Mads Mikkelsen aan het hoofd van de tafel in ‘Riders of Justice’.

Interview

‘Wit en crimineel: die mag je in films nog zonder enige reden vermoorden’

Mads Mikkelsen en Anders Thomas Jensen Mads Mikkelsen tekent blindelings voor een rol in een film van zijn oude vriend Anders Thomas Jensen. „Behalve als hij normaal wordt.”

Acteur Mads Mikkelsen (55) heeft de pandemie goed doorstaan wanneer we medio maart zoomen. Zijn film Druk is op weg naar een Oscar: hij speelt daarin depressieve leraar Martin die aan zelfmedicatie doet met alcohol. De opnames van een nieuwe Fantastic Beast-film – Mikkelsen vervangt Johnny Depp als schurk Grindelwald – zijn onderweg. Zwarte komedie Riders of Justice trok in 17 dagen een half miljoen Denen voordat de bioscopen sloten voor een nieuwe lockdown: een enorm hoog aantal in zo’n klein land met een krappe zes miljoen inwoners.

Mads Mikkelsen speelt ditmaal geen schlemiel. Zo castte de Deense scriptschrijver en regisseur Anders Thomas Jensen hem in al zijn speelfilms sinds zijn debuut Flickering Lights (2000: criminelen beginnen restaurant). Mikkelsen speelde bij Jensen een zichzelf absurd wegcijferende priester (Adam’s Apples) en een masturbatieverslaafde (Men and Chicken). Dat soort rollen moeten een welkome afwisseling zijn van alle schurken en broeiende psychopaten die hij in Hollywood vertolkt? Nou, ach, Mikkelsen hoeft niet zo nodig grenzen te verleggen, zegt hij. „Ik weet wat ik kan en hoef niet beslist naakt Mount Everest te beklimmen.” Het is eerder dat hij blind tekent bij Anders Thomas Jensen. „Behalve als hij normaal wordt, dat is mijn enige ontsnappingsclausule. Bij hem voelt het als thuiskomen, alsof je met je oude band weer de studio ingaat.”

Geblokkeerde militair

In Riders of Justice speelt Mikkelsen een in zichzelf geblokkeerde, broeiende militair met PTSS. Deze Markus richt een slachting aan bij een neo-nazistische motorbende die hij ervan verdenkt zijn vrouw te hebben vermoord; een ict’er maakt uit datapatronen op dat haar ongeluk eigenlijk een aanslag was. „Fijn dat er bikers zijn”, grapte regisseur Jensen tegen ons. „Wit en crimineel: die mag je in films nog zonder enige reden vermoorden.”

De film gaat ook over complottheorieën, aldus Mikkelsen. „Mensen vinden in alles zin en betekenis, ook als dat volledig onduidelijk is. Volgens mij is de grootste en meest legitieme samenzweringstheorie God: die kan je zonder spoor van bewijs opvoeren als reden voor alles. In een neerstortend vliegtuig zitten geen atheïsten.”

Mikkelsen speelt Markus als ‘straight guy’, zonder komische teksten. „Bij Thomas ben ik normaliter de freak maar nu eens niet, Al is Markus toch best abnormaal. Hij kan niet met zijn dochter communiceren en lost alles met geweld op. Met een heel mager gevulde gereedschapkist wil hij problemen oplossen die onoplosbaar zijn.”

Lees ook de recensie: Warme boezem van een disfunctionele familie in ‘Riders of Justice’

Anders Thomas Jensen (49) schreef Riders of Justice na een „milde midlifecrisis”, zegt hij. Met regisseur Nicolaj Arcel stak hij jaren in spektakelfilm The Dark Tower, die in 2017 spectaculair flopte. Hollywood beviel hem slecht. „Je gaat peinzen over je verleden en ziet dan opeens allerlei negatieve patronen in je eigen leven.” Mads Mikkelsen had in die tijd weinig contact met hem. „Voor acteurs is Hollywood niet zo ingewikkeld. Wij worden ingehuurd om andermans droom of visie te realiseren. Maar Deense en Europese schrijvers en regisseurs overkomt vaak hetzelfde als Thomas. Ze zeggen: we zijn weg van jouw werk, kom toch hierheen! En zodra je er bent is het van: dit vinden we dan weer minder sterk en kan je dat een beetje veramerikaniseren? Zo halen ze stukje bij beetje alles weg dat je uniek maakt. Zonder vooropgezet plan, het is gewoon dat er zoveel geld op het spel staat en iedereen zich ermee bemoeit. De één hakt zich een pad door zo’n jungle, de ander raakt gefrustreerd.”

Die frustratie leverde Riders of Justice op, zo’n onvoorspelbare mix van komedie, tragedie en farce waarop Anders Thomas Jensen patent heeft. „Ik ben dol op het mixen van genres”, zegt hij. „Ik schreef in mijn leven al veel melodrama zonder er zelf een te filmen. Dus dacht ik: waarom mix ik melodrama niet met mijn soort geschifte komedie? Dat bleek in de montage best slopend. Elke punchline moest precies op de juiste plek vallen.”

Jensen is een uniek filmmaker: eind jaren negentig werden drie van zijn korte films voor Oscars genomineerd – hij won er één. Toch regisseerde hij in de 21ste eeuw slechts vijf films en schreef hij er bijna vijftig. Vooral met seriële Oscar-kandidaat Susanne Bier boekte hij succes met Brothers en Oscarwinnaar In a Better World. „Het is ook best bevredigend binnen genreregels de best mogelijke film te maken, al moet ik achteraf wel met de stofkam door scripts voor Susanne om mijn zwarte, sadistische grappen eruit te halen.” Schrijven bevalt hem beter dan regie. „Aan de schrijftafel kan je dromen. Opnames zijn frustrerend. Dit kan niet, dat word te duur. Overigens was Riders of Justice de eerste keer dat ik van de regie genoot. Misschien omdat een wraakplot zo’n logische drive heeft, alles was helder en verliep volgens plan. Ik voelde nauwelijks stress.”

Familie en freaks

Waarom zijn helden freaks en outsiders zijn? „Omdat ik zelf uit zo’n rare familie kom. Alle families zijn raar, maar die van mij: holy shit zeg! Tegelijk zijn we enorm close. Dat blijft me fascineren: zo’n kleine, excentrieke groep mensen met eigen regels die in de grote wereld nooit zouden werken. Maar in zo’n klein kringetje wel, daar vinden we liefde, warmte en vrede.” Van die familie erfde hij ook zijn duistere humor. „Er staan me weinig begrafenissen bij zonder slappe lach. Altijd staat iemand op om iets totaal ongepasts te zeggen. De essentie van zwarte humor is ongepaste emotie.”

Dat ook iets Deens, vermoedt Mad Mikkelsen. „Het is niet dat Denen altijd willen provoceren, ze raken gewoon snel opgetogen over de absurditeit van de wereld. Een Schot of Australiër grinnikt daar ook over, maar kijkt wel even over zijn schouder of niemand hem betrapt. Humor die taboes overtreedt, waarbij je denkt ‘O god, dit gaat écht te ver’: dat levert een extra bevrijdende, want verboden lach op.”