Opinie

Woke is geen centraal gestuurde beweging

Academische vrijheid De term woke is in de afgelopen jaren nogal besmet geraakt en wordt gebruikt om mensen weg te zetten als intolerant, schrijft .
Publiek bij een interview met de controversiële academicus Jordan Peterson aan de Universiteit van Amsterdam in 2018
Publiek bij een interview met de controversiële academicus Jordan Peterson aan de Universiteit van Amsterdam in 2018 Foto Olivier Middendorp

Het ‘wokisme’ bedreigt de academische vrijheid wel degelijk, schreven de docenten Steije Hofhuis en Niek Pas in een opiniestuk in NRC (25/10). Het was het zoveelste artikel waarin een karikatuur van de woke-beweging wordt gegeven, aan de hand van zeer selectieve en veelal onjuiste anekdotiek.

Hofhuis en Pas hebben kritiek op mijn wetenschappelijke werk over manieren waarop kinderen vooroordelen bijgebracht worden. Ze vatten dat samen als „witte ouders socialiseren hun witte kinderen al vanaf jonge leeftijd sluipenderwijs en ongemerkt in het witte racisme” en vragen zich af: zou „Mesman ook kans hebben gemaakt op subsidie wanneer ze, pak hem beet, had onderzocht of moslimkinderen naast niet-moslimkinderen willen zitten?” Het antwoord is ja. Precies die vraag heb ik onderzocht, met een NWO-subsidie. De uitkomst: ook kinderen met wortels in een islamitisch land gebruiken etnische kenmerken van leeftijdgenoten als ze mogen kiezen naast wie ze (niet) willen zitten, maar doen dat minder sterk dan witte kinderen.

Hofhuis en Pas suggereren dat ik mensen die kritisch zijn over mijn benadering niet tot mijn publiek reken. Dat is niet wat ik heb gezegd. Wat ik wel zei: „Natuurlijk, er zijn hele volksstammen die dit stom vinden – die überhaupt een hekel hebben aan alles wat riekt naar gender, etniciteit en diversiteit. Het is simpel: dat is mijn publiek niet.” Net zoals een klimaatwetenschapper doorgaans weinig kan met hardcore klimaatontkenners, of een sterrenkundige met flat-earthers.

Karikatuur

Belangrijker is de karikatuur van wat ‘woke’ is. Dat is geen centraal georganiseerde beweging met besturen, leden, statuten, of een vijfjarenplan. Iedereen kan zichzelf of juist een ander woke noemen en daarmee zo veel en zo weinig bedoelen als ze zelf willen. Dat maakt het voor critici makkelijk om alleen die elementen eruit te pikken die hen tegen de borst stuiten en daar de hele beweging op af te rekenen. Er is immers geen centrale website waarop netjes staat uitgelegd waar de woke-beweging wel en niet voor staat.

Oorspronkelijk staat woke voor wakker, de ogen open voor sociaal onrecht zoals racisme. En als de ogen eenmaal open zijn is het moeilijk om wat gezien wordt te negeren. Mensen die zich woke noemen zijn daarom doorgaans idealisten die een rechtvaardige samenleving nastreven en opkomen voor de belangen van mensen die achtergesteld worden. De term woke is in de afgelopen jaren helaas nogal besmet geraakt en wordt – ook door Hofhuis en Pas – gebruikt om mensen weg te zetten als intolerant, mensen die anderen hun normen willen opleggen. Maar mensen die anti-woke zijn willen dat natuurlijk ook. Dat anderen hún normen accepteren en niet bevragen of uitdagen.

Het verschil tussen woke en anti-woke is dat de stem van de eerste groep in de academische wereld nog maar heel recent gehoord wordt en een platform krijgt. Ineens klinkt kritiek op praktijken die velen als volstrekt vanzelfsprekend ervaren, op gewoonten en uitgangspunten die zij nooit hebben hoeven verdedigen. Dat is even schrikken. En dan klinkt het al snel: je mag ook niks meer zeggen!

Vrijheid

Dat is een van de hardnekkigste misverstanden in hedendaagse gesprekken over woke. In Nederland mag iedereen vrijwel alles zeggen, ook op universiteiten en in landelijke kranten. Alleen zijn er steeds vaker ook mensen die daar hardop iets van vinden. Die weerwoord bieden. Die personen mogen namelijk ook vrijwel alles zeggen. Er is vrijheid van meningsuiting, maar geen vrijwaring van de meningen van anderen daarover.

Lees ook de bespreking van het boek van Annelien De Dijn: Vrijheid is vooral voor witte burgers

Zoals hoogleraar Annelien De Dijn in haar boek Vrijheid. Een woelige geschiedenis helder uitlegt, staan de huidige zogenaamde vrijheidsstrijders die vooral het recht om minderheden te kwetsen verdedigen ver af van de Verlichtingsfilosofen die vooral de vrijheid om de macht te bekritiseren voorstonden. En juist de macht bekritiseren is wat mensen die zich woke noemen nogal eens doen. Bij uitstek iets dat hoort bij academische vrijheid. Ook de vrijheid van ‘nieuwkomers’.

Het aanhalen van de inmiddels bijna spreekwoordelijke ‘gehandicapte zwarte transgender’ om de term ‘intersectioneel’ toe te lichten, doet de geloofwaardigheid van Hofhuis en Pas geen goed. Deze platitude wordt vooral gebruikt door mensen die zich niet wezenlijk verdiept hebben in ongelijkheid en intersectionaliteit. Over deze onderwerpen zijn vele wetenschappelijke publicaties geschreven vanuit uiteenlopende gezichtspunten en academische tradities. Net als in andere wetenschapsgebieden zijn terminologie, definities, en paradigma’s constant in ontwikkeling. Die academische nuance haalt zelden de pers. En wanneer iemand als Aya Sabi, die in NRC (18/10) het opiniestuk schreef waar Hofhuis en Pas op reageerden, die nuance wel benoemt, wordt zij blijkbaar simpelweg niet geloofd. Zo wordt nuance gecanceld, en dat kan niet de bedoeling zijn.