2100-1700 v.Chr., de vroegste periode van deze cultuur die mogelijk heeft voortbestaan tot na het begin van de jaartelling, blijkt nu dat deze Xiaohe-cultuur niet is gesticht door migranten die van ver naar het gebied kwamen, zoals altijd wel gedacht is.

De Xiaho stammen juist af van autochtone jagers-verzamelaars die veel culturele vernieuwingen overnamen van hun migranten-buren bij hun vestiging in de oases van de Taklamakan-woestijn aan het begin van Bronstijd. Deze cultuur is een bijzonder geval van culturele overname zónder genetische vermenging, zo schrijven de onderzoekers, onder leiding van onder meer Yinqiu Cui (Jilin Universiteit in Changchun, China) en Christina Warinner (Max Planck Instituut Leipzig en Harvard) woensdag in Nature: „Genetisch geïsoleerd, maar cultureel kosmopolitisch.” Dat de mummies zoveel weg hebben van Europeanen komt volgens de onderzoekers doordat de ‘oerbevolking’ waarvan ze vrij zuiver afstammen óók aan de basis staat van latere Europese volkeren. Van directe verwantschap is geen sprake.

Blonde haren en vilten kleding

De natuurlijke mummies, die aan vertering ontsnapten door de droogte van de woestijn en hun luchtdichte doodskisten, vormen dus géén vooruitgeschoven Centraal-Aziatische post van Indo-Europees sprekende steppe-volkeren, zoals wel vaak werd gedacht op grond van hun ‘Europese’ vee, hun blonde haren, hun veelkleurige vilten kleding en het feit dat er tot in de vroege Middeleeuwen een oude Indo-Europese taal (het Tochaars) gesproken werd in het gebied.

Nee, de mummies in de woestijngraven met de bijzondere kano-achtige in koeienhuid gewikkelde doodskisten blijken leden van een bevolkingsgroep die al sinds ruim 9.000 v.Chr. (dus al kort na het einde van de laatste ijstijd) in een genetisch isolement verkeerd heeft. De Xiaohe-mummies zijn min of meer zuivere afstammelingen van wat in de populatiegenetica wordt genoemd ancient Northern Eurasians (ANE), een groep mensen die zich na de ijstijd over Noord-Eurazië verspreidde en zich daarna vermengde met latere binnenkomers, maar aanvankelijk juist niet met de in de bronstijd migrerende Indo-Europese steppevolkeren.

Flessenhalseffect in woestijn

Een veel beperkter genetisch onderzoek van alleen het mitochondriaal dna van een aantal Xiaohe-mummies, in Science Advances eerder dit jaar, wees ook al op een nauwe band met deze oeroude bevolking van noordelijk Eurazië. De zuiverheid van de genetische afstamming is waarschijnlijk versterkt door het flessenhalseffect dat ontstond omdat maar een klein groepje ANE-mensen zich vestigde in het woestijngebied, van wie vrijwel alle latere leden van de Xiaohe-cultuur afstammen.

Ook mummies uit verschillende begraafplaatsen die geen naaste familie van elkaar zijn, lijken genetisch toch sterk op elkaar, zo bleek uit vergelijking. Ondanks de evidente contacten met naburige culturen kon in de onherbergzame Taklamakan-woestijn (Oeigoers voor: je kunt er wel in, maar je komt er niet uit) het genetisch isolement van deze bevolking kennelijk gemakkelijk in stand blijven.

De graven van de Xiaohe hadden kanoachtige grafkisten.
Foto Wenying Li/Xinjiang Institute of Cultural Relics and Archaeology
Met roeispanen of vaarbomen gemarkeerde graven – een teken van hun verbondenheid met water.
Foto Wenying Li/Xinjiang Institute of Cultural Relics and Archaeology
De mummies zijn zeer goed bewaard in de droogte van de woestijn.
Foto Wenying Li/Xinjiang Institute of Cultural Relics and Archaeology
Met roeispanen of vaarbomen gemarkeerde graven – een teken van hun verbondenheid met water.
Foto Wenying Li/Xinjiang Institute of Cultural Relics and Archaeology

In het huidige onderzoek werd door chemische analyse van de tandplak bij de mummies ook vastgesteld dat de vroegste Xiaohe leefden op een dieet van melkeiwitten afkomstig van herkauwers (waarschijnlijk in de vorm van kaas), waarmee duidelijk is de pastorale leefwijze al vanaf het begin de basis vormde van deze unieke cultuur, waarvan verder nog weinig bekend is. Vrijwel alleen de graven zijn teruggevonden, waardoor bijvoorbeeld onbekend is in wat voor type huizen ze woonden. Er is wel een theorie dat ze hun verblijven bouwden van riet, dat in historische tijden in enorme overvloed aanwezig was langs de rivieren en in de oases in de woestijn, maar dat vrijwel geen archeologische sporen achterlaat.

De Xiaohe-cultuur vormt een eigen geheel van originele elementen en invloeden vanuit naburige culturen. Economisch was de samenleving gebaseerd op runderteelt, een veel water vereisende veesoort die daarom in de omliggende gebieden veel minder populair was dan schapen of geiten, maar die wel perfect paste bij de waterrijke oases.

Van de melk maakten de leden van de Xiaohe-cultuur kefirachtige kaas, die ook in de graven is teruggevonden – waarschijnlijk een overname van het naburige steppevolk van de Afanasieve. Ook verbouwden ze in de oases de granen tarwe, gerst en gierst, afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-China. Hun doden werden begraven met twijgjes van de medicinale ephedrastruik (Ephedra sinica), een gewoonte die toen ook bestond bij de naburige Bactria-Margiana-culturen in het huidige Afghanistan.

De Xiaohe waren uniek in hun voorkeur voor Uggs-achtige laarzen

Maar de Xiaohe waren uniek in hun voorkeur voor Uggs-achtige runderleren laarzen en voor gevlochten manden – in plaats van aardewerk – en natuurlijk hun kanovormige grafkisten afgedekt met runderhuiden. Ook nergens anders werden graven gemarkeerd met rechtopstaande staken (vaarbomen) of roeispanen – een duidelijk teken van hun verbondenheid met het water van de rivieren en de oases.

De mummies vormen ook al decennia een onderdeel van de politieke strijd over de Chinese provincie Xinjiang, waar de Chinese overheid het Oeigoerse nationalisme hardvochtig onderdrukt. Sommige Oeigoeren zien in de mummies voorouders en een bewijs dat het gebied al millennia in het bezit van hun volk is. Mede daarom was de Chinese overheid tot nu toe bijzonder terughoudend in het geven van toestemming voor genetisch onderzoek van de mummies.