CDA’s ondergrondse anti-Rutte-campagne die er nooit kwam

Verkiezingsstrijd In het CDA werd tijdens de campagne de optie verkend VVD-leider Rutte hard aan te vallen. Negatief campagnevoeren ligt moeilijk in de Nederlandse politiek.

Demissionair premier Mark Rutte (VVD) en demissionair minister Wopke Hoekstra (CDA). Het CDA-campagneteam wilde lijsttrekker Hoekstra naar voren schuiven als de nieuwe kandidaat-premier. Foto David van Dam
Demissionair premier Mark Rutte (VVD) en demissionair minister Wopke Hoekstra (CDA). Het CDA-campagneteam wilde lijsttrekker Hoekstra naar voren schuiven als de nieuwe kandidaat-premier.

Foto David van Dam

Operatie ‘Black Hand’ – een spannende naam voor een ietwat klungelig uitgewerkte campagne. Volgens Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt, sinds kort geen lid van de CDA-fractie meer, was dit de codenaam voor een geheime smeercampagne die in het CDA was bedacht om demissionair premier Mark Rutte (VVD) te beschadigen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van maart. Het plan werd verzonnen door het campagneteam van het CDA, schrijven de journalisten Thijs Broer en Peter Kee in het woensdag verschenen boek Code Rood.

Lees ook dit profiel: Wie is Hans van der Wind?

Over sommige feiten uit het boek wordt getwist, bijvoorbeeld over de vraag of partijleider Wopke Hoekstra en campagneleider Raymond Knops op de hoogte waren (‘ja’, stelt het boek, ‘nee’, zegt Hoekstra, die woensdag met Rutte in gesprek moest over de formatie). Interim-partijvoorzitter Marnix van Rij schrijft in een brief aan de leden: „Het idee van het voeren van een ondergrondse campagne is ongepast en het CDA onwaardig.”

In de brief staat verder dat er sprake was van een „ondoorzichtige en niet-slagvaardige campagnestructuur” en dat campaigners „meerdere verantwoordelijkheden” droegen. Waarmee Van Rij suggereert dat de twee initiatiefnemers om wie het draait, hoofd fondsenwerving Hans van der Wind en mediastrateeg Martin van Putten, op eigen houtje hebben geopereerd.

Harde, negatieve campagne

De journalisten schrijven dat begin dit jaar in het campagneteam het idee ontstond voor een harde, negatieve campagne die vooral gericht was op Mark Rutte. Hoekstra, die lijsttrekker werd nadat Hugo de Jonge zich had teruggetrokken, had een groep ervaren campagnestrategen om zich heen verzameld. Hoekstra, was het idee, moest zich presenteren als de nieuwe kandidaat-premier. De campagne liep door een serie incidenten stroef. Het CDA behaalde slechts vijftien Kamerzetels.

Lees ook: Het CDA vraagt zich af: waar blijft het Wopke-effect?

Achter de schermen is in de weken vóór de verkiezingen gewerkt aan een geheime anti-Rutte-campagne. Er moesten filmpjes online viral gaan die Rutte aanvielen op zijn „gebroken beloftes”.

CDA-bronnen bevestigen dat er inderdaad een document rondging met wilde plannen. Sommige dingen werden meer dan een plan: het Twitter-account @ruttedoctrine werd opgericht om Rutte te beschadigen. Erg succesvol was dit niet. De populairste tweet, waarin Rutte werd aangevallen over de Toeslagenaffaire, haalde elf retweets.

Ook kwam er op 3 februari een gesprek tussen Van der Wind, Van Putten en de toenmalige nummer twee van het CDA, Pieter Omtzigt. Het gesprek zou moeten gaan over thema’s waarmee Rutte beschadigd zou kunnen worden. De lezing van de journalisten is dat „de wildste onderwerpen” over tafel gingen, zoals de MH17-ramp en Joris Demmink, de oud-topman van Justitie die zich volgens geruchten op internet schuldig zou hebben gemaakt aan misbruik van minderjarigen. Demmink is niet vervolgd.

‘MH17 en seksualiteit’

Omtzigt schrijft in een reactie dat hij zich heeft „gedistantieerd” van de CDA’ers toen hem duidelijk werd dat het om „een persoonlijke aanval op Rutte zou gaan. Dat had hij ook in een vertrouwelijke aan Liesbeth Spies laten weten, die het debacle van de campagne onderzocht. Aan Spies had hij geschreven dat zij spraken „over MH17 en over seksualiteit”.

Het plan voor een harde campagne verdween. Volgens het CDA zag de partijtop niets in het plan, volgens de journalisten was gebleken dat er geen producenten waren die harde, negatieve filmpjes over Rutte wilden maken.

Hoewel het achter de schermen lange tijd verkend is, is uiteindelijk in de CDA-campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen weinig terechtgekomen van een harde of negatieve campagne. Tijdens zijn eerste toespraak als lijsttrekker, op 23 januari, zette Hoekstra de toon met een aanval op Rutte en de VVD: „De erfenis van tien jaar VVD is een reeks van gebroken beloftes.” Daarna verzandde deze strategie. Rutte bleef de gehele campagne vrijwel onaantastbaar, ook voor andere partijen. Politicologen analyseerden na afloop dat Rutte er succesvol in was geslaagd de campagne te neutraliseren. Het ging niet over zijn zwakke plekken, zoals de Toeslagenaffaire, veel meer over leiderschap. Ook Hoekstra’s aanvallen verdwenen volledig, in lijn met de dynamiek van de campagne.

Negatieve campagnes werken

De kwestie leert dan ook niet alleen iets over het CDA, zeker ook over de ongemakkelijke omgang van Nederlandse partijen met hard en persoonlijk campagnevoeren. In de Verenigde Staten is negative campaigning standaardpraktijk, en volgens vrijwel alle onderzoeken zeer succesvol. Dat komt in de eerste plaats door het psychologische effect van negatieve campagnes: kiezers onthouden die veel beter dan positieve boodschappen. Met negatieve filmpjes win je weliswaar weinig kiezers voor je eigen verhaal, je ondergraaft wel effectief de aanhang van de tegenstander. John Kerry verloor in 2004 de presidentsverkiezingen mede dankzij een keiharde Swift Boat-campagne van George W. Bush. Donald Trump won in 2016 met slim verpakte bijnamen voor zijn tegenstanders (‘Lyin’ Ted’, ‘Crooked Hillary’).

In Nederland ligt het moeilijker. De SP kwam in 2019 zwaar onder vuur te liggen, en verloor de Europese Verkiezingen, dankzij een spotje waarin PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans belachelijk werd gemaakt. Wel dringen nieuwkomers in het politieke bestel vaak sneller door als zij zich in hun boodschap hard afzetten tegen de gevestigde tegenstanders, schreef politicoloog Tom van der Meer (Universiteit van Amsterdam).

In de verkiezingscampagne van 2006 dreigde premier Jan Peter Balkenende het af te leggen tegen de PvdA van Wouter Bos. Een persoonlijke anti-Bos-campagne werd bedacht door Jack de Vries, die later ook Hoekstra assisteerde in zijn aanloop naar het lijsttrekkerschap. Balkenende zei tegen Bos: „U draait en u bent niet eerlijk.” Dat beeld, van Bos als draaikont, werd herhaald in een vaste Keek op de Dag, waarin dagelijks een nieuw „draaipunt van de dag” van de PvdA werd behandeld. Balkenende versloeg Bos: 41 tegen 33 zetels. Uitgerekend het CDA kent de waarde van negatieve campagnes als geen ander.