Profiel

‘Regisseur Erik Whien is altijd op zoek naar de zuivere kern’

In zijn kraakheldere theaterregies stuwt Erik Whien zijn acteurs tot grote hoogtes. Wat maakt hem tot zo’n fijnzinnige theatermaker? Drie acteurs over hun ervaringen. „Door het overbodige weg te laten, komt hij tot groots toneel.”

Regisseur Erik Whien (vooraan) tijdens een repetitie van Hebriana van Het Nationale Theater.
Regisseur Erik Whien (vooraan) tijdens een repetitie van Hebriana van Het Nationale Theater. Foto Bart Grietens

Volledig voorbereid stapte acteur Jaap Spijkers ruim een jaar geleden de repetitiestudio in Den Haag binnen, waar hij met regisseur Erik Whien zou gaan werken aan de monoloog Krapps laatste band van toneelschrijver Samuel Beckett. Hij kende zijn tekst van begin tot eind en had elke handeling die Beckett had voorgeschreven, nauwgezet uit zijn hoofd geleerd. Hij was helemaal klaar om eindelijk voor het eerst de vloer op te gaan, maar Whien had andere plannen. Spijkers: „In plaats van dat ik kon beginnen met spelen, begon hij eerst heel uitgebreid het bureau waaraan mijn personage zat en alle attributen op de toneelvloer te verplaatsen. Het duurde eindeloos: de lamp een centimetertje naar links, toch weer een beetje bijdraaien, deze dossiers toch net niet in het zicht. Ik weet nog dat ik dacht: jezus, het is de eerste repetitie, laat mij gewoon een keer op de vloer door die tekst gaan.”

Achteraf begreep Spijkers wat Whien op dat moment aan het doen was: hij creëerde de randvoorwaarden voor hem als acteur. „Hij was toen eigenlijk al aan het regisseren.”

Het voorbeeld is exemplarisch voor de werkwijze van Erik Whien. In zijn kraakheldere regies wordt niets aan het toeval overgelaten. Whien, die als een van de meest gelauwerde theaterregisseurs van dit moment geldt, stuwt zijn acteurs vrijwel zonder uitzondering tot grote hoogtes. Aanstaande zaterdag gaat zijn nieuwe voorstelling Hebriana in première bij Het Nationale Theater: een gitzwart familiedrama van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén, met actrice Soumaya Ahouaoui in de titelrol.

Actrice Soumaya Ahouaoui en regisseur Erik Whien. Foto Bart Grietens

Zo’n intens familieportret vol pijn en opgekropt verdriet is Whien wel toevertrouwd. Als geen ander weet hij zijn spelers zodanig te regisseren dat ze over een enorme emotionaliteit beschikken, zonder te vervallen in overdaad of vals sentiment. Niet toevallig waren er het afgelopen jaar vier acteurs onder zijn regie genomineerd voor een VSCD Toneelprijs, die begin september werden uitgereikt. Twee van hen gingen er uiteindelijk ook met de prijs vandoor: Emmanuel Ohene Boafo won de Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) voor de monoloog Sea Wall en Jaap Spijkers kreeg de Arlecchino (beste mannelijke bijrol) voor zijn rol in De zaak Shell.

Ingetogen spelen

Wat maakt Whien tot zo’n fijnzinnige acteursregisseur? Volgens Ahouaoui, die de afgelopen weken voor het eerst met Whien samenwerkte, dwingt hij haar om buiten haar comfortzone te treden. Eerder speelde ze vooral energieke personages die zich met frisse levendigheid en flair op het publiek richtten. Maar Hebriana is een ongrijpbaar personage dat een diepe tragiek in zich meedraagt, die pas gaandeweg aan de oppervlakte komt. Ahouaoui noemt het „een van de moeilijkste rollen” die ze tot dusver gespeeld heeft. „Het is een heel verstild personage, dat heel erg bij zich naar binnen moeten laten kijken.”

Een van de belangrijkste handvatten die Whien haar heeft meegegeven is om het zo klein mogelijk te houden. „Als acteur is het lekker om groot te spelen en alle emoties helemaal te doorvoelen. In tegenstelling tot bij film of tv, ben ik op toneel geneigd om alles een beetje aan te zetten, zodat de mensen op de achterste rij het ook goed zien. Maar van hem mag ik het eigenlijk bijna niet meemaken, zo ingetogen moet ik het spelen.”

Ook Jaap Spijkers heeft die ervaring. „Ik hou ervan om naar het publiek toe te spelen. Ik vind het verleidelijk om een soort bondje met de zaal te sluiten. Erik heeft me geleerd om daar juist zo lang mogelijk van weg te blijven.”

Een voorbeeld: In Krapps laatste band zit een scène waarin het personage een banaan pelt, de schil weggooit en daar vervolgens over uitglijdt. Spijkers: „Dat kun je op een heel komische manier spelen, maar toen ik dat deed floot Erik me meteen terug: niet te gemakzuchtig, Jaap, niet nu al die zaal voor je proberen te winnen. Laat het publiek maar moeite doen: jij moet aan het werk, maar zij ook.

Als acteur denk je al heel snel dat iets goed werkt als er een lach uit de zaal klinkt, maar Erik zegt dan: nee, nog niet voor die lach gaan, laat ze maar even ploeteren.”

Hij weet van elk woord in het script waarom het er op die manier staat en wat er eigenlijk mee bedoeld wordt

Jacob Derwig acteur

Iets vergelijkbaars gebeurde tijdens de repetitieproces voor De zaak Shell. Spijkers speelde daarin onder meer de CEO van olieconcern Shell, een doortrapt personage waarvan je nooit weet of je hem kan vertrouwen. „Dat personage is heel lang helemaal in control. Maar op een gegeven moment vliegt hij een beetje uit de bocht, als hij zich druk maakt over andere oliemaatschappijen. Dat is voor een acteur heel lekker, want dan kun je alle valkuilen van je personage opentrekken en de achterkant van je tong laten zien. Maar Erik brengt dat meteen terug. Waarom zou je, zegt hij dan. Minder is vaak al genoeg.”

Regie-aanwijzingen van theatermaker Erik Whien bij de voorstelling Hebriana. Foto Bart Grietens

Haai

Heel herkenbaar, vindt acteur Jacob Derwig. Hij noemt Whien een regisseur die „voortdurend op zoek is naar de zuivere kern”. „Je kan ergens veel slingers omheen hangen en het enorm opkloppen, maar als het in essentie niet klopt, dan voel je er als publiek niets bij. Daarvan is hij zich als geen ander bewust. Dus zijn theater is vaak heel ‘schoon’: juist door al het overbodige weg te laten, ontstaan grootse scènes.”

Derwig werkte inmiddels drie keer samen met Erik Whien: in Who’s Afraid of Virginia Woolf (2014), Revolutionary Road (2017) en Verdriet is het ding met veren (2021). Van die laatste twee maakte Derwig bovendien de bewerking. „Ik kom van toneelcollectief ’t Barre Land, waar we alles in de groep gooiden. Toen heb ik acht jaar bij Toneelgroep Amsterdam gespeeld, waar niets groepsgewijs besproken werd. Bij Erik kun je alles bevragen en bespreken, dus dan ben je bij mij aan het goede adres.”

In Revolutionary Road – naar de gelijknamige roman van Richard Yates, over het huwelijk van April en Frank Wheeler, die tevergeefs proberen te ontsnappen aan hun kleinburgerlijke leven – speelde Derwig een aantal dubbelrollen, waaronder een psychiatrisch patiënt die het echtpaar in een prachtig pijnlijke scène finaal ontmaskert. Derwig: „Ik had van tevoren bedacht dat hij een enorm opgewonden, onberekenbare man moest zijn. Maar Erik zei: nee, hij is een haai die heel rustig rondzwemt, maar zodra hij een zwakke plek ziet meteen toehapt. Dat zijn prettige, concrete handreikingen om zo’n rol mee aan te vliegen.”

In Verdriet is het ding met veren, dat afgelopen voorjaar in première ging en volgend seizoen op tournee gaat, speelt Derwig een rouwende vader, die hij vormgeeft als een „kraai-achtig figuur” – een memorabele, grillige rol die alle kanten opschiet. De kraai staat symbool voor rouw: een chaotische aanwezigheid die afwisselend reddeloos, speels en meedogenloos is. „Eriks beste regieaanwijzing was: als kraai zijn er geen regels. Ik mocht alles spelen en kon niet ver genoeg gaan. Dat was ook doodeng. Zo diep zijn Erik en ik samen nog nooit gegaan.” Die gekte kun je alleen opzoeken als je elkaar onvoorwaardelijk vertrouwt, zegt Derwig. „Pas dan durf je bij jezelf het gevaar op te zoeken en krijgt zoiets echt betekenis.”

Dat vertrouwen schept Whien niet alleen door goed te kijken en te luisteren, maar ook door alles tot in de puntjes voor te bereiden. Zoals hij vooraf tot op de centimeter in zijn hoofd heeft hoe in Krapps laatste band de spullen op het bureau moesten staan, weet hij bij aanvang van de repetities van elk woord in het script waarom het er op die manier staat en wat er eigenlijk mee bedoeld wordt.

Als er dingen zijn die ik nog wil uitzoeken rondom mijn personage, heeft hij allang het antwoord klaar

Soumaya Ahouaoui acteur

Van zijn acteurs verwacht hij dat uiteindelijk ook: zowel van hun eigen teksten als van die van hun tegenspelers, moeten ze precies weten welke heimelijke motieven of verborgen agenda’s hun woorden verhullen. Derwig: „Tijdens het repeteren gaan we vaak van de vloer weer terug aan tafel zitten om die tekst opnieuw binnenstebuiten te keren.”

Over zijn stijl van regisseren: „Hij is geen Theu Boermans die alles voorzegt, geen Eric de Vroedt die je helemaal volstopt met regieaanwijzingen, maar hij laat je zelf zoeken en wijst af en toe de weg.”

Volgens Ahouaoui, die inmiddels in de afrondende fase van het repetitieproces voor Hebriana zit, is Erik Whien je altijd een paar stappen voor. „Als er dingen zijn die ik nog wil uitzoeken rondom mijn personage, heeft hij allang het antwoord klaar.” Tegelijkertijd realiseert hij zich al te goed dat die ruimte om zelf te mogen onderzoeken voor een acteur ook belangrijk is, volgens Ahouaoui. „Ik moet eigen ideeën mogen aandragen en uit de bocht te kunnen vliegen om op het punt te komen waarop ik mijn personage helemaal doorgrond. En het gekke is: die ruimte geeft Erik je ook, maar dan kom je uiteindelijk toch altijd op zijn idee uit.” Lachend: „Heel irritant.”