Recensie

Recensie Boeken

Advies aan jonge vrouwen: vermijd het kronkelpad van onzekerheid en behaagziekte

Vrouwengeschiedenis Twee autobiografische boeken geven een inzicht in de ontwikkeling van vrouwenlevens. Volgens Caitlin Moran dagdromen mannen, en ‘dagplannen’ vrouwen.

Foto Albina Gavrilovic/Getty Images

‘Ik (-) blader spontaan door mijn schaamlipjes,’ schrijft Beatrijs Smulders (1952) over het begin van haar puberteit. Ze is verliefd op ‘pater Stefan’ van school, en maakt, al bladerend in bed, ‘geluksbeweginkjes’ met haar bekken: ‘Helemaal zelf ontdekt!’

Deze zin over het geblader, waarbij het moeilijk is je iets voor te stellen (zóveel lipjes zijn er nu ook weer niet), is veruit de meest potsierlijke uit Bloed. Een vrouwengeschiedenis, het eerste deel van Smulders’ driedelige autobiografie. Voor het overige kan Smulders wel lekker schrijven, met af en toe een gekke uitglijder zoals ‘de vagina werd mijn kantoor’ – je ziet haar al zitten tussen die roze wanden. Maar het boek leest toch als een trein. Smulders beschrijft uitvoerig haar herkomst, haar rijke roomse jeugd in Brabant. Na een akelige tijd als au pair in Amerika, ontsnapt ze naar Amsterdam. Daar volgen losbollige omzwervingen voordat ze uiteindelijk haar roeping vindt: vroedvrouw worden. Hoe dat zo kwam en wat het vak haar bracht: het zijn verhalen die het waard zijn om verteld te worden.

Worsteling in jonge jaren

In Bloed staat aan de hand van Smulders’ persoonlijke geschiedenis veel boeiends over de veranderende tijdgeest te lezen, van de jaren vijftig tot begin jaren tachtig. De komst van de pil, de legalisering van abortus, de krakersrellen, de kernwapensdemonstraties: het staat er allemaal in. In de beste passages legt Smulders een link tussen haar ervaringen en die van andere vrouwen. Ze is een groot pleitbezorger van keuzevrijheid. Als vroedvrouw strijdt ze sinds jaar en dag voor vrije zeggenschap van vrouwen over hun lijf, hun zwangerschap, hun bevalling.

In Bloed doet ze een boekje open over waar zij en andere vrouwen mee worstelen in hun jonge jaren. Ze stelt overtuigend hoe een ervaring met seksueel geweld tot in het kraambed kan opspelen. Ook, of juist, in de jaren van de seksuele revolutie lag een verkrachting op de loer. Je werd geacht om leuk mee te doen, wilde geen stijve trut zijn: ‘nee’ zeggen was in bepaalde kringen niet echt een optie.

Voor Smulders zelf wel. Haar vader, een huisarts met wie ze dweept, gaf haar bij haar eerste menstruatie de volgende boodschap mee: ‘Vanaf nu zit je op een schatkist. In die schatkist bevinden zich prachtige, glanzende, witte parels en een ruwe diamant. Die parels zijn je toekomstige kinderen. (…) Die ruwe diamant, dat ben jij.’ Gespuis ligt op de loer, houdt hij haar voor, ze zijn uit op die diamant, dus luidt het devies: ‘onderbroek zo lang mogelijk aanhouden.’

Smulders knoopt het in haar oren. Aanvankelijk kost dat niet veel moeite. Zij en een vriendinnetje zien op het schoolplein voor het eerst een seksblaadje. Seks moet wel heel veel pijn doen, denkt Smulders: ‘Piemels zijn rare grote, vlezige dingen.’ Haar vriendinnetje knikt: ‘Net kleine babyarmpjes met heel dikke aderen erop.’ Nooit willen ze er iets mee te maken hebben. Maar dit verandert al gauw. Smulders houdt er later een onstuimig liefdesleven op na, maar is in de kern eenzaam, zoekend. Ook daarover vertelt ze heel open.

Vileiner

Net zo openhartig als Smulders, maar vileiner, schrijft de Britse columnist Caitlin Moran (1975). Moran werd internationaal bekend met de bestseller How to be a woman, een feministisch, geestig getoonzet manifest, over het leven van de (witte, nogal welgestelde) vrouw anno nu in West-Europa. Onlangs verscheen er een vervolg, in de Nederlandse vertaling getiteld More than a woman. Een ode aan de overvraagde veertigplus-vrouw.

In de traditie van ‘het persoonlijke is politiek’ neemt Moran haar eigen problemen en gezin als uitgangspunt. Hier en daar vervalt ze in herhaling, maar het boek sprankelt ook. Moran is woedend over de huidige tijdgeest. Het is nog nooit zo moeilijk geweest om een meisje te zijn, stelt ze. Haar puberdochter, die op het punt staat een eetstoornis en suïcidale neigingen te ontwikkelen, komt in tranen melden dat ze lelijk zou zijn: ‘Klote-Instagram. Klote-contouring. Klote-lipfillers van Kylie Jenner en het idee dat je kunt bestaan zonder poriën (…). Fuck de eenentwintigste eeuw. Fuck deze vrouwenhatende wereld.’ Moran probeert een oplossing aan te reiken. Ze raadt haar dochter aan zelf waar te nemen in plaats van zich te laten waarnemen.

Moran is op haar best als ze huis-, tuin- en keukenproblemen voorlegt, uit de dagelijkse gezinssleur. Ze heeft zelfspot. En gelijk. Vanuit het perspectief van haar man schrijft ze de volgende scène, waarbij ‘ze’ dus zij zelf is: ‘Om de zoveel tijd klinkt er een woedend gebrul uit de gang- dan komt ze de keuken in en zegt op een toon die humoristisch bedoeld is, maar duidelijk ingegeven door razernij: “Waarom snapt er nou echt niemand het Trapsysteem? Het is heel simpel. Als er iets onder aan de trap ligt – schoenen, nieuwe wc-rol, boeken – en jij gaat naar bóven, dan neem je het mee! En als er dus iets bóven aan de trap ligt en jij gaat naar benéden, dan neem je het mee! Simpeler wordt het niet! Het is een soort kabelbaan voor spullen!

Boze toverspreuk

Mannen dagdromen, vrouwen ‘dagplannen’, volgens Moran. Mannen zijn naar haar idee feitelijk ‘gewoon honden, ze snuffelen rond,’ denkend aan niets. Vrouwen houden bij wat er moet gebeuren. Omdat ze zo zijn opgevoed, ja, nog steeds. Moran neemt niet alleen mannen, maar ook vrouwen bij voortduring de maat. Zo stelt ze het advies ter ontspanning yoga te gaan doen aan de kaak: ‘Volgens mij werkt het woord yoga als een of andere boze toverspreuk. De spieren die je gezicht nodig heeft om „yoga”’ te zeggen, zorgen helaas voor wat ik „een zelfvoldane uitdrukking zou noemen.”’

Er zijn ook momenten dat Moran ontroert, dwars door haar branie heen. In een ontroerende dialoog met een vriendin wordt besproken wat liefde is. Wat er niet deugt aan zelfopoffering en afwachten of je man nog naar je gaat omkijken. Dit klinkt mutsig, maar mutsig is Moran nooit. Zelfs niet als ze door haar eigen lijf bladert, en dat doet ze gerust, geregeld en met verve. Net als Smulders is zij het meisje dat ze was niet vergeten. Ze zijn, nu ze van middelbare leeftijd zijn, strijdbaar, autonoom, de schaamte en het schuldgevoel voorbij en een tikje, tja… macho, zou je haast zeggen. Maar verfrissend macho, branie-achtig: een toon die lang aan kerels was voorbehouden.

Deze autobiografische boeken geven jonge vrouwen wat richtingaanwijzers: loop geen kronkelpad van onzekerheid en behaagziekte af, wees met jezelf ingenomen, van begin af aan. Dat is gezond. Dat is sterk.