Leerachterstanden door lockdowns op vmbo veel groter dan op het vwo

Corona Uit de eerste concrete cijfers over de achterstanden van leerlingen blijkt dat die vooral in het vmbo sterk zijn opgelopen.

Voor vmboleerlingen kan de achterstand in leesvaardigheid tot een jaar oplopen.
Voor vmboleerlingen kan de achterstand in leesvaardigheid tot een jaar oplopen. Foto Dieuwertje Bravenboer

Leerlingen in de eerste drie klassen van het vmbo hebben door de twee lockdowns een achterstand in leesvaardigheid opgelopen van een vol schooljaar. Met rekenen lopen de vmbo’ers 16 weken achter op eerdere schooljaren. Kinderen in de eerste klassen van het vwo halen hun achterstanden veel sneller in: zij kampen gemiddeld nog maar met negen weken achterstand met leesvaardigheid en vijf weken voor rekenen.

Dit blijkt uit toetsen die middelbare scholen hebben afgenomen voor de eerste voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Onderwijs die demissionair minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) donderdagmiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Bedoeling is om te peilen hoe scholen in het primair en voortgezet onderwijs de extra 5,8 miljard euro om achterstanden te bestrijden de komende twee schooljaren besteden.

Een-op-eenbegeleiding

Uit gegevens van eerdere onderzoeken – van de scholen zelf, Cito én het Nationaal Cohort Onderzoek (waaraan tot nu toe alleen is meegedaan door basisscholen) – blijkt dat kinderen met laagopgeleide en/of ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn, gemiddeld een grotere achterstand hebben opgelopen dan kinderen met hoogopgeleide ouders. Die achterstand is anderhalf tot twee keer zo groot.

Basisscholieren hebben bij rekenen gemiddeld een „leervertraging” van tien weken opgelopen. Instructie in kleine groepen is nu dan ook het meest gekozen type extra les. Op 86 procent van de basisscholen wordt die gegeven. De helft van de basisscholen geeft zelfs tijdelijk een-op-een begeleiding. Voor dit alles is extra personeel nodig, wat wringt met het lerarentekort, erkende minister Slob. Scholen zetten onderwijsassistenten extra in en sommige leraren breiden hun werkweek uit.

Geld voor welbevinden

Schoolleiders in het voortgezet onderwijs maken zich meer zorgen over „executieve vaardigheden” (motivatie, planning, concentratie) van hun leerlingen dan over de leerresultaten. Ook blijkt dat 75 procent van de scholen een deel van het geld gebruikt om het „welbevinden” van de leerlingen te vergroten. Bijvoorbeeld met extra sportles of gesprekken met een deskundige op het gebied van stress of depressie. Het welbevinden van leerlingen vormt ook de belangrijkste zorg van schoolleiders op de basisscholen en het speciaal onderwijs.

Tien dagen geleden meldde de Inspectie van het Onderwijs dat het wel mee leek te vallen met de opgelopen achterstanden tijdens de schoolsluitingen. Die conclusie was gebaseerd op gesprekken met scholen en leerlingen over hun ervaringen in de afgelopen anderhalf jaar, zegt minister Slob. In de donderdag gepresenteerde rapportage gaat het om echte toetsresultaten.

Lees ook: Iedereen blijft zitten - zes oplossingen voor leerachterstanden

Engelse woordenschat

Over de resultaten in het voortgezet onderwijs was tot nu toe weinig bekend. Die scholen zijn veel langer (gedeeltelijk) dicht geweest dan de basisscholen, omdat tieners bevattelijker en besmettelijker zouden zijn voor corona dan jongere kinderen.

Ook middelbare scholen hebben voor de zomervakantie een ‘scan’ uitgevoerd om te kijken hoezeer en waar de leerlingen achterlopen. Na de zomer zijn ze allerhande extra lessen en bijspijkerklassen gaan organiseren om de hiaten op te vullen. Daartoe hebben ze een keuzemenu gekregen van het ministerie met „bewezen effectieve interventies”. Bedoeling is dat de achterstanden in twee jaar worden ingelopen. De Tweede Kamer heeft al gevraagd of „de coronamiljarden” in een langere periode kunnen worden besteed. Slob zei dat hij wil dat het geld naar deze specifieke generatie gaat en de achterstanden die zij in 2020 en 2021 opliepen, en niet aan toekomstige kwesties wordt besteed.

Op een punt is meer geleerd tijdens de lockdowns. De Engelse woordenschat van kinderen in álle onderwijstypes is fors vergroot. Voor Engelse leesvaardigheid geldt dat niet. Een oorzaak zou kunnen zijn dat kinderen veel Engelstalige series keken.