Opinie

Patstelling tussen veehouders en natuur heeft Haagse oorzaak

Stikstof

Commentaar

Honderden veehouderijen bij natuurgebieden mogen tóch uitbreiden, luidde eerder deze week een kop in NRC. Het betrof veehouders die, tegen alle gezond verstand en kennis over stikstofbelasting in, voor méér varkens kozen. Maar bedrijfseconomisch geheel logisch. Juridisch paste het omdat investeringen in technologie milieuwinst opleveren, althans volgens de huidige regels.

Het is de paradox van de moderne veehouderij: hoe meer dieren, hoe meer opbrengst, hoe moderner de stallen kunnen worden en dus hoe lager de netto milieubelasting. Maar in de wetenschap is de laatste drie jaar grote twijfel gegroeid over de reële milieuwinst die met luchtwassers en aanverwanten écht geboekt wordt. De erop gebaseerde regels en modellen zouden wel eens verouderd kunnen blijken. Het uitbreiden van de veestapel dreigt dan uit te lopen op wat het vermoedelijk ook feitelijk is: het vergroten van het stikstofprobleem.

Intussen gaan de provincies met een stalen gezicht door op de ingeslagen weg. Wie volgens de modellen van het RIVM een vergunning binnen de milieunormen kan krijgen, mag die niet ontzegd worden. In zekere zin zijn dergelijke ontwikkelingen vergelijkbaar met het in slow motion kijken naar een treinongeluk, omdat niet tijdig de wissel is omgegooid.

Hier gaat het dan om het niet tijdig aanpassen van de milieuregels en modellen aan nieuwe inzichten. En dan niet alleen die over luchtwassers en staltechniek op microniveau, maar ook over de lange termijn. De macro-vooruitzichten voor de veehouder – de toelaatbare grootte van de veestapel, de gewenste ruimtelijke ordening, de compensatie bij verplaatsing, uitkoop of bedrijfsdifferentiatie. Het kabinet is er niet uit – de kwestie zit muurvast, al jaren.

Intussen mag de bestuursrechter, bij wie zich de natuurbeschermers, voedselindustrie en hun agrarische onderaannemers melden, de rommel opruimen. In september vernietigde de rechter in Utrecht nog 17 stikstofbesluiten, waaronder die van acht boeren in de buurt van Natura 2000-gebieden. De rechter vond dat er eerst duidelijkheid moest zijn over de wetenschappelijke normen voor emissie-arme stallen die ten grondslag lagen aan de besluiten.

En in een zeldzame passage ‘vooraf’ richtte de Utrechtse rechtbank zich in haar vonnis direct tot politiek Den Haag. Het is „aan de overheid om in actie te komen”, aldus voorzitter K. de Meulder van de meervoudige kamer. „Het lijkt erop alsof iedereen elkaar nu afwachtend aankijkt, terwijl de stikstofproblematiek een maatschappelijk vraagstuk is dat een individuele zaak bij de rechtbank overstijgt.” Het is „aan het kabinet en aan de wetgever, om met goed doordachte generieke maatregelen te komen waar natuurorganisaties, bedrijven, burgers en lokale overheden mee verder kunnen in concrete gevallen”. Daar valt weinig aan toe te voegen.

Er kan wel van provincies worden gevraagd aanvragers van vergunningen duidelijk te maken dat uitstel van zo’n aanvraag in ieders belang kan zijn. Doe geen investeringen, maak geen kosten, vóórdat duidelijk is wat de nieuwe regels zullen zijn.

Maak als overheid intussen wel haast met de toepassing van nieuwe inzichten in de aanvraagmodules voor vergunningen, zodat die up-to-date zijn. Iedere geïnformeerde burger voelt al een poosje aan dat de intensieve veehouderij zo niet verder kan. De agrosector noch de individuele veehouder mag zich rijk rekenen met uitbreidingen die straks weer teniet moeten worden gedaan.