‘Hoe vind je zelf dat het gaat?’ En nog zes manieren waarop je je collega’s beter niet kunt aanspreken

Japke-d. denkt mee

Kritiek geven is het moeilijkste wat er is, op je werk. Maar hoe doe je dat? geeft een spoedcursus hoe het níét moet.
Illustratie Tomas Schats

De collega die altijd te laat komt. De collega die te veel lawaai maakt. De collega die de hele dag bolletjes uit z’n neus zit te draaien. De collega die zijn afspraken niet nakomt. De collega die stinkt – we hebben ze allemaal.

Toch is de kans groot dat niemand ze aanspreekt op hun gedrag en als dat wél gebeurt, is het meestal te laat, escaleert de situatie jammerlijk en is iedereen beledigd en gekwetst.

Dit is de sombere samenvatting van hoe het meestal gaat met kritiek geven op collega’s. Gytha Heins geeft lezingen over hoe het wél moet en schreef er ook een boek over, Aanspreken, gewoon doen! Het kwam afgelopen week in een nieuwe editie uit, met extra aandacht voor aanspreken als je op afstand samenwerkt.

Ja, een heel boek over hoe je collega’s aanspreekt – dat is nodig, zo merkte ik zelf toen ik het las. Want kritiek geven op collega’s is het moeilijkste wat er is. Zeg maar eerlijk, dat geldt voor jou toch ook?

Dat is menselijk, zegt Heins als ik haar erover bel. „We praten er de hele dag over; we moeten elkaar aanspreken! Maar in ons hart willen we dat niet. Zeker niet als het onze leidinggevenden betreft of als we een collega op persoonlijke zaken als hygiëne, alcoholgebruik of stemgeluid moeten aanspreken. Dat zit in onze natuur.”

Want we willen aardig gevonden worden! Bij de groep horen. Vinden het al snel betuttelend om collega’s vermanend toe te spreken, willen de lieve vrede bewaren en anderen – en onszelf – geen gezichtsverlies bezorgen.

En dat terwijl we allemaal weten hoe het moet, ‘kritiek geven’. Iedereen op het werk kan de feedbackregels zo opdreunen, zegt Heins.

Lees ook ver boek van hoogleraar psychologie Roos Vonk: Ook jij bent iemands irritante collega

Dat je je bij de feiten moet houden en niet moet generaliseren. Dat je dus niet moet zeggen: „Je luistert altijd zo slecht!” maar: „Ik merkte dat je me net in de vergadering vaak in de rede viel.” En dat je daarna moet zeggen wat je eraan stoort, dus: „Daardoor lijkt het of je me niet serieus neemt.” Maar dat zeggen we zelden.

In plaats daarvan laten we onze ergernissen veel te lang doorsudderen tot we het er allemaal in één keer uitflappen (‘dit doe je nou altijd!!’) en komt het nooit meer goed – we wachten te lang met kritiek.

Zo zonde, zegt Heins. Want als je ‘even’ door de zure appel heenbijt en eraan begint voordat de emmer helemaal vol is, kun je het misschien nog goed maken én al je collega’s blij maken. Want die ene collega die jij irritant vindt, is dat waarschijnlijk ook voor alle anderen. Aanspreken? Doe het meteen, het liefst morgen!

Om je daarbij op weg te helpen, bedachten we hoe je zo’n gesprek het beste kunt beginnen. Of beter, hoe je zo’n gesprek beter níét kunt beginnen. Anders heb je die enorme hobbel genomen en sta je alsnog met 3-0 achter. Komen ze:

7. Begin nooit met: „Ik heb ff een dingetje” Of: „Heb je ff?” – daarmee maak je de kwestie onnodig klein terwijl het voor jou heel belangrijk is.

6. Zeg ook niet: „Ik ben gewoon eerlijk.” Dat is vaak slechts een excuus om al je gram op tafel te gooien. Bovendien, waarom zou je zeggen dat je eerlijk bent? Is de optie dat je het niet bent er ook nog?

5. „Doe ermee wat je wilt, maar…” Niet zeggen. Want dan is de kans groot dat je collega zegt: „Dank voor je verhaal, maar ik doe er lekker niks mee.”

4. „Sorry dat ik het zeg, maar…” Als het belangrijk genoeg voor je is en je eindelijk je moed verzameld hebt om die irritante collega aan te spreken, is er geen enkele reden om je daarvoor te verontschuldigen. Daarmee zou je immers laten zien dat je jezelf niet serieus neemt.

3. „Hoe vind je zélf dat het gaat?” Sowieso een van de domste dingen die je op kantoor kunt zeggen, maar zeker in een ‘feedback-situatie’. Want stel dat je collega antwoordt: „Prima!” Dan is het gesprek al beëindigd voor het begonnen is en kun je weer afdruipen. Het is bovendien ook minder relevant wat de ander vindt. Het gaat er in eerste instantie om hoe haar of zijn gedrag op jóú overkomt.

2. Ook niet slim om mee te openen, zegt Heins, is: „Ik heb het gevoel dat jij…”, of „ik vind dat jij…” Daarmee geef je namelijk een keihard oordeel, verpakt in een zacht jasje. Zeg dus liever: „Ik hoor dat je…”, „ik zag dat je…” – dan hou je het bij de feiten en loop je minder risico op escalatie.

1. Maar het állerslechtste begin van een slechtnieuwsgesprek is toch wel: „Het is niet persoonlijk hoor, maar…” Want het is juist wél persoonlijk, zegt Heins. Het is gedrag dat je juist specifiek van deze persoon niet kunt uitstaan.

Je bedoelt waarschijnlijk: het gaat niet over ál jouw gedrag, altijd, maar alleen over dít gedrag tóén, maar zeg dat dan. Het is allemaal niet zo moeilijk, mensen. Of nou ja, het is dus juist heel moeilijk.

Heel veel sterkte ermee!

Hoe was jouw week? Tips voor Japke-d. Bouma via @Japked op Twitter.

Dit waren de parels op Twitter deze week

Actuele vacatures

Meer vacatures

Uitgelichte artikelen

Meer artikelen