Opinie

Vluchtelingen in tenten is juridisch dus niet in de haak

De overheid valt zó vaak terug op tentenkampen voor noodopvang dat de vraag is gewettigd of dat wel mag. Lieneke Slingenberg en Martijn Stronks zoeken het uit voor de Verblijfscolumn.
Tenten voor noodopvang bij het asielzoekerscentrum in Almere.
Tenten voor noodopvang bij het asielzoekerscentrum in Almere. ANP SEM VAN DER WAL

Sinds 17 oktober worden er in een noodopvang naast het asielzoekerscentrum in Almere 400 asielzoekers opgevangen in een tentenkamp. De omstandigheden zijn er niet best, asielzoekers hebben het koud en slapen slecht. De tenten zijn opgezet nadat de noodopvang in Ter Apel overvol was geraakt en de burgemeester waarschuwde dat de opvang daar niet meer verantwoord was. In Ter Apel zaten 750 mensen in de nachtopvang, terwijl er plek is voor 250. In Middelburg worden sinds zondag 24 oktober 250 asielzoekers opgevangen in een evenementenhal, waar ze kunnen slapen op veldbedden. Hengelo, Utrecht en Amersfoort hebben ook ruimte gevonden voor tijdelijke noodopvang.

Herhalen

Wie ‘asielzoekers tentenkampen’ in een googlezoekmachine intypt, ziet als eerste een bericht van 11 oktober j.l. en als tweede een bericht van 16 september 2015. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, opnieuw blijkt de opvangcapaciteit voor asielzoekers in Nederland onvoldoende te zijn om mensen in geschikte omstandigheden op te vangen. En wie wat verder uitzoomt ziet dat ook 2015 niet de eerste keer was dat er tenten voor asielzoekers in Nederland stonden, een greep uit de tenten in de jaren negentig: Nijmegen 1990, Luttelgeest 1993, Gilze en Rijen 1993, Dwingeloo 1997, Mill en Ermelo 1998.

Natuurverschijnsel

Het lijkt wel een natuurverschijnsel, als je het zo opsomt, zoals de herfst komt na de zomer, zo verschijnen de tenten en sporthallen zodra er meer asielzoekers naar ons land komen. Even voor de duidelijkheid, dat is in beginsel juridisch niet in de haak. Nederland is op grond van Europees recht verplicht om huisvesting te verschaffen, dat kan in opvangcentra waarin een ‘toereikend huisvestingsniveau’ is, of, als dat niet mogelijk is, in ‘particuliere huizen, appartementen, hotels of andere voor de huisvesting van verzoekers aangepaste ruimten.’ De crux is dat asielzoekers moeten worden gehuisvest in een ruimte, centrum of huis dat speciaal is bedoeld voor de opvang van asielzoekers. Haastig klaargemaakte tenten of sport- of evenementenhallen met veldbedden vallen daar niet onder.

Hoge nood

Maar goed, dat lukt dus niet. De oorzaak daarvoor is volgens de staatssecretaris het verhoogde aantal asielverzoeken (ruim 1.000 per week tijdens de laatste weken) in combinatie met het feit dat er nog veel mensen met een verblijfsvergunning in de asielopvang verblijven, omdat voor hen nog geen reguliere huisvesting in een gemeente beschikbaar is. In augustus waren dit ongeveer 11.000 mensen. En onder druk wordt alles vloeibaar, ook juridische verplichtingen, zeker in noodsituaties. Het Europees recht staat toe dat van de algemene verplichting wordt afgeweken als ‘de gewoonlijke beschikbare huisvestingscapaciteit tijdelijk uitgeput is’. Wel moet dan goed worden gemotiveerd dat hiervan sprake is en mag dit slechts zeer kort duren. Maar wanneer is aan deze voorwaarden voldaan?

Uitputting

Met de formulering ‘uitputting van de huisvestingscapaciteit’ zijn we weer terug bij de natuurmetaforen. Bij uitputting van voorzieningen denken we in deze tijd al gauw aan fossiele brandstoffen, een bron die is opgedroogd, een mijn die is uitgeput. En dan de asielinstroom, die plotseling aantrekt zoals je vaak leest, als een natuurfenomeen waar we ons met dijken tegen moeten verdedigen. Migratie wordt vaak voorgesteld als natuurverschijnsel, als datgene dat politieke en juridische controle te buiten gaat. Daar valt geopolitiek natuurlijk van alles op aan te merken, net als op de menselijke invloed op natuurfenomenen in tijden van klimaatverandering overigens. Maar juridisch gezien moeten we wel kunnen uitleggen hoe we proberen te voorkomen dat het natuurverschijnsel van uitputting van de capaciteit optreedt. Net als dat we verantwoordelijk zijn voor goede dijken, het onderhoud daarvan en een inschatting moeten maken van de verwachte zeespiegelstijging in tijden van klimaatverandering om daar de dijken op aan te passen. En als er een doorbreekt moeten we zo gauw mogelijk noodmaatregelen treffen en lessen trekken uit wat er misging.

Onderhoud

Zo bezien valt er op het Nederlandse opvangbeleid wel wat aan te merken, beleid dat van adhoc maatregelen en korte termijnbezuinigingen aan elkaar hangt, zoals ook al wel eerder werd opgemerkt. In de Kamer zijn bovendien door verschillende partijen kritische vragen gesteld over het snelle afschalen van de asielopvang na 2016 op basis van strakke budgetten en het daardoor ontbreken van voldoende buffercapaciteit. Financiële overwegingen op de korte termijn stonden een bestendig langetermijnbeleid in de weg.
Maar ook zijn er vragen over de gegevens die zijn gebruikt voor het maken van een adequate prognose van het aantal benodigde plekken en over de lessen die zijn geleerd uit 2015. Bovendien kan de opvang van asielzoekers niet los worden gezien van de moeilijkheden die mensen met een verblijfsvergunning hebben om een regulier huis te vinden, het algemene woningbeleid dus, ook dat is gevolg van jarenlang overheidsbeleid. Over de korte termijn valt verder op hoe langzaam er gereageerd is op de te verwachte instroom van Afghanen.

Overvallen

Natuurmetaforen doen zo veel ongezien werk, ze wekken de suggestie dat de omstandigheden ons overvallen, en dat de controle daarvan onze macht te buiten gaat. Dan kan soms zo zijn, we kunnen niet anticiperen op het onvoorzienbare, maar juridisch gezien wordt verwacht dat we kunnen uitleggen dat de situatie daadwerkelijk onvoorzien was. Hiervoor moeten we degelijk beleid opstellen, gebaseerd op een redelijke inschatting van de toekomst, en lessen trekken uit het verleden. Zodat als er een storm opsteekt ook asielzoekers veilig en droog zitten.

Lieneke Slingenberg is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
De Verblijfscolumn wordt geschreven door Martijn Stronks in samenwerking met Verblijfblog, het blog van het Amsterdam Centre for Migration and Law van de Vrije Universiteit Amsterdam. Martijn Stronks is jurist en filosoof en is als universitair docent verbonden aan de VU.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.